Eiser vroeg op 26 augustus 2024 een VOG P aan voor een functie bij een bedrijf, maar deze werd door verweerder afgewezen vanwege justitiële gegevens binnen een verlengde terugkijktermijn. Eiser stelde dat zijn persoonlijke belangen en positieve ontwikkeling sinds zijn laatste veroordeling in 2009 zwaarder wegen dan het maatschappelijke risico. Hij is sinds 2009 vrij van verslaving en heeft zich als ervaringsdeskundige ingezet bij diverse opdrachtgevers.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het objectieve criterium toepaste, maar onvoldoende rekening hield met de persoonlijke omstandigheden van eiser. De positieve maatschappelijke terugkeer, het herstel van verslaving en het werk als ervaringsdeskundige zijn niet adequaat meegewogen. Verweerder heeft niet voldoende gemotiveerd waarom het recidiverisico nog te hoog zou zijn.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en beveelt verweerder om de VOG P te verlenen. Tevens worden de proceskosten en het griffierecht aan eiser toegewezen. De uitspraak is gedaan op 21 mei 2026 door rechter C.A.R. Bleijendaal.