ECLI:NL:RBAMS:2026:4374
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving last onder dwangsom voor verwijderen dakterras en buitentrap
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan eiser een last onder dwangsom op om een dakterras en bijbehorende buitentrap te verwijderen, omdat deze niet vergund zouden zijn. Eiser voerde aan dat het dakterras al sinds 1896 vergund zou zijn en dat de last buitenproportioneel is vanwege de financiële en contractuele gevolgen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het dakterras niet aannemelijk vergund is, mede omdat de tekeningen uit 1896 en 1904 onvoldoende bewijs vormen en het dakterras pas rond 2012 zichtbaar werd op luchtfoto’s. Het college was daarom bevoegd de last op te leggen. Ook was er geen concreet zicht op legalisatie, omdat eiser geen nieuwe aanvraag had ingediend.
De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het algemeen belang bij handhaving zwaarder weegt dan de belangen van eiser. De last onder dwangsom blijft daarom in stand. De voorzieningenrechter verlengde de begunstigingstermijn tot zes weken na de uitspraak om eiser meer tijd te geven aan de last te voldoen zonder dwangsomverbeurdverklaring.
Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding en het beroep werd ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de begunstigingstermijn verlengd tot zes weken na uitspraak.