Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5182

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
13-054609-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens diefstal met braak

De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 mei 2026 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Spaanse justitiële autoriteit. De verdachte, geboren in 2003 in Spanje, was op juiste wijze opgeroepen maar verscheen niet; zijn advocaat was wel aanwezig maar niet gemachtigd om namens hem te spreken.

De rechtbank stelde de identiteit van de verdachte vast en bevestigde dat hij de Spaanse nationaliteit bezit. Het EAB betrof een aanhoudingsbevel wegens een strafbaar feit onder Spaans recht, te weten diefstal waarbij braak is gepleegd. De rechtbank beoordeelde dat aan het vereiste van dubbele strafbaarheid was voldaan, aangezien het feit ook onder Nederlands recht strafbaar is en de strafdreiging ten minste twaalf maanden gevangenisstraf bedraagt.

Er werden geen weigeringsgronden gevonden die de overlevering in de weg staan. De rechtbank verlengde de termijn voor uitspraak met 30 dagen en bepaalde de voorlopige gevangenhouding met schorsing tot uitspraak. Uiteindelijk besloot de rechtbank de overlevering toe te staan, conform de bepalingen van de Overleveringswet en het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Spanje toe wegens diefstal met braak.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-054609-26
Datum uitspraak: 26 mei 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 3 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 17 februari 2026 door de
judicial seat no. 5 of the criminal section of the trial court of Zaragoza, Spanje, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats] (Spanje),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 mei 2026, in aanwezigheid van mr. J. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is, ofschoon op de juiste wijze opgeroepen, niet verschenen. Zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort, is wel op de zitting verschenen. De raadsvrouw heeft medegedeeld dat zij niet door de opgeëiste persoon is gemachtigd om namens hem het woord te voeren.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
2. Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Spaanse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB – in samenhang gelezen met het A-formulier – vermeldt een aanhoudingsbevel uitgevaardigd door
the Plaza No 5 de la Seccion de lo Penal del Tribunal de Instancia de Zaragoza. Uit de aanvullende informatie van 7 april 2026 blijkt dat dit aanhoudingsbevel is uitgevaardigd op 16 februari 2026.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Spaans recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. [3]

4.Strafbaarheid

Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd – voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsartikelen

Artikel 311 Wetboek Pro van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan de
judicial seat no. 5 of the criminal section of the trial court of Zaragoza, Spanje, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. WA.J.P. van den Reek, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. D. Kloos en E.H. Wisgerhof, griffiers.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 mei 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.