ECLI:NL:RBAMS:2026:4674
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.L. Fernig - Rocour
- B. de Vos
- M. Frishert
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning optoppen gebouw in Amsterdam
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiser tegen de omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam voor het optoppen van een gebouw met één bouwlaag ten behoeve van acht nieuwe woningen. Eiser betwist de vergunning op grond van constructieve veiligheid, daglichttoetreding en parkeerproblematiek.
De rechtbank oordeelt dat het college de vergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen. De constructieve veiligheid is gewaarborgd door een staalconstructie die voldoet aan het Bouwbesluit 2012, zoals bevestigd door de Omgevingsdienst. De daglichtberekening toont aan dat het daglicht in de verblijfsruimten ruim boven de minimale norm blijft, en het college heeft dit belang afgewogen tegen het algemene belang van woningbouw.
Ten aanzien van de parkeerdruk concludeert de rechtbank dat ondanks een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek door het gebruik van verouderde gegevens, de parkeervraag van de extra woningen kan worden opgevangen in de openbare ruimte. Dit gebrek wordt gepasseerd omdat het eindoordeel niet anders zou zijn. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het bestreden besluit in stand en veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.