Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4713

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
14 mei 2026
Zaaknummer
13-230803-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verzetgarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 13 mei 2026 de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Hongarije. De opgeëiste persoon werd verdacht van georganiseerde of gewapende diefstal en een vrijheidsstraf van drie jaar en zes maanden was opgelegd. De verdediging voerde aan dat de overlevering moest worden geweigerd omdat de verzetgarantie onvoldoende was, met name vanwege onduidelijkheid over de procedure in Hongarije en de mogelijkheid tot een volledige herbeoordeling.

De rechtbank oordeelde dat het EAB voldeed aan de eisen van de Overleveringswet, met name artikel 12 onder Pro d, omdat de opgeëiste persoon na overlevering onverwijld zal worden geïnformeerd over zijn recht op verzet of hoger beroep, inclusief de mogelijkheid tot een volledige herziening van het vonnis met nieuw bewijsmateriaal. De rechtbank stelde vast dat de verzetgarantie onvoorwaardelijk is en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn.

De strafbare feiten vallen onder de lijst van bijlage 1 bij de Overleveringswet, waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft. De rechtbank besloot de overlevering toe te staan en wees het verweer van de verdediging af. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe op basis van een geldig Europees aanhoudingsbevel met een onvoorwaardelijke verzetgarantie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-230803-25
Datum uitspraak: 13 mei 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 18 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 19 juni 2025 door
the Veszprém Regional Court, Hongarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1990,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres 1] ,
feitelijk verblijfadres:
[adres 2] ,
gedetineerd in de Penitentiaire [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 april 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt:
  • judgment No. 16.B.756/2022/38. of the Veszprém District Court; en
  • judgment No. 3.Bf.360/2023/7. of the Veszprém Regional Court, proceeding as the Court of Second Instance, became final and binding on 09 October 2023.
De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaren en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest van 9 oktober 2023.
Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van artikel 12 OLW Pro moet worden geweigerd. De opgeëiste persoon heeft geen oproep ontvangen voor de zitting. De verzetgarantie volstaat niet omdat onvoldoende duidelijk is hoe de procedure in Hongarije eruit ziet en of een volledige nieuwe beoordeling van de strafzaak zal plaatsvinden.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich - onder verwijzing naar jurisprudentie van deze rechtbank [4] - op het standpunt gesteld dat de verstrekte verzetgarantie voldoet aan de eisen van artikel 12, onder d, OLW. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft onder 3.4 van onderdeel d) van het EAB aangegeven dat een volledige heroverweging zal plaatsvinden.
Oordeel van de rechtbank
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een procedure in eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [5] De rechtbank zal daarom het arrest van
the Veszprém Regional Court(met kenmerk No. 3.Bf.360/2023/7.) toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, onder a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Op grond van artikel 12, onder d, OLW mag de rechtbank in dit geval de overlevering niet weigeren, als de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat
( i) het betreffende vonnis na overlevering onverwijld aan de opgeëiste persoon zal worden betekend en hij uitdrukkelijk zal worden geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarbij hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten, die kan leiden tot herziening van het oorspronkelijke vonnis en
(ii) de opgeëiste persoon wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen hij verzet of hoger beroep dient aan te tekenen, als vermeld in het desbetreffende Europees aanhoudingsbevel.
Het EAB vermeldt in het EAB in onderdeel d):

3.4. the person was not personally served with the decision, but
-
the person will be personally served with this decision without delay after the surrender; and
-
when served with the decision, the personal will be expressly informed of his or her right to a retrial or appeal, in which he or she has the right to participate and which allows the merits of the case, including fresh evidence, to be re-examined, and which may lead to the original decision being reversed; and
-
the person will be informed of the timeframe within which he or she has to request a retrial or appeal, which will be thirty (30) days.
Naar het oordeel van de rechtbank voldoet deze verklaring aan de eisen van artikel 12, onder d, OLW en doet de in dit artikel bedoelde weigeringsgrond zich niet voor. De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat de verzetgarantie niet onvoorwaardelijk is. [6] Het verweer van de raadsvrouw slaagt niet.

4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro, er een garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12, onder d, OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Veszprém Regional Court(Hongarije) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.M. de Bie, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 mei 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Rb. Amsterdam 18 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10806.
5.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (
6.Zie o.a. Rb. Amsterdam 18 december 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:10806 en Rb. Amsterdam 10 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2633.