Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5557

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
C/13/775775
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:37 BWArt. 6:162 BWArt. 1.12 Bouwbesluit 2012Art. 3.8 Bouwbesluit 2012Art. 3.10 Bouwbesluit 2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geluidsoverlast door verplaatste badkamer niet onrechtmatig verklaard in burengeschil

Eisers, buren van gedaagde, ervaren geluidsoverlast sinds gedaagde zijn badkamer heeft verplaatst naar een kamer grenzend aan hun slaapkamer. Zij vorderen dat de rechtbank gedaagde veroordeelt om de geluidshinder te beëindigen en diverse bouwkundige maatregelen te treffen.

De rechtbank stelt vast dat de hinder door geluiden zoals tikken, bonken, slaande deuren en watergeruis weliswaar bestaat en impact heeft op het welzijn van eisers, maar dat deze hinder niet onrechtmatig is volgens artikel 5:37 BW Pro. De gemeten overschrijdingen van geluidsnormen zijn beperkt en betreffen leefgeluiden die buren in redelijkheid moeten dulden.

De rechtbank weegt mee dat de hinder niet dagelijks en vooral in de avonduren voorkomt, dat de woningen oud en gehorig zijn, en dat gedaagde enige inspanningen heeft verricht om de hinder te beperken. De gevorderde bouwkundige maatregelen zijn ingrijpend en niet proportioneel. Ook is niet vastgesteld dat het leidingwerk niet aan de richtlijnen voldoet.

Daarom wijst de rechtbank de vorderingen af en veroordeelt eisers in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot beëindiging van geluidsoverlast af en veroordeelt eisers in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/775775 / HA ZA 25/1498
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

2.
[eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers,
hierna te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. R.M.E. Haverlag,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. F.C.M. Tamis.

1.De zaak en de beslissing in het kort

1.1.
[eisers] en [gedaagde] zijn buren van elkaar. [gedaagde] heeft zijn badkamer verplaatst naar de kamer die grenst aan de slaapkamer van [eisers] Sindsdien ervaren [eisers] geluidsoverlast. In deze procedure stellen [eisers] verschillende vorderingen in die ertoe strekken dat de geluidsoverlast stopt.
1.2.
De rechtbank is van oordeel dat de door [gedaagde] veroorzaakte geluidsoverlast niet onrechtmatig is. De vorderingen van [eisers] worden daarom afgewezen. Hierna licht de rechtbank toe hoe zij tot dat oordeel is gekomen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 augustus 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord van 5 november 2025, met producties,
- het tussenvonnis van 10 december 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, en
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, en het in het proces-verbaal genoemde stuk.
2.2.
Na de mondelinge behandeling is bepaald dat de zaak wordt aangehouden ten behoeve van overleg tussen partijen. Op 29 april 2026 heeft [gedaagde] verzocht de zaak weer op te rol te plaatsen en vonnis te wijzen. Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
[eisers] en [gedaagde] zijn sinds augustus 2022 buren van elkaar. De woningen worden van elkaar gescheiden door een muur.
3.2.
[gedaagde] heeft zijn woning, voordat hij die betrok, verbouwd en daarbij onder meer de badkamer op de eerste verdieping verplaatst van de voorkant naar de achterkant van het huis. De badkamer grenst na de verbouwing aan de slaapkamer van [eisers]
3.3.
Voorafgaand aan de verbouwing heeft tussen [eisers] , [gedaagde] en zijn aannemer een gesprek plaatsgevonden. Nadien hebben [eisers] [gedaagde] per appbericht gevraagd om isolatiemateriaal te gebruiken in de badkamer.
3.4.
Sinds [gedaagde] de woning heeft betrokken, ervaren [eisers] geluidsoverlast, met name vanuit de badkamer.
3.5.
Op 1 februari 2023 hebben [eisers] en [gedaagde] in het kader van buurtbemiddeling de afspraak gemaakt dat [gedaagde] na 22:00 uur geen gebruik meer zal maken van de badkamer.
3.6.
[eisers] hebben Geluidsconsult B.V. (hierna: Geluidsconsult) de opdracht gegeven om gedurende een periode van veertien dagen een akoestisch onderzoek te verrichten in hun slaapkamer. In het rapport van 7 mei 2024 is onder meer het volgende vermeld:

6 ANALYSE EN BEOORDELING VAN DE MEETRESULTATEN
(…)
Bevestiging klachten
De klachten over badkamer geluiden, dat wil zeggen tikken en bonken van het werken met een
trekker worden bevestigd. Het is meer dan 10 maal gemeten waarvan een groot deel in de
avonduren. De hoogste waarde bedraagt 63 dB, resp een overschrijding van 8 dB. Dit vindt
hoofdzakelijk plaats tussen 20:30 en 22.30 uur.
De klachten over andere bonken met voorwerpen worden bevestigd. Dit is meer dan 20 maal
gemeten met 3 overschrijdingen van max 11 dB.
De klachten over slaande deuren worden bevestigd het is circa 20 maal gemeten waarvan 1 maal
een overschrijding met max 3 dB.
De klachten over water geruis worden bevestigd. Het is minstens 8 maal gemeten. De hoogste
geluidpieken bedroegen 37 decibel. Dat is een overschrijding van de grenswaarden voor
installatielawaai van het bouwbesluit van 7 decibel. Bij de verbouwing / verplaatsing van de
douche cel van voor naar achter zijn blijkbaar niet de technische richtlijnen voor installaties in
acht genomen.
(…)
Alle pieken tezamen hebben een beoordelingsniveau van 57 decibel. Dat ligt 2 decibel boven de
grenswaarde inclusief de correctie voor de bouwstijl van de woning. Voor continu geluid zoals
bromtonen bedraagt de beoordelingswaarde 36 dB. Dat is 1 decibel boven de grenswaarde,
gezamenlijk valt de beoordeling in de burenlawaaiklasse 1:
Buren tamelijk vaak duidelijk
hoorbaar. Vaak enige geluidoverlast, soms ernstige geluidhinder
Hoe vaak geluidhinder
De overschrijdingen komen meermalen per week voor.”

4.Het geschil

4.1.
[eisers] vorderen na eiswijziging dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1. [gedaagde] veroordeelt om de onrechtmatige hinder binnen een week na betekening van dit vonnis te beëindigen en beëindigd te houden door:
a) het verbeteren van het leidingwerk van zijn badkamer conform de praktijkrichtlijn NPR 5075, zijnde het plaatsen van ophangbeugels met een verende inlage, waarmee de trillingen van de waterleidingen die tegen de scheidingsmuur zijn gemonteerd, geïsoleerd worden van de scheidingswand, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] in gebreke blijft om aan het vonnis te voldoen, met een maximum van € 50.000,00;
b) de geluidsisolatie van de scheidingsmuur ter hoogte van zijn badkamer te verbeteren, door het aanbrengen van een buigslappe voorzetwand tegen de scheidingsmuur tussen de percelen van partijen, bestaande uit een waterbestendige gispkartonplaat van 9 mm dikte, geplaatst op een luchtspouw van minimaal 50 mm, volledig gevuld met minerale wol, of door de douchecabine volledig los te plaatsen van de scheidingsmuur, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] in gebreke blijft om aan het vonnis te voldoen, met een maximum van € 50.000,00;
2. [gedaagde] gebiedt de geluidswaarden uit de op p. 6 (onder 2.1) van het rapport van Geluidsconsult weergegeven tabellen 2 en 3 vanuit zijn woning niet te (laten) overschrijden op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde] in gebreke is voornoemde verplichting na te komen met een maximum van € 50.000,00; en
3. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van de procedure.
4.2.
[eisers] leggen aan hun vorderingen, kort gezegd, het volgende ten grondslag. De geluidsoverlast grijpt in op het dagelijks leven van [eisers] : zij slapen slecht en ervaren veel stress. Uit het rapport van Geluidsconsult blijkt dat de toepasselijke tolerantienormen worden overschreden in drie categorieën van geluiden: tikken en bonken in de badkamer, slaande deuren en watergeruis in de leidingen van de douche. Het veroorzaken van deze geluiden door [gedaagde] kwalificeert daarom als onrechtmatige hinder in de zin van artikel 5:37 BW Pro. De vordering onder 1) heeft betrekking op bouwkundige aanpassingen die volgens Geluidsconsult de overschrijdingen kunnen voorkomen. De vordering onder 2) strekt ertoe dat de toepasselijke tolerantienormen niet worden overschreden en is mede ingesteld voor het geval dat het leidingwerk van de badkamer reeds voldoet aan de geldende bouwkundige eisen.
4.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Wanneer is sprake van onrechtmatige hinder?
5.1.
In deze procedure staat niet ter discussie dat [eisers] veel last hebben van de geluiden die worden veroorzaakt door het gebruik van de badkamer door [gedaagde] , en dus hinder ervaren. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling gemerkt dat die hinder ook een grote impact heeft op het welzijn van [eisers]
5.2.
De vraag moet worden beantwoord of die hinder ook onrechtmatig is in de zin van artikel 5:37 BW Pro. Dat geldt niet voor iedere hinder: buren zullen een zekere mate van hinder van elkaar moeten dulden. De vraag of hinder onrechtmatig is, moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria van artikel 6:162 BW Pro. Het is vaste rechtspraak dat het antwoord op die vraag afhankelijk is van de aard, de ernst en de duur van de hinder, de daardoor veroorzaakte schade, en de omstandigheden waaronder de hinder plaatsvindt. [1] Bij dat laatste kan worden gedacht aan de mogelijkheid, mede gelet op de daaraan verbonden kosten, en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te nemen. [2] De ernst van de hinder moet aan de hand van objectieve maatstaven worden vastgesteld, [3] door bijvoorbeeld aan te sluiten bij wettelijke grenswaarden. [4] Niet voldoende is dat de hinder als (zeer) ernstig wordt ervaren.
5.3.
De stelplicht en bewijslast van de onrechtmatige hinder rusten op [eisers]
Tikken en bonken in de badkamer
5.4.
De eerste categorie van geluiden die [eisers] aan hun vorderingen ten grondslag hebben gelegd, is het tikken en bonken in de badkamer. Voor dit type van geluiden zijn in de wet geen grenswaarden opgenomen. Geluidsconsult is daarom uitgegaan van de wettelijke grenswaarden die gelden voor horeca-, industrie- en wegverkeerslawaai, zoals weergegeven in tabellen 2 en 3 op p. 6 (onder 2.1) van het rapport. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze grenswaarden voldoende onderbouwd en objectief. [gedaagde] heeft ook niet aangevoerd dat van andere grenswaarden zou moeten worden uitgegaan; wel heeft hij benadrukt dat overschrijding van deze waarden niet onrechtmatig is.
5.5.
Uit het rapport van Geluidsconsult volgt dat gedurende de meetperiode van veertien dagen tien overschrijdingen zijn gemeten door het gebruik van de trekker, vooral tussen 20:30 en 22:30 uur, waarbij de grootste overschrijding 8 dB bedroeg. Verder is het bonken met andere voorwerpen twintig keer gemeten, waarvan drie overschrijdingen van maximaal 11 dB. [gedaagde] heeft de metingen door Geluidsconsult weliswaar betwist, maar niet concreet aangevoerd waarom die niet zouden kloppen, bijvoorbeeld door vraagtekens te plaatsen bij de gebruikte onderzoeksmethode. Het beweerdelijke gebrek aan gelegenheid om een contraexpertise uit te voeren stond daaraan niet in de weg. De rechtbank zal daarom uitgaan van de juistheid van de metingen door Geluidsconsult.
5.6.
Anders dan [eisers] lijken aan te nemen, leiden de gemeten overschrijdingen niet automatisch tot het oordeel dat de daardoor veroorzaakte hinder onrechtmatig is. [5] Daarvoor zijn ook de volgende, overige omstandigheden van het geval van belang. Het tikken en bonken ontstaat door het gebruik en de schoonmaak van de badkamer. Het betreft dus leefgeluiden, die buren gelet op het onvermijdelijke karakter daarvan in hogere mate van elkaar hebben te dulden dan andersoortige geluiden. De ernst van de hinder is volgens het rapport van Geluidsconsult beperkt. De incidentele pieken van 8 tot 11 dB zijn als aanzienlijk aan te merken, maar gemiddeld gezien gaat het om minder grote overschrijdingen. Dit wordt bevestigd door de conclusie van Geluidsconsult dat het beoordelingsniveau van alle gemeten pieken 2 dB, en het beoordelingsniveau van het gemeten continue geluid 1 dB boven de grenswaarden ligt. De duur van het geluid is, gelet op de bron, kort. Verder vinden de overschrijdingen niet dagelijks plaats, en over het algemeen op tijdstippen dat gebruik van de badkamer mag worden verwacht, namelijk in de avond. Ook is van belang dat de woningen in 1959 zijn gebouwd. Oudere woningen zijn vaak gehorig. [eisers] lijken zich daarvan ook bewust te zijn. Zij zagen immers aanleiding om [gedaagde] te verzoeken om isolatiemateriaal in de badkamer te gebruiken. Tot slot is tijdens de mondelinge behandeling gebleken dat [gedaagde] tot op zekere hoogte bereid is geweest om zijn gedrag aan te passen, bijvoorbeeld door een rubberen trekker te gebruiken. In zijn nadeel weegt echter mee dat hij daarin niet verder is gegaan, bijvoorbeeld door de badkamer na een bepaald tijdstip niet te gebruiken (overeenkomstig de in het kader van buurtbemiddeling gemaakte afspraak) of het achterwege laten van dagelijkse schoonmaakhandelingen na het gebruik van de douche. Dat geldt in mindere mate voor de omstandigheid dat [gedaagde] geen maatregelen heeft getroffen naar aanleiding van het verzoek van [eisers] om bij de verbouwing isolatiemateriaal te gebruiken. [gedaagde] heeft onweersproken aangevoerd dat het aanbrengen van isolatiemateriaal niet het beoogde effect zou hebben gehad en dat daarvoor ook geen ruimte was, terwijl andere maatregelen disproportioneel kostbaar zouden zijn geweest.
5.7.
Wanneer de rechtbank deze omstandigheden en de betrokken belangen tegen elkaar afweegt, dan komt zij tot het oordeel dat de hinder die wordt veroorzaakt door het tikken en bonken in de badkamer niet onrechtmatig is. Verder hebben [eisers] onvoldoende onderbouwd dat de gevorderde maatregelen (onder 1b) die specifiek zijn bedoeld om de overlast ten gevolge van het tikken en bonken in de badkamer tegen te gaan, namelijk het aanbrengen van een voorzetwand of het los plaatsen van de douchecabine, effectief zijn. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling bovendien onweersproken toegelicht dat die maatregelen zeer ingrijpend en kostbaar zullen zijn. Daarmee wegen de gevorderde aanpassingen niet op tegen de gestelde aard, ernst en duur van de hinder.
Slaande deuren
5.8.
Het voorgaande geldt evenzeer voor de hinder die wordt veroorzaakt door slaande deuren. Volgens het rapport van Geluidsconsult doen zich in deze categorie bovendien minder overschrijdingen voor (twintig in de meetperiode), met een lagere maximale overschrijding (één overschrijding van maximaal 3 dB). Ook voor deze categorie van geluiden brengt de afweging onder 5.6 dus mee dat geen sprake is van onrechtmatige hinder.
Watergeruis in leidingen
5.9.
De derde categorie van geluiden die [eisers] aan hun vorderingen ten grondslag hebben gelegd, is het watergeruis in de leidingen van de douche. Voor dit type van geluid gelden wettelijke grenswaarden, die zijn vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Omdat de verbouwing heeft plaatsgevonden vóór de inwerkingtreding van dat besluit, is de voorganger van dat besluit, het Bouwbesluit 2012, nog van toepassing. Het Bouwbesluit 2012 bevat niet alleen normen voor nog te bouwen bouwwerken, maar ook voor bepaalde verbouwingen, zo volgt uit artikel 1.12 Bouwbesluit 2012.
5.10.
In artikel 3.8 Bouwbesluit 2012 is bepaald dat onder meer een kraan en een warmwatertoestel in een op een aangrenzend perceel gelegen verblijfsgebied een installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB mogen veroorzaken. Een douche is op te vatten als een combinatie van een kraan en een warmwatertoestel, zodat deze norm daarop van toepassing is. In artikel 3.10 Bouwbesluit 2012 is vervolgens bepaald dat artikel 3.8 van overeenkomstige toepassing is op het veranderen van een bouwwerk, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in artikel 3.8 aangegeven niveau, oftewel een toegestaan installatie-geluidsniveau van 40 dB. Een interne verbouwing waarbij de badkamer wordt verplaatst, betreft een verandering van een bouwwerk waarop artikel 3.10 Bouwbesluit van toepassing is. De douche mag dus maximaal 40 dB aan installatiegeluid veroorzaken. Uit het rapport van Geluidsconsult volgt niet dat deze norm is overschreden.
5.11.
Die enkele omstandigheid maakt nog niet dat geen sprake kan zijn van onrechtmatige hinder. Uit de afweging onder 5.6 volgt echter dat ook de overige omstandigheden van het geval niet meebrengen dat de hinder onrechtmatig is. Dat geldt voor het watergeruis in de leidingen van de douche nog meer, omdat de door Geluidsconsult gemeten frequentie (acht overschrijdingen in de meetperiode) en ernst (incidentele pieken van maximaal 37 dB) van de hinder geringer is. Verder is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende komen vast te staan dat het leidingwerk in de badkamer van [gedaagde] niet aan de toepasselijke richtlijnen voldoet. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zijn aannemer aan hem heeft verklaard dat het leidingwerk overeenkomstig de toepasselijke richtlijn NTR 5076 is uitgevoerd. In reactie hierop hebben [eisers] niet nader onderbouwd waarom de (ingetrokken) richtlijn NPR 5075 van toepassing zou zijn en op welke grond toch moet worden aangenomen dat het leidingwerk niet aan de geldende bouwkundige eisen zou voldoen. Ook hierom kan de gevorderde maatregel (onder 1a) die specifiek is bedoeld om de overlast ten gevolge van het watergeruis tegen te gaan, niet worden toegewezen.
Geen verbod op overschrijding geluidsnormen
5.12.
Omdat de door [eisers] ervaren hinder niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt, bestaat er ook geen grond om [gedaagde] te verbieden de door Geluidsconsult geformuleerde grenswaarden voor burenlawaai te overschrijden. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat, ook als dat anders zou zijn, de vordering onder 2) niet zonder meer zou kunnen worden toegewezen. Het verbod zoals gevorderd beperkt zich immers niet tot de hinder die daaraan ten grondslag is gelegd, namelijk de drie categorieën van geluiden die hiervoor zijn besproken, maar strekt zich uit tot alle geluid vanuit de woning van [gedaagde] . Verder kunnen er ernstige twijfels bestaan over de uitvoerbaarheid van het verbod, zoals [eisers] tijdens de mondelinge behandeling zelf ook wel hebben erkend.
Conclusie
5.13.
De rechtbank zal de vorderingen van [eisers] afwijzen.
5.14.
[eisers] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
1.306,00
(2 punten × € 653,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.826,00

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst de vorderingen van [eisers] af,
6.2.
veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 1.826,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. Jöbsis, bijgestaan door mr. M.M.J. Vink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.

Voetnoten

1.Zie o.m. HR 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1106, rov. 3.3.2.
2.Zie HR 15 februari 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0150, rov. 4.6, en HR 21 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8823, rov. 3.2.
3.Vgl. HR 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1106, rov. 3.3.4.
4.Vgl. HR 13 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1058, rov. 3.3.
5.Vgl. HR 9 januari 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4127, rov. 12.