Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Sąd Okręgowy in Kielce, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
issued by the court Sąd Rejonowy in Kielce dated on 29 October 2014(referentie: II K 680/14)
, it was ordered to execute the sentence with conditional suspension on the basis of the judgement issued by the court Sąd Rejonowy in Kielce dated on 14 May 2015(referentie: XIII Ko 1890/15)
.
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Sąd Rejonowy in Kielcevan 29 oktober 2014, met kenmerk II K 680/14, moet aan artikel 12 worden Pro getoetst. Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon niet in persoon aanwezig is geweest bij de zitting die tot dit vonnis heeft geleid. Volgens de informatie uit het EAB zou de opgeëiste persoon in persoon zijn opgeroepen. Niet duidelijk is op welke wijze deze oproeping is geschied. Uit het EAB en de aanvullende informatie blijkt niet ondubbelzinnig dat de opgeëiste persoon daadwerkelijk kennis had van de datum en plaats van de zitting en of hij vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.
Sąd Rejonowy in Kielcevan 29 oktober 2014, met kenmerk II K 680/14, aanvankelijk in voorwaardelijke vorm aan de opgeëiste persoon opgelegd. Bij beslissing van
the court Sąd Rejonowy in Kielcevan 14 mei 2015 is de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen.
5.Strafbaarheid
6.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
C.J. [8] over het opvragen van het certificaat en het veroordelende vonnis en de omstandigheid dat de wetgever artikel 6a OLW op dit punt (nog) niet heeft gewijzigd, is de rechtbank van oordeel dat hier sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW. Om die reden zal de rechtbank de beslistermijn met 60 dagen verlengen onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
7.Beslissing
28 juli 2026opnieuw op zitting moet worden gepland;