Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5170

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
12029735 \ CV EXPL 25-17836
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 AuteurswetArt. 25 AuteurswetArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schending auteursrecht door publicatie foto zonder toestemming en naamsvermelding

Eiser, een professioneel fotograaf, stelde dat gedaagde zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten had geschonden door een foto zonder toestemming en naamsvermelding op haar website te publiceren. Gedaagde voerde verweer dat zij mogelijk rechtmatig beschikte over de foto via beeldbanken en betwistte de auteursrechtelijke bescherming en de hoogte van de schadevergoeding.

De rechtbank oordeelde dat de foto auteursrechtelijk beschermd is en dat gedaagde zonder toestemming en naamsvermelding inbreuk heeft gemaakt op de rechten van eiser. Het verweer dat gedaagde niet bewust handelde, werd verworpen omdat aansprakelijkheid ook zonder verwijt bestaat.

De schadevergoeding werd vastgesteld op tweemaal de licentievergoeding van €250,00, zijnde €500,00, plus €125,00 voor de inbreuk op persoonlijkheidsrechten. Daarnaast werd wettelijke rente toegewezen vanaf 17 juni 2024 en een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van €93,75. Gedaagde werd tevens veroordeeld in de proceskosten van €715,25 plus kosten van betekening.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €625 schadevergoeding, rente, incassokosten en proceskosten wegens auteursrechtinbreuk.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12029735 \ CV EXPL 25-17836
Vonnis van 19 mei 2026
in de zaak van
[eiser] (H.O.D.N. [bedrijf 1]),
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. J. Minkema
tegen
[gedaagde] (TEVENS H.O.D.N. [bedrijf 2]),
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
vertegenwoordigd door A.K.T. Wallet.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 december 2025,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is een professioneel fotograaf en is financieel afhankelijk van de verkoop van de rechten op zijn foto’s. [eiser] heeft de als productie 2 overgelegde foto van een 538-Koningsdagbezoekster (hierna: ‘de foto’) gemaakt.
2.2.
[gedaagde] beheert de website [website] (hierna: de website).
2.3.
Op 27 februari 2022 heeft [gedaagde] de foto op de website gepubliceerd, zonder toestemming en naamsvermelding van [eiser].
2.4.
Op 17 juni 2024 heeft [eiser] [gedaagde] gesommeerd de foto op de website te verwijderen en een schadevergoeding te betalen. Op 2 en 26 juli 2024 heeft [eiser] dit nogmaals per e-mail gedaan.
2.5.
[gedaagde] heeft de foto op enig moment van de website verwijderd.
2.6.
De gemachtigde van [eiser] heeft op 6 mei 2025 [gedaagde] (per aangetekende post) aangeschreven en haar nogmaals aansprakelijk gesteld voor de schade.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 625,00 aan schadevergoeding, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eiser] legt daaraan het volgende ten grondslag. Door de foto zonder toestemming en naamsvermelding van [eiser] te publiceren heeft [gedaagde] een inbreuk gemaakt op zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten. [eiser] heeft daardoor schade geleden. Omdat [gedaagde] in verzuim is met vergoeding van deze schade, maakt [eiser] ook aanspraak op rente en kosten.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] maakt gebruik van meerdere beeldbanken en het is niet uit te sluiten dat zij de foto rechtmatig heeft verkregen. [gedaagde] heeft in ieder geval niet bewust of verwijtbaar een inbreuk gemaakt op de rechten van [eiser]. Verder heeft [gedaagde] nimmer de gestelde correspondentie van [eiser] ontvangen. Bij conclusie van dupliek heeft [gedaagde] nog betwist dat de foto auteursrechtelijk is beschermd, dat de gevorderde schadevergoeding onredelijk is dan wel het karakter van een boete aanneemt en dat de overgelegde factuur een gecreëerd bewijsstuk is.

4.De beoordeling

4.1.
Het verweer dat [eiser] niet heeft onderbouwd dat de foto auteursrechtelijk is beschermd, heeft [gedaagde] pas bij dupliek gevoerd, terwijl zij in haar antwoord er zelf nog van uitging dat op de foto wel auteursrecht rustte. Dat [eiser] in deze procedure niet uiteengezet heeft welke creatieve keuzes hij heeft gemaakt bij het maken van de foto, zoals [gedaagde] bij dupliek heeft aangevoerd, kan hem dan ook niet worden tegengeworpen. Het is dan al ten overvloede dat wordt overwogen dat de kantonrechter geen aanleiding heeft om te twijfelen aan de stelling van [eiser] dat op de foto een auteursrecht rust. [eiser] heeft deze foto heeft gemaakt als professioneel fotograaf en de foto is als illustratie ook daadwerkelijk gepubliceerd. Er is verder duidelijk sprake van een bewust gekozen hoek en focus die de foto een eigen, oorspronkelijk karakter geeft.
4.2.
Op grond van artikel 5 van Pro de Auteurswet is het auteursrecht een uitsluitend recht van de maker om een werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Op grond van artikel 25 van Pro de Auteursrecht heeft [eiser] ook het recht zich te verzetten tegen openbaarmaking van de foto zonder vermelding van zijn naam. Dat [gedaagde] mogelijkerwijs wel toestemming had omdat zij gebruik maakt van beeldbanken is onvoldoende concreet om aan te nemen dat zij beschikte over toestemming. Dit betekent dat [gedaagde] door de foto zonder toestemming en naamsvermelding van [eiser] te publiceren op haar website, een inbreuk heeft gemaakt op [eiser] zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten. Overigens is hierbij niet relevant dat [gedaagde] dit niet bewust heeft gedaan. Ook dan is er sprake van een schending. Dit betekent dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden schade.
4.3.
Bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding die [eiser] toekomt wegens een inbreuk op zijn auteursrecht, moet in eerste instantie als uitgangspunt worden genomen de licentievergoeding die betaald had moeten worden indien wel om toestemming voor plaatsing zou zijn gevraagd. [eiser] heeft gemotiveerd gesteld dat hij voor het gebruik van dezelfde foto een honorarium vraagt van € 250,00. In dit geval heeft [gedaagde] echter geen toestemming gevraagd, zodat [eiser] heeft aangevoerd dat hij daardoor tevens schade lijdt door verlies van controle over het werk, de aantasting van de exclusiviteit en vermindering van exploitatiemogelijkheden. [eiser] hanteert daarom bij zijn contractspartners algemene voorwaarden die bepalen dat hij in dat geval recht heeft op een vergoeding van driemaal de licentievergoeding, hoewel [eiser] in deze procedure de schade beperkt tot tweemaal de vergoeding, te weten € 500,00. Dit bedrag komt de kantonrechter niet onredelijk voor. Door [gedaagde] is ook niet gemotiveerd onderbouwd aangegeven waarom dit bedrag wel onredelijk zou zijn. De schade wordt daarom door de kantonrechter hierop vastgesteld.
4.4.
[eiser] vordert daarnaast schade vanwege de inbreuk op zijn persoonlijkheidsrechten omdat de naamsvermelding bij de foto ontbrak en hij niet kon bepalen waar de foto werd gepubliceerd. [eiser] begroot de schade op € 125,00 te weten 25% van het misgelopen honorarium. De kantonrechter acht het gevorderde bedrag gebruikelijk en passend.
4.5.
Het voorgaande betekent dat de vordering tot betaling van € 625,00 toewijsbaar is.
4.6.
De gevorderde wettelijke rente vanaf 17 juni 2024 over het schadebedrag is als onbetwist en gegrond op de wet toewijsbaar.
4.7.
[eiser] vordert verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat hij buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft verricht. Aan het verweer van [gedaagde] dat zij geen correspondentie heeft ontvangen, gaat de kantonrechter namelijk voorbij. [eiser] heeft een afschrift van de aangetekende brief van 6 mei 2025 overgelegd, waaruit volgt dat deze niet door [gedaagde] op het postkantoor is afgehaald. Dat zij geen kennis heeft kunnen nemen van de brief, is dan ook een omstandigheid die voor haar rekening komt. Bovendien heeft [gedaagde] niet weersproken dat de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] nadien ook telefonisch heeft gesproken waarna hij de brief nogmaals aan [gedaagde] heeft toegestuurd. De gevorderde vergoeding voldoet aan het Besluit, zodat een bedrag van € 93,75 wordt toegewezen.
4.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,25
- griffierecht
233,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
715,25

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een schadevergoeding van € 625,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 17 juni 2024 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 93,75 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 715,25, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.
58984