Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5145

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
13-035836-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Nederlandse verdachte op basis van Europees aanhoudingsbevel uit Finland

De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 mei 2026 het verzoek tot overlevering van een in Nederland verblijvende verdachte aan Finland op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Finse autoriteiten. De verdachte, die de Nederlandse nationaliteit bezit en in Nederland woont, werd verdacht van oplichting, een lijstfeit waarvoor in Finland een gevangenisstraf van ten minste drie jaar staat.

De verdachte beriep zich op de terugkeergarantie van artikel 6 van Pro de Overleveringswet (OLW), omdat hij sterke banden met Nederland heeft en zijn straf hier wil uitzitten. De Finse autoriteiten gaven een schriftelijke garantie dat de opgeëiste persoon, indien veroordeeld, zijn straf in Nederland mag ondergaan. De rechtbank achtte deze garantie voldoende en stelde vast dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet.

De rechtbank wees geen weigeringsgronden aan de overlevering aan en besloot de overlevering toe te staan. Tevens werd op verzoek van de raadsman de uitspraakdatum uitgesteld zodat de verdachte zijn laatste staatsexamen kon afleggen. De overleveringsdetentie werd voor één dag geschorst om deelname aan het examen mogelijk te maken. De verdachte hoeft niet bij de uitspraak aanwezig te zijn en moet zich de volgende dag melden voor overbrenging naar detentie ten behoeve van de overlevering.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Finland toe met een garantie dat de straf in Nederland kan worden uitgezeten en schorst de overleveringsdetentie voor één dag voor het staatsexamen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-035836-26
Datum uitspraak: 26 mei 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 27 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 12 januari 2026 door
the National Prosecution Authority / Prosecution District of Southern Finland, Finland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres 1] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 april 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting van 26 mei 2026 - na instemming van partijen - enkelvoudig gesloten en direct uitspraak gedaan.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
decision in the matter of remandvan
the Helsinki District Courtvan
18 november 2025, met kenmerken PK 25/1863; No 25/4782.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Fins recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
oplichting.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Finland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn belangen in Nederland gevestigd. [4] Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat hij, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 23 maart 2026 de volgende garantie gegeven:

Person to be surrendered: ( [opeëiste persoon] , [geboortedag] .2003)
With reference to your enquiry, I confirm that section 59 of the Finnish Act on the Extradition on the Basis of an Offence Between Finland and Other Member States of the European Union provides that the conditions attached to the decision on extradition in accordance with the framework decision shall be complied with in respect of a person extradited to Finland. This provision binds all the Finnish authorities. If a person is extradited to Finland for prosecution on the condition that, at his request, he will be allowed to serve in the Netherlands unconditional and irrevocable prison sentence imposed on him in Finland after the surrender, the Finnish authorities are obliged to comply with such a condition.
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Verzoek tot uitstel van de datum van de uitspraak

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de datum van de uitspraak uit te stellen tot 26 mei 2026. De opgeëiste persoon is namelijk bezig met het staatsexamen VWO en in de middag van 26 mei 2026 heeft hij zijn laatste staatsexamen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat onderbouwd is dat het laatste examen van de opgeëiste persoon op 26 mei 2026 is. Die omstandigheid vormt echter geen grond voor het verlengen van de beslistermijn, als die datum niet binnen de beslistermijn van 90 dagen valt.
De rechtbank heeft al op de zitting het verzoek van de raadsman toegewezen. De rechtbank acht in het belang van de opgeëiste persoon, mede in het licht van zijn resocialisatie, dat hij aan het laatste onderdeel van het staatsexamen op 26 mei 2026 kan deelnemen. De rechtbank schorst daarom de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met onmiddellijke ingang voor de duur van één dag, te weten 26 mei 2026, zodat hij de gelegenheid heeft om deel te nemen aan zijn laatste staatsexamen op 26 mei 2026. Om die reden heeft de rechtbank aan de opgeëiste persoon op zitting meegedeeld dat hij, in afwijking van de hem opgelegde schorsingsvoorwaarden, niet bij de uitspraak op 26 mei 2026 aanwezig hoeft te zijn. De opgeëiste persoon moet zich met een tas met eerste benodigdheden op 27 mei 2026 tussen 09:00 uur en 10:00 uur melden bij het politiebureau [adres 2] teneinde ingesloten te worden en overgeplaatst te worden naar een huis van bewaring ten behoeve van de feitelijke overlevering.

8.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opeëiste persoon]aan
the National Prosecution Authority / Prosecution District of Southern Finland(Finland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB;
BEVEELTde schorsing van de overleveringsdetentie van
[opeëiste persoon]met onmiddellijke ingang voor de duur van één dag, namelijk
26 mei 2026, zodat de opgeëiste persoon de gelegenheid heeft om deel te nemen aan zijn laatste staatsexamen op 26 mei 2026. Dit bevel is afzonderlijk opgemaakt.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. E.M. de Bie en W.A.J.P. van den Reek, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 mei 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (