ECLI:NL:RBAMS:2026:4845

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
20 mei 2026
Zaaknummer
11505952 \ CV EXPL 25-2053 (hoofdzaak) 11788788 \ CV EXPL 25-9411 (vrijwaringszaak)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:24 BWArt. 7:5 lid 1 BWArt. 7:5 lid 4 BWArt. 7:750 BWArt. 7:759 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gietvloerenspecialist moet verkleurde vloer kosteloos herstellen en gevolgschade vergoeden

De zaak betreft een overeenkomst tussen een consument en Sinck&Ko voor het aanbrengen van een alifatische PU gietvloer die binnen acht maanden sterk verkleurde. Sinck&Ko erkent het gebrek en stemt in met herstel, maar wijst aansprakelijkheid voor gevolgschade af op grond van een garantiebeding in de opdrachtbevestiging.

De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst een aanneemovereenkomst is en dat Sinck&Ko aansprakelijk is voor herstel en gevolgschade. Het beding dat gevolgschade uitsluit is een algemene voorwaarde en wordt vernietigd als onredelijk bezwarend. De gevolgschade wordt begroot op €2.860,– en toegewezen met wettelijke rente.

In de vrijwaringszaak wijst de rechtbank de vorderingen van Sinck&Ko tegen de onderaannemer af, omdat Sinck&Ko bekend was met de kleurvastheidsproblemen van het VX100-systeem. Sinck&Ko wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten in beide zaken. Het herstel van de vloer moet uiterlijk 31 december 2026 plaatsvinden, met een dwangsom bij niet-naleving.

Uitkomst: Sinck&Ko moet de verkleurde gietvloer kosteloos herstellen en de gevolgschade van €2.860,– vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummers: 11505952 \ CV EXPL 25-2053 (hoofdzaak)
11788788 \ CV EXPL 25-9411 (vrijwaringszaak)
Vonnis in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak van 21 mei 2026
in de hoofdzaak van
[eiseres],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. G.T. Mamakie (Achmea Rechtsbijstand),
tegen
SINCK&KO B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Sinck&Ko,
gemachtigde: mr. G.A. van Gorcom.
en in de vrijwaringszaak van
SINCK&KO B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Sinck&Ko,
gemachtigde: mr. T.A. Timmermans,
tegen
[gedaagde partij],
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
gemachtigden: mr. P.F.M. Verstegen en mr. D.E. Dijkshoorn.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:
- het incidenteel vonnis van 20 mei 2025,
- de conclusie van antwoord,
- de akte aanvulling producties van Sinck&Ko,
- de dagbepaling van de mondelinge behandeling.
1.2.
Het verloop van de vrijwaringsprocedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de akte aanvulling producties van [gedaagde partij]
- de dagbepaling van de mondelinge behandeling.
1.3.
De mondelinge behandeling heeft in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak gelijktijdig plaatsgevonden op 10 maart 2026. [eiseres] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Namens Sinck&Ko zijn [naam 1] , [naam 2] en haar onderscheidenlijke gemachtigden verschenen. Namens [gedaagde partij] is [naam 3] en haar bovengenoemde gemachtigden verschenen. Partijen zijn gehoord, hebben ieder pleit- en spreekaantekeningen voorgedragen en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is in beide zaken vonnis gevraagd en is de datum daarvan op vandaag bepaald.

2.De feiten in zowel de hoofdzaak als de vrijwaringszaak

2.1.
[eiseres] heeft met Sinck&Ko op 6 september 2021 een overeenkomst gesloten voor het aanbrengen van een gietvloer in haar huis in [woonplaats] op de begane grond en de eerste verdieping voor een bedrag van €12.174,31 inclusief btw. De gietvloer is een alifatische PU gietvloer met de merknaam ONE VX100.
2.2.
In de opdrachtbevestiging staat onder meer vermeld dat het totaalbedrag €12.174,31 inclusief btw is en dat de algemene voorwaarden van de Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven van toepassing is. Verder staat in de opdrachtbevestiging vermeld:
“GARANTIE
Wij verlenen een in 5 jaar afbouwende garantie op de gietvloer. Iedere aansprakelijkheid van de gebruiker voor gevolgschade is uitdrukkelijk uitgesloten. (…) Vervolgschade is o.a. uitstel verhuizing, uitstel plaatsing keuken, het eventueel uit en inhuizen, (verhuiskosten), overnachtingskosten (hotelkosten) of iets van deze aard. (…)”
2.3.
Sinck&Ko heeft vervolgens [gedaagde partij] opdracht gegeven voor het leveren van de grondstoffen en het aanbrengen van de gietvloer. De gietvloer is aangebracht in week 39 van 2021.
2.4.
Op de website van Sinck&Ko staat dat zij garandeert dat de door haar gebruikte alifatische PU gietvloer van het merk VX100 kleurecht blijft voor 50 jaar. Dit heeft Sinck&Ko ook in het verkoopgesprek met [eiseres] verklaard.
2.5.
Ongeveer acht maanden na het aanbrengen van de gietvloer zijn stevige verkleuringen opgetreden, met name daar waar de zon op valt, zoals in de serre.
2.6.
Nadat Sinck&Ko langs is geweest en de vloer heeft bekeken, heeft zij per e-mail in december 2022 een voorstel gedaan, die luidt:
“Excuses voor het lange wachten. Wij hebben tot op heden nog geen definitief uitsluitsel van onze fabrikant mogen ontvangen. (…) Wat we wel op voorhand aan jullie willen aanbieden is het volgende.
Optie 1
Het gehele oppervlak voorzien van een nieuwe gietvloer !! Voordeel is dat jullie (…) weer een volledig nieuwe vloer hebben. Nadeel is dat de kosten voor het in en uithuizen helaas niet op ons verhaald kunnen worden.
Optie 2
(…) Jullie laten de vloer voor wat deze is en aanvaarden een financiële compensatie. (…)”
2.7.
[eiseres] heeft Sinck&Ko vervolgens laten weten dat zij de vloer graag hersteld ziet, maar wel gecompenseerd wil worden voor de gevolgschade, zoals de kosten voor het verplaatsen en opslaan van de meubels en de kosten voor tijdelijk verblijf elders.
2.8.
Sinck&Ko heeft ingestemd om de vloer te herstellen, maar wijst de aansprakelijkheid voor gevolgschade af met verwijzing naar de garantievoorwaarden in de opdrachtbevestiging.
2.9.
[eiseres] en Sinck&Ko hebben vervolgens veelvuldig gecommuniceerd over met name het al dan niet vergoeden van vervolgschade.
2.10.
Op 3 mei 2023 heeft de inmiddels ingeschakelde gemachtigde van [eiseres] Sinck&Ko in gebreke gesteld. De ingebrekestelling vermeldt dat Sinck&Ko tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis, namelijk het leveren van een UV-bestendige gietvloer.
2.11.
Vervolgens is weer veelvuldig gecommuniceerd over het vergoeden, althans deels vergoeden, van de vervolgschade en de hoogte daarvan. [eiseres] heeft Sinck&Ko kostenramingen gestuurd, waaronder een van Top Expertise BV. In de rapportage van Top Expertise BV van 26 maart 2024 is de duur van het herstel voor de vloer op de begane grond op 7 dagen beraamd en zijn de kosten voor uit- en inruimen, (de)monteren van enkele meubels en opslag samen geraamd op € 2.410,– en de kosten voor tijdelijk verblijf elders op € 1.050,–, in totaal € 3.460,– incl. btw.
2.12.
De gietvloer was op het moment van de mondelinge behandeling nog niet hersteld.

3.Het geschil in de hoofdzaak

3.1.
[eiseres] vordert – samengevat – betaling van de gevolgschade die voortvloeit uit het herstel van de vloer op de begane grond, begroot op € 3.460,–, te vermeerderen met de wettelijke rente, en betaling van gedane onderzoekskosten van € 2.117,50. Verder vordert zij herstel van de gebrekkige vloer op de begane grond en zowel de buitengerechtelijke als de proceskosten.
3.2.
[eiseres] stelt dat de vloer non-conform is en dat deze hersteld moet worden. Verder roept zij de vernietiging in van het in de opdrachtbevestiging vermelde beding dat de vervolgschade uitsluit, omdat het – kort gezegd – oneerlijk, althans onredelijk bezwarend is.
3.3.
Sinck&Ko erkent dat de vloer hersteld moet worden omdat deze verkleurd is. Zij betwist dat zij ook voor gevolgschade aansprakelijk is en wijst hierbij op het beding in de opdrachtbevestiging die deze schade expliciet uitsluit.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.Het geschil in de vrijwaringszaak

4.1.
Sinck&Ko vordert – samengevat – van [gedaagde partij] om te doen of te betalen waar Sinck&Ko in de hoofdzaak voor wordt veroordeeld.
4.2.
Sinck&Ko stelt allereerst dat [gedaagde partij] te kort is geschoten in het aanbrengen van een deugdelijke alifatische PU gietvloer, zeker omdat deze wel heel snel vergeelde. Verder
4.3.
[gedaagde partij] betwist dat zij tekort is geschoten. Zij voert aan dat Sinck&Ko wist of behoorde te weten dat de vloer kon verkleuren. [gedaagde partij] had namelijk al in januari 2021 contact opgenomen met Sinck&Ko dat ze niet langer kan instaan voor de kleurvastheid van dit type vloeren. Verder is de aansprakelijkheid voor vervolgschade in de algemene voorwaarden uitgesloten.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling in de hoofdzaak

Het herstel van de gietvloer
5.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat de gietvloer op de begane grond sterk is verkleurd. [eiseres] vordert dat de vloer op de begane grond kosteloos wordt hersteld en Sinck&Ko heeft ook op de zitting herhaald daar aan te willen voldoen. Het gevorderde is dan ook toewijsbaar. Op de zitting zijn tussen [eiseres] , Sinck&Ko en [gedaagde partij] afspraken gemaakt over wanneer de gietvloer hersteld kan worden. Dit zal in ieder geval voor het einde van het jaar plaatsvinden, zodat de kantonrechter de dwangsom oplegt als hieronder vermeld.
Moet de gevolgschade vergoed worden volgens de regels van consumentenkoop?
5.2.
[eiseres] heeft allereerst gesteld dat de gevolgschade vergoed moet worden op grond van artikel 7:24 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Volgens haar is de overeenkomst aan te merken als een gemengde consumentenkoop- en aanneemovereenkomst als bedoeld in artikel 7:5 lid 4 BW Pro. Omdat niet ten nadele van de consument afgeweken mag worden van deze bepalingen, volgt vergoeding van de gevolgschade van herstel van de non-conforme vloer rechtstreeks uit de wet, aldus [eiseres] . Sinck&Ko betwist dat de overeenkomst is aan te merken als een gemende consumentenkoop- en aannemingsovereenkomst.
5.3.
Als op de zitting al met partijen is besproken, voldoet de overeenkomst niet aan de definitie van een consumentenkoop in artikel 7:5 lid 1 onder Pro a BW. Volgens de definitie moet de koop dan onder meer betrekking hebben op een roerende zaak. Een gietvloer is na aanleg duurzaam met het huis verenigd, zodat het deel van een onroerende zaak is geworden.
5.4.
Wel is de overeenkomst als aanneemovereenkomst als bedoeld in artikel 7:750 aan Pro te merken.
Moet de gevolgschade vergoed worden op grond van de aanneemovereenkomst?
5.5.
Op grond van artikel 7:759 BW Pro in samenhang met artikel 6:74 en Pro verder BW is de aannemer – naast herstel van gebreken in het werk na oplevering – ook aansprakelijk voor schade ten gevolge van ondeugdelijke oplevering. Tussen [eiseres] en Sinck&Ko is niet in geschil dat de alifatische PU gietvloer van het merk VX100 al snel niet kleurvast is gebleken, terwijl Sinck&Ko dat wel gegarandeerd had. Daaruit volgt dat de vloer ondeugdelijk is opgeleverd, wat betekent dat Sinck&Ko naast herstel van de vloer in beginsel ook aansprakelijk is voor de gevolgschade. Over die gevolgschade stelt [eiseres] dat dit de kosten zijn voor het weer ontruimen van de vloer en voor het enige dagen niet kunnen gebruiken van het huis.
5.6.
Sinck&Ko heeft gesteld dat zij niet aansprakelijk is voor gevolgschade, omdat zij in de opdrachtbevestiging die schade heeft uitgesloten. [eiseres] betwist dat. Volgens haar is dat een oneerlijk beding in een algemene voorwaarden, die zij heeft vernietigd.
5.7.
Sinck&Ko voert aan dat het beding (zie onder 2.2) geen algemene voorwaarde is, omdat het niet in de algemene voorwaarden staat, maar in de opdrachtbevestiging. De kantonrechter volgt dit niet. Een beding is geen algemene voorwaarde, omdat het in een stuk is opgenomen dat de titel “Algemene voorwaarden” draagt. Op grond van artikel 6:231 BW Pro – voor zover relevant – is een algemene voorwaarde een beding dat is opgesteld om in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen. Sinck&Ko heeft niet betwist dat zij deze voorwaarde vaker hanteert, te meer omdat zij op de zitting heeft verklaard dat meer gelijksoortige zaken als deze spelen. Evenmin is gesteld of is gebleken dat [eiseres] en Sinck&Ko over dit beding onderhandeld hebben. Daarmee is het garantiebeding, opgenomen in de opdrachtbevestiging een algemene voorwaarde.
5.8.
[eiseres] heeft verder terecht aangevoerd dat in consumentenovereenkomsten het uitsluiten van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding, hier de gevolgschade, vermoed wordt een onredelijk bezwarend beding te zijn. Het komt namelijk voor op de zogenoemde grijze lijst van artikel 6:237 onder Pro f BW. Onbetwist is dat [eiseres] een consument is.
5.9.
Sinck&Ko heeft tegen dit vermoeden aangevoerd dat Sinck&Ko een redelijk belang heeft om de aansprakelijkheid voor vervolgschade uit te sluiten, omdat deze ten opzichte van de aanneemsom hoog is. Daarbij wordt de consument er expliciet op gewezen in de opdrachtbevestiging.
5.10.
Ter zitting is Sinck&Ko gevraagd welk redelijk belang zij heeft bij het hanteren van dit beding. Sinck&Ko heeft daarop verklaard dat in het beding duidelijk benoemd is dat in- en uitruimkosten en hotelkosten worden uitgesloten. Daarmee heeft Sinck&Ko het vermoeden van onredelijkheid van dit beding niet weggenomen. Het benoemen wat uitgesloten wordt, wil namelijk nog niet zeggen dat daar ook een redelijke reden voor bestaat. Evenmin heeft Sinck&Ko uit kunnen leggen waarom de aanneemprijs niet verhoogd kan worden om het eventuele risico op dit soort van gevolgschade te dekken. Ook het expliciet wijzen op het uitsluiten van aansprakelijkheid voor gevolgschade is op zichzelf geen redelijk belang om een dergelijk beding te hanteren. Het gevolg daarvan is dat het beding in de opdrachtbevestiging onder Garantie waarin de gevolgschade wordt uitgesloten, onredelijk bezwarend is. Daarmee is het beding vernietigbaar op grond van artikel 6:233 onder Pro a BW.
5.11.
[eiseres] heeft het beding in ieder geval met de dagvaarding vernietigd, zodat het geen gelding meer heeft tussen [eiseres] en Sinck&Ko. Verder heeft [eiseres] Sinck&Ko in gebreke gesteld voor onder meer de gevolgschade. Dat betekent dat Sinck&Ko aansprakelijk is voor de gevolgschade bij het herstel van de gietvloer. Sinck&Ko heeft niet, althans onvoldoende betwist dat het uit- en inhuizen, het demonteren en monteren van enkele meubelstukken en het tijdens het werk elders moeten verblijven in verband staan met het herstel van de gebrekkige gietvloer, zodat deze als schadeposten aangemerkt kunnen worden.
5.12.
[eiseres] heeft ter onderbouwing van de hoogte van de schade een rapportage van Top Expertise BV overgelegd. Sinck&Ko heeft de hoogte van enkele posten betwist, waaronder dat zeven dagen nodig voor herstel. Volgens haar kan de vloer veel eerder weer betreden worden.
5.13.
[gedaagde partij] heeft op de zitting ook verklaard dat geen zeven dagen nodig is voor herstel en het weer beloopbaar zijn van de vloer. Volgens haar is daar drie dagen voor nodig, twee dagen voor leggen en uitharden en een dag marge. Dat betekent dat het bedrag voor verblijf elders daarmee evenredig omlaag kan, wat neerkomt op 3/7 * €1.050,– = € 450,–. Voor het overige heeft [eiseres] met de rapportage de voorlopige kosten voor de schadeposten afdoende onderbouwd begroot.
5.14.
Sinck&Ko heeft verder aangevoerd dat [eiseres] deels eigen schuld heeft omdat zij eerder op basis van ander rapport een hoger schadebedrag vroeg. Wat hier ook van zij, daarmee heeft zij nog geen eigen schuld aan het ontstaan van de schade zelf, want die is het gevolg van de verkleuring van de vloer. Ook heeft Sinck&Ko aangevoerd dat [eiseres] voordeel heeft vanwege een geheel nieuwe vloer en stelt ze dat sprake is van schuldeisersverzuim. De kantonrechter constateert dat [eiseres] vrij snel nadat de vloer was aangebracht heeft geklaagd, maar dat het herstel al enkele jaren op zich laat wachten, enkel en alleen vanwege de discussie over de gevolgkosten. Daarmee is het voornamelijk aan de houding van Sinck&Ko te wijten dat het geschil al zolang sleept en daarmee ook dat [eiseres] na al die tijd een nieuwe vloer krijgt waarvan de levensduur opnieuw aanvangt. Verder is geen schuldeisersverzuim ingetreden alleen omdat een voorstel om het geschil in de minne te regelen wordt afgewezen, zeker als het aangeboden bedrag ver ligt van wat verzocht wordt.
5.15.
Uit het voorgaande volgt dat de voorlopig begrote gevolgschade van € 2.860,– (= € 2.410,– aan (de)montage en verhuiskosten + € 450,– aan verblijfkosten) toewijsbaar is.
5.16.
[eiseres] heeft wettelijke rente over dit bedrag gevorderd, waar Sinck&Ko geen gronden tegen heeft aangevoerd. Omdat deze rente volgt uit de wet, wordt dit toegewezen. Omdat de gevolgschade pas intreedt wanneer daadwerkelijk kosten gemaakt worden voor het uit- en inhuizen, monteren en demonteren, opslag en verblijf elders, is de wettelijke rente pas verschuldigd als niet binnen 14 dagen na aanschrijven betaald wordt.
Kosten rapportage
5.17.
Sinck&Ko betwist dat de kosten voor de rapportage van Top Expertise BV voor haar rekening moeten komen. Gelet op de duur van de discussie tussen beide partijen – ongeveer twee jaar – waarbij de hoogte van de gevolgschade meermaals een onderwerp in de discussie waren, heeft de gemachtigde van [eiseres] Top Expertise BV benaderd voor een rapportage over onder meer de hoogte van de gevolgschade. Deze rapportage is ook de basis waarop [eiseres] haar schadebedrag heeft gevorderd. Daarmee zijn de kosten voor deze rapportage toewijsbaar. Het enkele feit dat er een eerdere begroting met een hoger schadebedrag is gepresenteerd, maakt niet dat de kosten voor een latere rapportage met een meer realistische begroting buiten beschouwing moeten blijven.
Buitengerechtelijke kosten en proceskosten
5.18.
[eiseres] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 875,–, omdat de gemachtigde diverse pogingen heeft gedaan om buiten rechte tot een oplossing te komen. Vastgesteld wordt dat veelvuldig tussen de gemachtigden van [eiseres] en Sinck&Ko is gecorrespondeerd, wat voor de gemachtigde van [eiseres] verder gaat dan de enkele werkzaamheden ter voorbereiding van een procedure. Omdat het toegewezen bedrag lager is dan gevorderd, worden de buitengerechtelijke kosten bepaald op € 531,19 inclusief btw, op basis van het tarief voor buitengerechtelijke incassokosten. Deze worden dan ook toegewezen.
5.19.
Sinck&Ko is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
147,43
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
900,00
(2,5 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.448,43

6.De nadere feiten in de vrijwaringszaak

6.1.
[gedaagde partij] realiseert sinds 2009 als onderaannemer regelmatig onder meer gietvloeren voor Sinck&Ko.
6.2.
[gedaagde partij] heeft in januari 2013 met Sinck&Ko contact opgenomen dat het VX100-vloersysteem meer verkleurde dan verwacht. Sinck&Ko antwoordt op 17 januari 2013 dat het hun duidelijk is.
6.3.
In januari 2021 heeft [gedaagde partij] Sinck&Ko nogmaals op de hoogte gebracht dat geen garantie meer gegeven kan worden dat vloeren van het VX100-systeem niet verkleuren.
6.4.
In de algemene voorwaarden die [gedaagde partij] hanteert, staat in artikel 13 lid Pro 1dat buiten expliciet overeengekomen garanties, gegarandeerde resultaten of kwaliteitseisen, geen aansprakelijkheid wordt aanvaard. In lid 2 staat dat alleen directe schade wordt aanvaard en geen gevolgschade.
6.5.
Sinck&Ko heeft [gedaagde partij] mondeling opdracht gegeven voor het aanleggen van de gietvloer bij [eiseres] .

7.De beoordeling in de vrijwaringszaak

7.1.
[gedaagde partij] verweert zich allereest met de stelling dat zij Sinck&Ko heeft gewaarschuwd dat het VX100-vloersysteem niet kleurvast is. Dat Sinck&Ko alsnog de vloer als kleurvast aan heeft geboden aan [eiseres] , komt dan ook niet voor haar rekening, aldus [gedaagde partij] .
7.2.
Sinck&Ko heeft niet, althans onvoldoende betwist dat zij deze waarschuwing in zowel in 2013 als begin 2021 van [gedaagde partij] gekregen had. Dat betekent dat Sinck&Ko in ieder geval een half jaar voordat zij een met [eiseres] de overeenkomst is aangegaan, bekend was dat zij haar aanprijzingen over een 50 jaar kleurvaste gietvloer niet waar kon maken. Daaruit volgt dat [gedaagde partij] niet aansprakelijk is voor (gevolg)schade die voortkomt uit een door Sinck&Ko aan [eiseres] gedane toezegging dat een gietvloer van het VX100-systeem niet verkleurt.
7.3.
De vraag is vervolgens of [gedaagde partij] daadwerkelijk de opgedragen gietvloer van het VX100-systeem heeft aangelegd. Sinck&Ko stelt namelijk dat [gedaagde partij] toerekenbaar te kort is geschoten, omdat zij een verkeerde gietvloer heeft aangebracht. Volgens Sinck&Ko is de vloer wel héél snel verkeurd, zodat waarschijnlijk geen kleurvaste alifatische van het VX100-systeem, maar een goedkopere kleuronvaste aromatische gietvloer is gebruikt. [gedaagde partij] betwist dit.
7.4.
Omdat Sinck&Ko onvoldoende concreet heeft gemotiveerd of onderbouwd dat een andere gietvloer dan het VX100-systeem is gelegd, komt dat niet vast te staan. Met [gedaagde partij] wordt namelijk geoordeeld dat Sinck&Ko was gewaarschuwd dat ook het VX100-systeem niet kleurvast is. Verder heeft Sinck&Ko op de zitting verklaard dat met een eenvoudige hardheidsmeting vastgesteld kan worden welke vloer bij [eiseres] ligt. Gelet op de tijdsduur van dit (vrijwarings)geschil, had van Sinck&Ko verlangd kunnen worden om deze stelling met tenminste een eenvoudige hardheidsmeting te onderbouwen.
7.5.
Uit het voorgaande volgt dat de vrijwaringsvorderingen worden afgewezen.
7.6.
Sinck&Ko is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde partij] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
864,00
7.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
8. De beslissing
De kantonrechter
in de hoofdzaak
8.1.
veroordeelt Sinck&Ko om de gebrekkige vloer op de begane grond kosteloos en deugdelijk te herstellen uiterlijk voor 31 december 2026 op straffe van een dwangsom van € 50,– per dag met een maximum van € 2.500,– voor iedere dag dat Sinck&Ko hiermee in gebreke blijft,
8.2.
veroordeelt Sinck&Ko om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 2.860,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, vanaf veertien dagen na aanschrijving, tot de dag van volledige betaling,
8.3.
veroordeelt Sinck&Ko om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 531,19 inclusief btw aan buitengerechtelijke kosten,
8.4.
veroordeelt Sinck&Ko in de proceskosten van € 1.448,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Sinck&Ko niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
8.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
8.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de vrijwaringszaak
8.7.
wijst de vorderingen van Sinck&Ko af,
8.8.
veroordeelt Sinck&Ko in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Sinck&Ko niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
8.9.
veroordeelt Sinck&Ko tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
8.10.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Otten en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026.
761