Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 mei 2026 in de zaken tussen
Procesverloop
Juridisch kader
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie
Beslissing
mr.I.N. van Soest, griffier.
Rechtbank Amsterdam
Vergunninghouder vroeg op 26 juli 2024 een omgevingsvergunning aan voor de bouw van 42 nieuwbouwappartementen in Amstelveen. Het college verleende de vergunning op 21 oktober 2024, ondanks dat het bouwplan de maximale bouwhoogte van het bestemmingsplan met 0,46 meter overschrijdt en er sprake is van strijdigheid met de bestemming 'Groen' door het gebruik van parkeerplaatsen.
Eisers maakten bezwaar tegen het besluit, onder meer vanwege strijdigheid met de bestemming 'Woon-Woonzorg', overschrijding bouwhoogte, parkeerproblemen en verlies van zonlicht. Het college verklaarde de bezwaren ongegrond en handhaafde de vergunning, waarna eisers beroep instelden bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het college beleidsruimte heeft om af te wijken van het bestemmingsplan en dat het belang van vergunninghouder zwaarder weegt dan de door eisers aangevoerde belangen. De overschrijding van de bouwhoogte is gering en de toelichting bij het bestemmingsplan is niet bindend. De parkeerplaatsen op gemeentegrond zijn gerechtvaardigd en verkeersveiligheid is voldoende gewaarborgd. Ook is geen sprake van toename van schaduwhinder.
De beroepen worden ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter R. Hirzalla op 29 mei 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de omgevingsvergunning ondanks strijdigheid met het bestemmingsplan.