De rechtbank Amsterdam heeft op 27 mei 2026 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Kantongerecht Soltau, Duitsland. Het EAB betreft de aanhouding en overlevering van een Zweedse verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, die wordt verdacht van illegale handel in verdovende middelen.
Tijdens de zitting van 13 mei 2026 was de verdachte aanwezig en bijgestaan door zijn advocaat en een tolk. De rechtbank heeft de beslistermijn met 30 dagen verlengd en de gevangenneming bevolen. De verdachte heeft zijn identiteit bevestigd en erkend Zweedse nationaliteit te bezitten.
Het strafbare feit is een lijstfeit zoals opgenomen in bijlage 1 van de Overleveringswet (OLW), waardoor een onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft. De rechtbank concludeert dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat er geen weigeringsgronden zijn. Daarom wordt de overlevering toegestaan.
De uitspraak is gedaan door de voorzitter en twee rechters, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.