Uitspraak
)van:
1.Procesgang
2.Feiten en omstandigheden
- een tablet,
- een USB-stick;
- een computer.
3.Inhoud klaagschrift en standpunt klaagster
4.Standpunt van het Openbaar Ministerie
5.Het oordeel van de rechtbank
6.Beslissing
ONGEGROND.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Klaagster verzocht om teruggave van goederen die op 9 november 2025 in beslag zijn genomen ter uitvoering van een Europees onderzoeksbevel (EOB) in een strafrechtelijk onderzoek tegen haar zoon in België. Het klaagschrift werd op 31 maart 2026 ontvangen en op 20 mei 2026 behandeld door de rechtbank Amsterdam.
De officier van justitie stelde primair niet-ontvankelijkheid wegens termijnoverschrijding van het klaagschrift, subsidiair ongegrondheid omdat het belang van het Belgische strafonderzoek zwaarder weegt dan het belang van klaagster. De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de kennisgeving geen termijn vermeldde, waardoor klaagster ontvankelijk is.
De rechtbank toetste marginaal en concludeerde dat het lopende Belgische strafonderzoek het voortduren van het beslag rechtvaardigt. De rechtbank wees erop dat zij niet toetst aan de proportionaliteit of de gronden van het EOB, maar alleen aan formele vereisten en weigeringgronden. De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond en gaf aan dat de officier van justitie zal proberen spoedige teruggave te bewerkstelligen zodra het Belgische onderzoek dat toelaat.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en de inbeslaggenomen goederen blijven in beslag vanwege het lopende Belgische strafonderzoek.