ECLI:NL:RBAMS:2026:5506

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
12193907 CV EXPL 26-5836
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit Gemeentelijke SchuldhulpverleningRichtlijn 93/13 EGArt. 555 RvArt. 444 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand met proceskostenveroordeling

Eisende partij Heimstaden Max B.V. vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de zelfstandige woonruimte, alsmede betaling van de huurachterstand en nevenvorderingen. Gedaagde verschijnt niet, verstek wordt verleend.

De kantonrechter toetst ambtshalve de huurovereenkomst aan Richtlijn 93/13 EG inzake oneerlijke bedingen, waarbij kernbedingen zoals huurprijs en servicekosten buiten toetsing blijven. De huurprijs is niet geliberaliseerd. Bepalingen over incassokosten en rente zijn niet oneerlijk en eisende partij kan aanspraak maken op wettelijke regelingen.

De buitengerechtelijke incassokosten worden gematigd tot €854,28. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op twee weken. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €8.275,50 aan huur, €854,28 incassokosten, €186,20 wettelijke rente, en maandelijkse huur vanaf 1 april 2026 tot ontruiming. Tevens worden proceskosten toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en betaling van huurachterstand, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 12193907 CV EXPL 26-5836
vonnis van: 26 mei 2026
fno.: 506

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Heimstaden Max B.V.
gevestigd te Amsterdam
eisende partij
gemachtigde: mr. M.J. Schapendonk
t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
niet verschenen

Verloop van de procedure

Eisende partij heeft gedaagde partij gedagvaard. Gedaagde partij is niet verschenen. Tegen gedaagde partij is verstek verleend. De datum voor vonnis is bepaald op vandaag.

Gronden van de beslissing

1. Eisende partij vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde alsmede betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.
Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
2. De kantonrechter heeft vastgesteld dat eisende partij heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen
3. In deze procedure gaat het om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Als er oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst of de algemene voorwaarden staan, moet de kantonrechter deze buiten toepassing laten. Eisende partij mag die bepalingen dan niet gebruiken en zij mag ook geen beroep meer doen op aanvullend recht (zie ECLI:EU:C:2021:68).
4. Eisende partij heeft de tussen haar rechtsvoorganger (Heimstaden Nederland 6A B.V.) en gedaagde partij gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de zelfstandige woonruimte gelegen te [adres], alsmede de berging, plaatselijk genummerd [nummer] en de daarop van toepassing zijnde Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Woonruimte (ROZ) 20 maart 2017 (verder: de algemene voorwaarden) in het geding gebracht.
5. Het huurprijsbeding en servicekostenbeding (artikel 4.5) in de huurovereenkomst zijn kernbedingen. Deze bedingen zijn transparant en op grond van artikel 4 lid 2 van Pro de Richtlijn uitgesloten van verdere toetsing op oneerlijkheid.
6. Het betreft hier de huur van een woning met een niet-geliberaliseerde huurprijs.
7. Opgemerkt wordt dat het in de huurovereenkomst opgenomen beding met betrekking tot huurprijswijziging (artikel 5.1) en het in de algemene voorwaarden opgenomen beding met betrekking tot wijziging voorschot servicekosten (artikel 17.13) in dit geval niet door de kantonrechter worden getoetst, omdat er nog geen huurverhoging en verhoging van het servicekosten voorschot heeft plaatsgevonden. Deze bedingen liggen daarmee niet aan de vordering ten grondslag.
8. Voorts stelt de kantonrechter vast dat in artikel 19.27 van de huurovereenkomst is bepaald dat artikel 25.2 van de algemene voorwaarden, dat ziet op in rekening brengen van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, niet van toepassing is en dat eisende partij geen (oneerlijk) beding over rente in de huurovereenkomst en/of haar algemene voorwaarden heeft staan. Gelet op het voorgaande kan eisende partij daarom aanspraak maken op de wettelijke regelingen.
De vordering
9. De vordering komt voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens hierna met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten en ontruimingstermijn is overwogen.
10. Eisende partij maakt aanspraak op vergoeding van een totaal bedrag van € 954,21 aan buitengerechtelijke kosten (inclusief btw). Volgens de specificatie in de dagvaarding is dit bedrag opgebouwd uit twee posten, waarvan door eisende partij ook de zogenaamde veertien dagen aanmaningen zijn overgelegd. Het wordt echter niet redelijk geoordeeld dat er hogere kosten zijn gemaakt dan de kosten die gelet op het totaal van de vorderingen waarvoor is aangemaand (€ 6.620,40 ), op grond van het besluit buitengerechtelijke kosten verschuldigd zijn. Het voorgaande maakt dat een bedrag van € 854,28 aan buitengerechtelijke kosten (inclusief btw) toewijsbaar is. Het meer gevorderde wordt daarom afgewezen.
11. De ontruimingstermijn wordt gesteld op twee weken.

BESLISSING

De kantonrechter:
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaak (de zelfstandige woonruimte) gelegen te [adres], alsmede de berging, plaatselijk genummerd [nummer];
veroordeelt gedaagde partij om deze onroerende zaak met al wie en al wat zich daarin vanwege gedaagde partij bevindt, binnen twee weken na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten en met overgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van eisende partij te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde;
veroordeelt gedaagde partij om te betalen aan eisende partij:
€ 8.275,50 ter zake van achterstallige huur, berekend tot en met 31 maart 2026, vermeerderd met de wettelijke rente over voorgenoemd bedrag vanaf de dag der dagvaarding (13 april 2026) tot de voldoening;
€ 854,28 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten (inclusief BTW);
c) € 186,20 ter zake van meegevorderde wettelijke rente;
d) € 827,55 per maand vanaf 1 april 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt;
veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 153,77 aan explootkosten, € 360,00 aan salaris gemachtigde, € 559,00 aan griffierecht en € 72,00 aan nakosten voor zover van toepassing, inclusief BTW, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.