ECLI:NL:RVS:2021:1855
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Raad van State wijst bezwaar af tegen weigering VOG aan ex-gedetineerde zelfstandige trainer bij DJI
De zaak betreft de afwijzing van een aanvraag voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) door een ex-gedetineerde die als zelfstandige werkzaam is als trainer en coach bij onder meer de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). De minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag af op basis van een uitgebreide terugkijktermijn vanwege eerdere ernstige veroordelingen, waaronder moord en wapendelicten, en een subjectieve belangenafweging waarbij het risico voor de samenleving zwaarder werd geacht dan het belang van de appellant.
De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat de minister zich redelijkerwijs op dit standpunt kon stellen, mede vanwege de hoge integriteitseisen van de functie. De appellant stelde in hoger beroep dat zijn rol als ervaringsdeskundige en zijn positieve ontwikkeling sinds zijn vrijlating onvoldoende waren meegewogen, en dat de minister het persoonlijke belang en de werkzaamheden zonder VOG onvoldoende had betrokken.
De voorzieningenrechter van de Raad van State constateerde een motiveringsgebrek in het besluit op bezwaar, omdat de minister onvoldoende had toegelicht waarom het risico voor de samenleving onvoldoende was afgenomen ondanks de positieve persoonlijke omstandigheden en het lage recidiverisico volgens de reclassering. De minister werd opgedragen het besluit binnen zes weken te herzien en beter te motiveren. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het geschil spoedig kon worden beslecht en de appellant zijn werkzaamheden nog kon voortzetten.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij VOG-aanvragen, waarbij niet alleen justitiële antecedenten maar ook persoonlijke omstandigheden en het belang van de aanvrager meegewogen moeten worden, zeker bij functies met een bijzondere context zoals ervaringsdeskundigheid binnen DJI.
Uitkomst: Minister moet besluit op bezwaar over VOG-aanvraag beter motiveren; verzoek voorlopige voorziening afgewezen.