Bakers & Roasters huurde sinds 2015 een horecabedrijfsruimte van Oosteinde, die in 2021 werd beëindigd met een overeenkomst waarbij de waarborgsom binnen 10 dagen na oplevering moest worden terugbetaald. De eerste etage werd op 1 februari 2022 opgeleverd, maar de borg werd pas op 1 juli 2025 terugbetaald, zonder rente en kosten.
Bakers & Roasters vorderde wettelijke handelsrente en incassokosten wegens te late terugbetaling. Oosteinde stelde dat geen rente verschuldigd was omdat dit was uitgesloten in de huurovereenkomst en dat de beëindigingsovereenkomst geen handelsovereenkomst was.
De rechtbank oordeelde dat de borg terugbetaald moest worden met wettelijke rente vanaf het moment van verzuim (6 juni 2025), maar dat geen handelsrente verschuldigd was omdat de borg geen primaire betalingsverplichting uit een handelsovereenkomst is. Daarnaast werden redelijke buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Oosteinde werd veroordeeld tot betaling van rente, kosten en proceskosten.