Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5541

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
13-037340-26 (einduitspraak)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks bezwaren detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door België voor de overlevering van een opgeëiste persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. De procedure omvatte meerdere zittingen, waaronder een tussenuitspraak waarbij het onderzoek werd geschorst voor aanvullende vragen over detentieomstandigheden.

De rechtbank onderzocht de detentieomstandigheden in Belgische gevangenissen, met name de beschikbaarheid van therapeutisch aanbod in de Afdeling Behandeling en Maatregel (ABM) in Turnhout en Merksplas. De Belgische autoriteiten gaven garanties dat de opgeëiste persoon passende zorg zou ontvangen, aangepast aan zijn specifieke problematiek.

De raadsman voerde aan dat de zorg in België sinds 2024 is verslechterd en dat de opgeëiste persoon geen behandeling heeft ontvangen, waardoor overlevering geweigerd zou moeten worden. De officier van justitie stelde dat de gegeven garanties het gevaar voor onmenselijke detentie wegnemen.

De rechtbank oordeelde dat de individuele garanties voldoende zijn om het algemene reële gevaar van onmenselijke detentie te weerleggen en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe vanwege voldoende individuele garanties over detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-037340-26
Datum uitspraak: 3 juni 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 25 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 februari 2026 door
het parket van de procureur des Konings Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, OM bij de strafuitvoeringsrechtbank, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] (België),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 21 april 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 21 april 2026 in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.G. Vos, advocaat in Utrecht.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.
Tussenuitspraak van 30 april 2026 [3]
Bij de tussenuitspraak van 30 april 2026 is het onderzoek ter zitting heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om de in de tussenuitspraak genoemde aanvullende vragen voor te leggen aan de Belgische autoriteiten.
De rechtbank heeft op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van de OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen, onder gelijktijdige verlenging van de vrijheidsbeneming met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting 20 mei 2026
Op deze zitting heeft de rechtbank - met instemming van partijen - de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.G. Vos.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Belgische nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak

De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 30 april 2026. Hierin heeft de rechtbank de grondslag van het EAB, de inhoud van het EAB, het uitoefenen van de verdedigingsrechten en de strafbaarheid van de feiten al beoordeeld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

4.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

De rechtbank verwijst eerst naar de overwegingen in de tussenuitspraak over de detentieomstandigheden en deze dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank de officier van justitie in de gelegenheid gesteld om na te gaan of het omschreven therapeutisch aanbod in de zaak waarin de rechtbank de overlevering eerder heeft toegestaan, [4] ook voor de opgeëiste persoon beschikbaar is voor zover zijn specifieke problematiek daarom zou vragen.
Naar aanleiding daarvan heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum van het Openbaar Ministerie (IRC) op 1 mei 2026 de vraag van de rechtbank aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voorgelegd:
(…)
Gisteren heeft de Rechtbank Amsterdam een tussenuitspraak gewezen (zie bijgaand). De rechtbank stelt het volgende “[…] De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak de overlevering toegestaan ten behoeve van een opgeëiste persoon die na overlevering in de ABM in Turnhout zou worden gedetineerd. In die zaak zijn uitgebreide, concrete garanties gegeven ten aanzien van het therapeutisch aanbod dat daadwerkelijk aan de opgeëiste persoon ter beschikking zou komen te staan, met inachtneming van de specifieke psychiatrische- en/of persoonlijkheidsproblematiek. Die garanties zijn vervolgens door de rechtbank als afdoende beoordeeld. […]”
Bijgaand treft u de geanonimiseerde garanties uit de hierboven genoemde zaak. Kunt u aangeven of het in deze garanties omschreven therapeutisch aanbod ook voor dhr. [de opgeëiste persoon] beschikbaar is, voor zover zijn specifieke problematiek daarom zou vragen?
Op 7 mei 2026 heeft de Gevangenis Merksplas als volgt geantwoord:
We kunnen hier zeker een gelijkaardig aanbod bieden, zeker binnen bepaalde zorgprojecten. Er wordt steeds een inschatting gemaakt rond welke zorgnood er is bij geïnterneerde. Ik steek in bijlage de “zorg in een notendop” die meer info geeft over de zorgprojecten.
Op 7 mei 2026 heeft de Gevangenis Turnhout als volgt geantwoord:
Betrokkene kan een plaats toegekend krijgen op onze ABM, wat maakt dat hij daar ook een therapeutisch aanbod en zorgomkadering zal genieten.
Op 8 mei 2026 heeft de Gevangenis Merksplas het volgende geantwoord:
Zowel in de ABM Turnhout als in de ABM te Merksplas is er gelijkaardige zorg.
Op dezelfde datum heeft het IRC het volgende aan de Gevangenis Turnhout gevraagd:
De Rechtbank Amsterdam heeft op 5 september 2024 in een eerdere zaak een algemeen reëel gevaar aangekomen voor geïnterneerden die op de ABM terecht komen in afwachting zijn van een plek voor een behandeling in een psychiatrische kliniek. De rechtbank kwam hierto[e] na bestudering van de volgende stukken:
- Tussenkomst voor het Comité van Ministers van de Raad van Europa betreffende de groep van

zaken L.B. t. België (hierna: het rapport) van 21/07/2023; en

- De beslissing van the Committee of Ministers (Minister’s Deputies), Council of Europe van

21/09/2023.

In deze zaak is destijds een eerdere versie van de brochure “de zorg in een Notendop” toegezonden. De Rechtbank Amsterdam overwoog in een tussenuitspraak (bijgevoegd) in deze zaak het volgende: “Uit het rapport en de beslissing leidt de rechtbank af dat er niet zonder meer van kan worden uitgegaan dat het therapeutisch aanbod in de ABM in andere gevangenissen daadwerkelijk overeenkomt met (minimaal) het aanbod dat wordt beschreven in de brochure.” Zie voor een uitgebreide motivering de bijgevoegde geanonimiseerde tussenuitspraak.
In deze eerdere zaak zijn vervolgens uitgebreide, concrete garanties op individueel niveau gegeven ten aanzien van het therapeutisch aanbod dat daadwerkelijk aan de opgeëiste persoon ter beschikking zou komen te staan, met inachtneming van de specifieke psychiatrische- en/of persoonlijkheidsproblematiek voor die persoon.
Kunt u aangeven of het in deze garantie omschreven therapeutisch aanbod ook voor dhr. [de opgeëiste persoon] beschikbaar is, voor zover zijn specifieke problematiek daarom zou vragen?
Op 19 mei 2026 heeft de Gevangenis Turnhout als volgt geantwoord:
Het therapeutisch aanbod zoals beschreven in de brochure -Zorg in een Notendop" van de ABM Merksplas is het standaard zorgaanbod dat geldt in elke ABM. Op basis van de individuele noden kan de therapeutische behandeling nog geïntensifieerd worden.
Op 19 mei 2026 heeft het IRC ook de volgende vraag aan de Gevangenis Turnhout gesteld:
(…) In een eerdere zaak (zie de mail van 1 mei in de bijlage als
toelichting) is een afzonderlijk document als garantie afgegeven met daarin het therapeutisch
aanbod (eveneens bijgevoegd). Is het mogelijk om een soortgelijk document te ontvangen voor
dhr. [de opgeëiste persoon] , danwel kunt u aangeven of het in deze garanties omschreven
therapeutisch aanbod ook voor dhr. [de opgeëiste persoon] beschikbaar is, voor zover zijn specifieke
problematiek daarom zou vragen?
In de e-mail van dezelfde datum van de Gevangenis Turnhout staat het volgende:
Het aanbod dat beschreven staat in de gevoegde bijlage, is inderdaad van toepassing op alle bewoners van onze ABM, en zal dus ook van toepassing zijn wanneer dhr. [de opgeëiste persoon] naar onze ABM zou worden overgeplaatst.
Op dezelfde dag heeft het IRC deze vervolgvraag gesteld:
Kunt u definitief bevestigen dat dhr. [de opgeëiste persoon] na zijn overlevering geplaatst zal worden in ABM Turnhout (en niet ABM Merksplas)?
De Gevangenis Turnhout heeft op 19 mei 2026 als volgt geantwoord:
Wij voorzien een plaats op onze ABM in Turnhout. Een beslissing tot plaatsing op een bepaalde ABM gebeurt echter door de KBM. Indien het vonnis een plaatsing Turnhout bevat, zullen wij hem opnemen, met uitvoering van onderstaande detentiegaranties.
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft betoogd dat de detentiegarantie niet volstaat. Er zijn onafhankelijke rapportages waaruit blijkt dat de zorg in detentie in België sinds 2024 is verslechterd. De Belgische autoriteiten garanderen dat ze de zorg kunnen bieden, maar dat is ongeloofwaardig gelet op de hiervoor genoemde verslechtering en de praktijk. De opgeëiste persoon heeft namelijk te horen gekregen dat hij is uitbehandeld en heeft ook de afgelopen drie jaar geen behandeling gekregen in België. Hij heeft daar ook procedures over gevoerd. De overlevering moet dan ook worden geweigerd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat met de gegeven detentiegarantie in combinatie met de aanvullende informatie die is verstrekt, het gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen. De detentieomstandigheden vormen daarom geen beletsel voor de overlevering.
Oordeel van de rechtbank
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. [5] De rechtbank is, gelet op deze individuele garantie van de Belgische autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden doordat gedetineerden geen behandeling zullen krijgen terwijl aan hen een interneringsmaatregel is opgelegd hiermee voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon, nu hij zal worden geplaatst in een instelling waar therapeutisch aanbod voor de opgeëiste persoon beschikbaar is voor zover zijn specifieke problematiek daarom zou vragen. De detentieomstandigheden vormen daarom geen beletsel voor de overlevering.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 326 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
het parket van de procureur des Konings Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, OM bij de strafuitvoeringsrechtbank(België) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. C.W. van der Hoek en E.H. Wisgerhof, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 juni 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
4.Rb Amsterdam 17 oktober 2024. EClJ:NL:RBAMS:2024:7252.
5.HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.