ECLI:NL:CRVB:2025:200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum persoonsgebonden budget Wmo 2015 op datum besluit
Appellante, bekend met diverse aandoeningen, ontving op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij het huishouden. Na een wijziging van de voorziening naar een persoonsgebonden budget (pgb) stelde appellante bezwaar tegen de ingangsdatum van deze voorziening, stellende dat deze terug moest gaan tot augustus 2020 toen de ondersteuning feitelijk al werd geleverd.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees het bezwaar af, stellende dat de ingangsdatum conform het beleid op of na de datum van het besluit moest liggen, tenzij er bijzondere omstandigheden waren en toestemming was gegeven voor eerdere ondersteuning. De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het college te lang had gedaan over de besluitvorming en dat de ondersteuning al eerder was geleverd. De Raad oordeelde echter dat de rechtbank de gronden van appellante terecht had verworpen, mede omdat de stelling van eerdere ondersteuning niet was onderbouwd met objectieve gegevens en de uitzonderingssituatie niet van toepassing was.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en liet de ingangsdatum van het pgb ongewijzigd op 1 november 2021. Tevens wees de Raad het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De ingangsdatum van het persoonsgebonden budget wordt bevestigd op 1 november 2021 zonder terugwerkende kracht.