ECLI:NL:RBAMS:2026:4488
Rechtbank Amsterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring wegens onvoldoende urgent huisvestingsprobleem
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om haar aanvraag voor een urgentieverklaring af te wijzen. Het college had de aanvraag op 10 september 2025 geweigerd en dit besluit op bezwaar op 10 december 2025 gehandhaafd.
De rechtbank heeft op 22 april 2026 de zaak mondeling behandeld en verklaart het beroep ongegrond. De rechtbank oordeelt dat eiseres geen urgent huisvestingsprobleem heeft dat recht geeft op voorrang. Hoewel eiseres en haar kinderen in een te kleine woning wonen en haar kinderen een slaapkamer delen, is dit volgens de geldende regels geen grond voor urgentie.
Eiseres voerde aan dat haar dochter een ontwikkelingsachterstand heeft en dat de woonsituatie de schoolprestaties beïnvloedt, maar de rechtbank acht dit onvoldoende onderbouwd en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin te klein wonen niet als urgent werd beschouwd. Ook de hardheidsclausule biedt geen grond voor het verlenen van urgentie. De rechtbank wijst erop dat eiseres andere opties kan overwegen, zoals woningruil of herindeling van de woning.
De rechtbank wijst het beroep af, waardoor eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring wegens het ontbreken van een urgent huisvestingsprobleem.