ECLI:NL:RBAMS:2026:4732
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onjuiste ingangsdatum en motiveringsgebrek maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden
Eiser heeft een persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden (hbh) aangevraagd op 27 augustus 2024. Verweerder kende het pgb toe met ingang van 1 oktober 2024, maar eiser betwistte deze ingangsdatum en de omvang van het pgb. De rechtbank oordeelt dat de ingangsdatum onjuist is vastgesteld en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd hoeveel uur hbh eiser toekomt op basis van het aantal toegekende punten.
De rechtbank stelt vast dat de Wmo 2015 en de gemeentelijke verordeningen geen regels bevatten over de ingangsdatum van een maatwerkvoorziening, maar dat de systematiek van de Wmo 2015 impliceert dat de toekenning ingaat vanaf de datum van de aanvraag. Omdat eiser geen voorafgaande kosten had, is geen reden voor terugwerkende kracht. De rechtbank bepaalt dat de ingangsdatum moet aansluiten bij de aanvraagdatum van 27 augustus 2024.
Verder is onvoldoende toegelicht hoe het aantal punten zich vertaalt in uren hulp bij het huishouden, wat een motiveringsgebrek oplevert. De rechtbank wijst erop dat 11 punten recht geven op 2 uur en 45 minuten hulp per week, niet 2 uur en 30 minuten zoals verweerder stelde. Andere bezwaren van eiser, zoals de logeerkamer en de zorgovereenkomst, worden niet toegewezen of vallen buiten de procedure.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder verplicht het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met correcte ingangsdatum en motivering.