Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:4718

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
14 mei 2026
Zaaknummer
13-069642-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 312 SrArt. 26 WWMArt. 55 WWMArt. 2 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens diefstal en bedreiging

De rechtbank Amsterdam heeft op 13 mei 2026 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Zweden. De opgeëiste persoon, geboren in 1999 en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, werd verdacht van meerdere strafbare feiten waaronder diefstal met bedreiging, bedreiging met gevaar voor de algemene veiligheid en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie.

Tijdens de zitting van 30 april 2026 was de opgeëiste persoon aanwezig en bijgestaan door een advocaat en een tolk. Er zijn geen verweren gevoerd tegen de inhoud van het EAB. De rechtbank heeft de termijn voor uitspraak met 30 dagen verlengd en de gevangenneming bevolen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat de feiten ook onder Nederlands recht strafbaar zijn, waarbij voldaan is aan het vereiste van dubbele strafbaarheid. Er zijn geen weigeringsgronden of uitzonderingen die overlevering in de weg staan. Daarom is de overlevering toegestaan.

De uitspraak is gedaan door de voorzitter en twee rechters, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk volgens de Overleveringswet.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Zweden toe wegens strafbare feiten waaronder diefstal met bedreiging en wapendelicten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-069642-26
Datum uitspraak: 13 mei 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 20 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 20 februari 2026 door het
Åklagarmyndigheten i Sverige(het Openbaar Ministerie in Zweden), Zweden (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in Zweden op [geboortedag] 1999 (geboorteplaats onbekend),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
uit anderen hoofde gedetineerd in de [Penitentiaire Inrichting] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 april 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E.M.A. Baetsen, advocaat in Venlo, en door een tolk in de Engelse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.
De raadsvrouw heeft geen verweren gevoerd met betrekking tot de inhoud van het EAB. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering kan worden toegestaan.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Zweedse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een bevel tot voorlopige aanhouding bij verstek van de districtsrechtbank
Nackavan 11 februari 2026, zaak nr. B 1210-26.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Zweeds recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer - kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;
bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat, meermalen gepleegd;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 285 en 312 Wetboek van Strafrecht, 26 en 55 Wet wapens en munitie en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Åklagarmyndigheten i Sverige(het Openbaar Ministerie in Zweden) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. E.M. de Bie, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 mei 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.