Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
gevaarop die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd.
(art 141 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- de onder feit 1 tenlastegelegde gijzeling van de aangever [slachtoffer 1]
- de onder feit 2 tenlastegelegde afpersing ook onder dreiging met vuurwapen en fysiek geweld;
- de onder feit 3 tenlastegelegde diefstal met valse sleutel door middel van onbevoegd betalen met een tikkie en te pinnen met gestolen pinpas;
- de onder feit 4 primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling;
- de onder feit 5 primair tenlastegelegde poging tot opzetverkrachting;
- het onder feit 6 tenlastegelegde voorhanden hebben van een vuurwapen in de periode van 28 – 29 mei 2025.
- de onder feit 1 tenlastegelegde medeplegen van diefstal met valse sleutel van een MyWheels auto;
- de onder feit 2 primair tenlastegelegde overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro waarbij de verdachte zich gelet op de overtredingen die hij voorafgaand aan het ongeval heeft gemaakt als bestuurder in ieder geval zeer aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gedragen waardoor een aan zijn schuld te wijten ongeval heeft plaatsgevonden waarbij in ieder geval zodanig lichamelijk letsel is opgelopen dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
- de onder feit 3 tenlastegelegde overtreding van artikel 5a Wegenverkeerswet;
- de onder feit 4 tenlastegelegde overtreding van artikel 7 Wegenverkeerswet Pro doordat de verdachte is doorgereden na het ongeval en na de aanrijdingen en het slachtoffer in hulpeloze toestand heeft achtergelaten;
- de onder feit 5 tenlastegelegde overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet Pro door te rijden onder invloed van THC.
- de onder feit 6 tenlastegelegde overtreding van artikel 110 Wegenverkeerswet Pro door te rijden terwijl de verdachte daarvoor de minimumleeftijd nog niet had bereikt.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte en de medeverdachte al een dag eerder de auto van MyWheels zien staan en opmerken dat de auto geopend is. Zij zijn in de auto gaan chillen en hebben toen de autosleutel in de auto aangetroffen en meegenomen. De volgende dag zijn zij samen teruggekeerd en zijn zij met de auto gaan rijden. Uit het systeem van MyWheels blijkt dat de auto op 29 juli 2024 om 14:26 uur wordt geopend met de sleutel en dat de auto (anders dan de dag daarvoor) wordt gestart.
5.Bewijs
6.Bewezenverklaring
,[slachtoffer 4] , door geweld en door bedreiging met enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, te weten die [slachtoffer 4] wederrechtelijk hebben gedwongen iets te doen te weten sorry te zeggen, door die [slachtoffer 4] meerdere malen te slaan, te zeggen dat hij hem uit ging kleden en op zijn knieën te dwingen.
7.Strafbaarheid van de feiten
indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is’ontbreekt. Dit gebrek in de tenlastelegging leidt ertoe dat het bewezenverklaarde niet onder een delictsomschrijving valt. De verdachte wordt daarom voor dit feit ontslagen van alle rechtsvervolging.
8.Strafbaarheid van de verdachte
9.Motivering van de straf en maatregel
- Het wapen was niet van de verdachte, het was niet geladen en er bestond dus geen risico dat het wapen zou afgaan.
- Het lichamelijk letsel van slachtoffer [slachtoffer 1] zal zonder blijvende schade genezen.
- Uit andere zaken blijkt dat de medeverdachte [medeverdachte 1] , de meerderjarige stiefbroer van de verdachte, vaak de leidende rol heeft en de verdachte het vuile werk laat opknappen.
- De verdachte heeft spijt en staat open voor mediation op het moment dat het slachtoffer daaraantoe is.
- De verdachte was 16 jaar oud en heeft bijna 11 maanden in voorarrest verbleven.
- Er is sprake van samenloop van feiten.
- Artikel 63 is Pro van toepassing
- Er wordt geadviseerd de feiten licht verminderd toe te rekenen.
- De beweging was met vlakke hand en er is geen letsel bij de aangever [slachtoffer 5] .
- De aangever en getuigen hebben de verdachte vastgepakt en pijn gedaan.
- De verdachte was 15 jaar en heeft 3 dagen in voorarrest verbleven.
- Er wordt geadviseerd het feit in verminderde mate toe rekenen.
- De verdachte was 15 jaar en heeft 2 dagen in voorarrest verbleven.
- De redelijke termijn van 16 maanden is geschonden.
- Er wordt geadviseerd het feit in verminderde mate toe te rekenen.
- De redelijke termijn van 16 maanden is aanzienlijk geschonden.
- Er is sprake van samenloop van feiten
- De verdachte was 15 jaar en heeft 3,5 maand in voorarrest verbleven.
- De verdachte heeft spijt en staat open voor contact met het slachtoffer.
- Er wordt geadviseerd om de feiten in verminderde mate toe te rekenen.
- Er is geen sprake van letsel bij de aangever [slachtoffer 4] , de geweldshandelingen waren gering.
- Het is heel vervelend dat de beelden van de mishandeling zijn verspreid. De verdachte heeft dat echter niet gedaan en kan daar niet verantwoordelijk voor worden gehouden.
- De verdachte was 14 jaar
- De redelijke termijn van 16 maanden is aanzienlijk geschonden.
- Er is sprake van samenloop van feiten.
- Er wordt geadviseerd de feiten in verminderde mate toe te rekenen.
- het Pro Justitia psychologisch onderzoek van 17 december 2024 opgesteld door T.J. van Vrijaldenhoven, GZ-psycholoog;
- het Pro Justitia psychologisch onderzoek van 9 december 2025 opgesteld door T.J. van Vrijaldenhoven, GZ-psycholoog;
- het Pro Justitia psychiatrisch onderzoek van 17 december 2025 opgesteld door A.X. Rutten, kinder- en jeugdpsychiater;
- het rapport en advies van de Raad van 30 maart 2026;
- het evaluatieverslag van JBRA van 27 maart 2026.
de Pro Justitia onderzoeken uit 2025blijkt dat de verdachte een belaste voorgeschiedenis heeft. Hij is opgegroeid in (emotionele) onveiligheid en onrust. De chronische onveiligheid en instabiliteit hebben invloed gehad op zijn ontwikkeling.
Ook is meermaals gekeken of er een aanpassing gedaan kon worden in het type medicatie of de hoeveelheid medicatie voor de behandeling van verdachtes ADHD, zodat dit zijn medicatie trouwheid zou verhogen. Dit is helaas niet gelukt. In de afgelopen jaren is gezien dat de momenten waarop de verdachte zijn medicatie niet heeft ingenomen er vrijwel altijd sprake is geweest van recidive. Het lukt hem op die momenten onvoldoende om zijn impulsen onder controle te houden en hij kan de consequenties van zijn handelen niet overzien.
De Raad kan zich vinden in het beeld dat de onderzoekers schetsen dat een andere vorm van behandeling dan het onvoorwaardelijke PIJ-kader het gevaar voor andere personen of voor de verdachte zelf niet kan worden weggenomen, met name in het licht dat er volstrekt willekeurige personen slachtoffer zijn geworden. Daarnaast is er bij de laatste verdenking ook sprake geweest van een seksuele component.
De verdachte zit op dit moment al langere tijd in de JJI en sindsdien lijkt het beter met hem te gaan. Hij lijkt baat te hebben bij deze gestructureerde omgeving waarin de kaders en grenzen heel duidelijk voor hem zijn. Behandeling lijkt daarom ook meer slagingskans te hebben vanuit deze setting dan het nu opnieuw ambulant proberen terwijl eerder al gezien is dat de verdachte onvoldoende om kan gaan met de impulsen die de buitenwereld met zich brengt.
De rechtbank verwacht dan ook niet dat het de verdachte nu wel zal lukken gemotiveerd te blijven voor de voorgestelde behandelingen. De rechtbank gunt de verdachte dat de scheefgroei van zijn ontwikkeling ten goede wordt gekeerd. Daarvoor zal tijd nodig zijn. Oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel is de enige mogelijkheid om de juiste en langdurige behandeling aan de verdachte te kunnen bieden. Deze maatregel is in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.
10.Beslag
11.Benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
materiële schadevergoedingzal worden toegewezen tot een bedrag van
€1.199,03(duizend honderdnegenennegentig euro en drie eurocent), (oplader, afname geld, schade vernieling telefoon, AirPods, sneakers, beveiliging woning, reiskosten) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
immateriële schadevergoedingnaar billijkheid op het bedrag van
€11.500,-(elfduizend vijfhonderd euro) zoals is gevorderd, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
de schadevergoedingsmaatregelopleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht.
materiële schadevergoedingzal worden toegewezen tot een bedrag van
€2.000,-(tweeduizend euro), (losgeld) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
€2.500,- (tweeduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
de schadevergoedingsmaatregelopleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht.
materiële schadevergoedingzal worden toegewezen tot een bedrag van
€4.025,-(vierduizend vijfentwintig euro), (23 sessie psycholoog) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
€2.500,- (tweeduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
de schadevergoedingsmaatregelopleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht.
immateriële schadeis toegebracht.
€500,- (vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
de schadevergoedingsmaatregelopleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht.
12.Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
13.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 33, 33a, 36f, 45, 47, 55, 56, 63, 77a, 77g, 77i, 77s, 77gg, 243, 282a, 300, 302, 311, 317, 417bis van het Wetboek van Strafrecht;
- 26 en 55 Wet wapens en munitie;
- 6,7,8,110, 175, 176 en 177 Wegenverkeerswet 1994.
14.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
een jeugddetentie van 15 (vijftien) maanden.
de maatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (PIJ-maatregel).
[slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
€12.699,03 (twaalfduizend zeshonderd en negenennegentig euro en drie eurocent)(te weten €1.199,03 materiële schade en €11.500 immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 29 mei 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 1],
te betalende som van
€12.699,03 (twaalfduizend zeshonderd en negenennegentig euro en drie eurocent)(te weten €1.199,03 materiële schade en €11.500 immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 29 mei 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 2]toe tot een bedrag van
€4.500 (vierduizend vijfhonderd euro)(te weten €2.000,- materiële schade en € 2.500,- immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 29 mei 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 2],
te betalende som van
€4.500 (vierduizend vijfhonderd euro)(te weten €2.000,- materiële schade en €2.500,- immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 29 mei 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 3]toe tot een bedrag van
€6.525 (zesduizend vijfhonderd en vijfentwintig euro)(te weten €4.025,- materiële schade en €2.500,- immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 29 mei 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 3],
te betalende som van
€6.525 (zesduizend vijfhonderd en vijfentwintig euro)(te weten €4.025,- materiële schade en €2.500,- immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 29 mei 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 4]toe tot een bedrag van
€500,- (vijfhonderd euro)(immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 2 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening.
, te betalende som van
€500,- (vijfhonderd euro)(immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 2 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening.