ECLI:NL:RBAMS:2026:5679

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
C/13/771216 / HA ZA 25-1198 778079 en 778079 HA ZA 25-1663
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 RvArt. 6:119 BWArt. 6:248 lid 2 BWArt. 2:9 BWArt. 3:303 BW
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling additionele koopsom en bestuurdersaansprakelijkheid bij vastgoedtransactie

RA Investments en JGM Fund sloten een koopovereenkomst voor onroerende zaken met een additionele koopsom van €966.667, afhankelijk van vergunningverlening. Na doorverkoop aan Proxima werd de additionele koopsom deels betaald, maar €650.000 bleef onbetaald. JGM Fund stelde een mondelinge verrekeningsafspraak met RA Investments dat dit bedrag mocht worden ingehouden wegens een waarborgsom van Lijfering, huurder van de panden. De rechtbank oordeelt dat JGM c.s. onvoldoende concreet hebben gesteld dat deze afspraak tot stand is gekomen en wijst het verweer af.

Verder stelt RA Investments dat JGM Group en een bestuurder persoonlijk aansprakelijk zijn wegens ernstig verwijtbaar handelen door het frustreren van verhaal op JGM Fund. De rechtbank volgt dit en veroordeelt hen hoofdelijk tot betaling van het openstaande bedrag met wettelijke rente vanaf 28 april 2024. De vordering tot vrijwaring tegen andere bestuurders wordt afgewezen omdat geen rechtsverhouding en persoonlijk ernstig verwijt is vastgesteld.

De rechtbank veroordeelt JGM c.s. tevens in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van JGM Fund en JGM Group, maar niet voor de individuele bestuurder vanwege diens faillissementsrisico. De vorderingen tot verklaringen voor recht worden afgewezen wegens gebrek aan belang.

Uitkomst: JGM Fund, JGM Group en bestuurder worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €650.000 plus rente en proceskosten; vrijwaringsvordering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/771216 / HA ZA 25-1198 (de hoofdzaak) en 778079 HA ZA 25-1663 (de vrijwaringszaak)
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak met zaaknummer C/13/771216 / HA ZA 25-1198 (de hoofdzaak) van
RA INVESTMENTS B.V.,
te Groningen,
eisende partij,
advocaat: mr. T. Slotema,
tegen

1.JGM FUND III B.V.,

te Amsterdam,
2.
JGM GROUP OF COMPANIES B.V.,
te Amsterdam,
3.
[gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw],
te [woonplaats 1] ,
gedaagde partijen,
advocaat: mr. K.Chr. Spee,
en in de zaak met zaaknummer 778079 HA ZA 25-1663 (de vrijwaringszaak) van

1.JGM FUND III B.V.,

te Amsterdam,
2.
JGM GROUP OF COMPANIES B.V.,
te Amsterdam,
3.
[gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw],
te [woonplaats 1] ,
eisende partijen,
advocaat: mr. B.P.C. Bijl,
tegen

1.[gedaagde id vrijw 1] b.v.,

te [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde id vrijw 2]
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partijen,
advocaat: mr. T.A.G. Moeijes.
Eisende partij in de hoofdzaak wordt hierna ‘RA Investments’ genoemd. Gedaagde partijen in de hoofdzaak en eisende partijen in de vrijwaringszaak worden hierna afzonderlijk ‘JGM Fund’, ‘JGM Group’ en ‘ [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] ’ genoemd en samen ‘JGM c.s.’ Gedaagde partijen in de vrijwaringszaak worden hierna afzonderlijk ‘ [gedaagde id vrijw 1] ’ en ‘ [gedaagde id vrijw 2] ’ genoemd en samen [gedaagden id vrijw]

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak blijkt uit:
  • de dagvaarding van 12 juni 2025, met producties,
  • de conclusie van antwoord, tevens houdende incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, met producties,
- het vonnis in incident van 8 oktober 2025 en de daarin genoemde stukken,
- de dagvaarding in vrijwaring van 28 oktober 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord in vrijwaring, met producties,
- het tussenvonnis van 12 november 2025, waarin een mondelinge behandeling in de hoofdzaak is bepaald,
- het tussenvonnis van 24 december 2025, waarin is bepaald dat de vrijwaringszaak tegelijkertijd zal worden behandeld met de hoofdzaak,
- de akte overlegging producties 19 tot en met 21 van RA Investments,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 2 maart 2026.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis wordt gewezen.

2.De feiten in de hoofd- en vrijwaringszaak

2.1.
RA Investments is een beleggingsmaatschappij. [gedaagde id vrijw 2] is middellijk, via de holdingvennootschap [gedaagde id vrijw 1] , bestuurder van RA Investments.
2.2.
JGM Fund is eveneens een beleggingsmaatschappij. Zij wordt middellijk, via de holdingvennootschap JGM Group, bestuurd door [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] .
2.3.
Op 21 december 2022 hebben RA Investments en JGM Fund een overeenkomst gesloten (hierna: de koopovereenkomst), waarbij JGM Fund de onroerende zaken gelegen aan [locatie 1] en [locatie 2] (hierna: de panden) kocht van RA Investments.
2.4.
De panden werden op dat moment verhuurd aan Lijfering Dranken B.V. (hierna: Lijfering). Lijfering is een drankengroothandel en wijnimporteur. Zij werd ook middellijk bestuurd door [gedaagde id vrijw 2] , via de holdingvennootschappen Lijfering Holding B.V en [gedaagde id vrijw 1] .
2.5.
Na de verkoop van de panden bleef Lijfering deze huren op grond van een nieuwe huurovereenkomst met JGM Fund (hierna: de huurovereenkomst). De huurovereenkomst bepaalt in artikel 6.3 dat Lijfering vóór de overdracht van de panden een waarborgsom moest stellen gelijk aan 12 maanden huur (dat is € 650.000).
2.6.
De aankoopprijs van de panden bedroeg € 8.500.000. RA Investments en JGM Fund zijn daarbovenop een additionele koopsom van € 966.667 overeengekomen. De uitbetaling van de additionele koopsom is afhankelijk gemaakt van de verlening van vergunningen voor de exploitatie en ontwikkeling van de panden. De koopovereenkomst bepaalt hierover in artikel 15 het Pro volgende:
15.2.1.
The Parties acknowledge that there are reasonable doubts whether the use of the Property as wholesale of beverages is allowed under the zoning plan / transitional law (overgangsrecht). The Parties have agreed that Lessee undertakes to apply for and obtain an irrevocable environmental permit for deviating use (omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik) in relation to the Property (including the Development) to allow for the use as wholesale of beverages, considering the applicable zoning plan and transitional law (the “Permit Deviating Use”), which undertaking has been laid down in the Lease.
15.2.2.
Vendor has indicated in the Due Dilligence that the Development is allowed under the applicable zoning plan. To realise the Development, the Purchaser will apply for and obtain an irrevocable environmental permit with regard to the Development (the “Development Permit”).
15.2.3.
Parties have agreed that an additional purchase price in the maximum amount of nine hundred sixty-six thousand six hundred sixty-seven euro (€ 966.667,00) could be due by the Purchaser (the “Additional Purchase Price”) if (i) an irrevocable Permit Deviating Use and (ii) an irrevocable Development Permit have been obtained. (…)
15.2.8.
As security for the payment of (a part of) the Additional Price by the Purchaser to the Vendor in accordance with the above, an amount of nine hundred and sixty-six thousand six hundred sixty-seven euro (€ 966.667,00) will be held in escrow by the Notary subject to the provisions of the Escrow Agreement.
2.7.
Na het sluiten van de koopovereenkomst zijn RA Investments en JGM Fund overeengekomen dat, in afwijking van artikel 15.2.8, geen depot zal worden aangehouden bij de notaris die de akte van levering van de panden aan JGM Fund zou verlijden. In plaats daarvan zou JGM Fund een bedrag gelijk aan de additionele koopsom in depot houden bij de notaris die de akte van levering van de panden aan Proxima NL2 Limited (hierna: Proxima) zou verlijden (zie 2.8 hierna).
2.8.
Op 22 december 2022 heeft JGM Fund de panden doorverkocht aan Proxima. Proxima is een rechtspersoon, opgericht naar het recht van het Verenigd Koninkrijk, die zich bezighoudt met handel in onroerend goed. JGM Fund en Proxima zijn naast de aanvankelijke koopsom eveneens een betaling van een additionele koopprijs overeengekomen, onder dezelfde voorwaarden als onder 2.6 vermeld. Deze additionele koopsom is op de kwaliteitsrekening van de notaris van Proxima gestort. Hiertoe is een onderhandse depotovereenkomst gesloten tussen JGM Fund, Proxima en de notaris van Proxima. De levering van de panden door JGM Fund aan Proxima vond plaats op 27 december 2022. Na de verkoop van de panden aan Proxima, zette zij de huurovereenkomst met Lijfering voort.
2.9.
In het voorjaar van 2023 is de in artikel 15.2.1 van de koopovereenkomst bedoelde vergunning verleend. In het voorjaar van 2024 is ook de vergunning bedoeld in artikel 15.2.2 verleend. RA Investments heeft JGM Fund verzocht de additionele koopsom te betalen.
2.10.
Op 20 april 2023 stuurde de advocaat van JGM Fund de volgende e-mail aan de advocaat van RA Investments:
2.11.
De advocaat van RA Investments reageerde de volgende dag naar de advocaat van JGM Fund als volgt:
2.13.
De volgende Whatsapp berichten zijn in april 2024 tussen [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] en [gedaagde id vrijw 2] gewisseld, waarbij zij met “ [naam] ” doelen op de (middellijk) bestuurder van Proxima:
(…)
2.14.
JGM Fund heeft in het kader van de overeengekomen additionele koopprijs in totaal een bedrag van € 316.667 aan RA Investment voldaan. RA Investments heeft JGM Fund vervolgens verzocht om de resterende € 650.000 van de additionele koopsom te voldoen. Hieraan heeft JGM Fund niet voldaan. Vervolgens heeft RA Investments conservatoir derdenbeslag laten leggen ten laste van JGM Fund.
2.15.
Op 9 januari 2025 is Lijfering failliet verklaard. Zij heeft de in 2.5 bedoelde additionele waarborgsom van € 650.000 niet aan de verhuurder verstrekt.
Tekst

3.Het geschil

in de hoofdzaak
3.1.
RA Investments vordert, samengevat, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
voor recht te verklaren dat JGM Fund, JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] onrechtmatig hebben gehandeld en schadeplichtig zijn jegens RA Investments;
voor recht te verklaren dat JGM Fund, JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor vergoeding van de door RA Investments geleden en nog te lijden schade, te begroten op € 650.000;
JGM Fund, JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] te veroordelen tot betaling van € 650.000, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 april 2024, althans 26 april 2024, althans de dag van de dagvaarding;
JGM Fund, JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis.
3.2.
RA Investments legt aan de vorderingen ten grondslag dat JGM Fund op grond van artikel 15.2.3 van de koopovereenkomst de volledige additionele koopsom aan haar moet betalen. De vergunningen zijn namelijk verleend en daarmee is aan de voorwaarden waaronder RA Investments recht heeft op de additionele koopsom voldaan. JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] kunnen ook tot betaling worden aangesproken, want zij hebben als (middellijk) bestuurder van JGM Fund ernstig verwijtbaar gehandeld door het verhaal van RA Investments op JGM Fund te frustreren.
3.3.
JGM c.s. voeren verweer. Zij stellen dat mondeling is overeengekomen dat JGM Fund de additionele koopprijs die zij aan RA Investments moest betalen, mocht verrekenen met de waarborgsom die Lijfering verschuldigd was aan Proxima. [gedaagde id vrijw 2] heeft namens RA Investments en Lijfering met deze constructie ingestemd. Op grond van deze afspraak hoefde JGM Fund na verrekening dus nog maar € 316.667 van de additionele koopsom van € 966.667 aan RA Investments te voldoen en dat bedrag heeft zij betaald. Verder is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat JGM Fund wordt gehouden het resterende deel van de additionele koopsom te voldoen en heeft RA Investments haar recht om aanspraak te maken op betaling verwerkt, althans daarvan afstand gedaan. Tot slot betwisten JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] dat zij als (middellijk) bestuurders van JGM Fund ernstig verwijtbaar hebben gehandeld.
in de vrijwaringszaak
3.4.
JGM c.s. vorderen dat [gedaagden id vrijw] worden veroordeeld om aan JGM c.s. te betalen datgene waartoe zij als gedaagden in de hoofdzaak mochten worden veroordeeld, te vermeerderen met de proceskosten en de wettelijke rente daarover.
3.5.
JGM c.s. leggen aan de vordering ten grondslag dat [gedaagden id vrijw] onrechtmatig hebben gehandeld. Zij hebben als middellijk bestuurders van Lijfering de huurovereenkomst gesloten in de wetenschap dat Lijfering aan de verplichtingen daaruit, waaronder het storten van de waarborgsom, niet zou kunnen voldoen en daarvoor geen verhaal zou bieden. Doordat Lijfering de additionele waarborgsom ook daadwerkelijk niet heeft betaald aan Proxima, heeft Proxima een bedrag gelijk aan de additionele waarborgsom ingehouden op de additionele koopsom die zij aan JGM Fund moest betalen voor de panden. Zodoende hebben JGM c.s. (als zij in de hoofdzaak in het ongelijk worden gesteld) schade geleden als gevolg van het onrechtmatige handelen van [gedaagden id vrijw]
3.6.
[gedaagden id vrijw] betwisten dat zij onrechtmatig jegens JGM c.s. hebben gehandeld. Verder ontbreekt het causale verband tussen eventuele schade van JGM c.s. en het handelen van [gedaagden id vrijw] als (middellijk) bestuurders van Lijfering.

4.De beoordeling in de hoofdzaak

JGM Fund moet de volledige additionele koopsom aan RA Investments betalen
4.1.
Vooropstaat dat artikel 15.2.3 van de koopovereenkomst bepaalt dat JGM Fund een additionele koopsom van € 966.667 aan RA Investments moet betalen wanneer de vergunningen bedoeld in artikel 15.2.1 en 15.2.2 van de koopovereenkomst zijn verleend. Het is niet in geschil dat deze vergunningen zijn verleend en dat dus is voldaan aan de voorwaarden waaronder RA Investments op grond van de koopovereenkomst recht heeft op betaling van de volledige additionele koopsom door JGM Fund.
4.2.
JGM c.s. hebben het bevrijdende verweer gevoerd dat een afwijkende afspraak is gemaakt. Zij stellen dat met RA Investment is overeengekomen dat JGM Fund € 650.000 op de additionele koopsom mocht inhouden vanwege verrekening met de additionele waarborgsom die Lijfering op grond van de huurovereenkomst aan Proxima moest voldoen. De stelplicht en bewijslast ten aanzien van deze afspraak rusten op grond van artikel 150 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op JGM c.s. Zoals hierna wordt toegelicht, hebben JGM c.s. niet voldoende gesteld om te kunnen oordelen dat deze verrekeningsafspraak is gemaakt.
4.3.
JGM c.s. hebben in de schriftelijke stukken slechts toegelicht dat de verrekeningsafspraak mondeling tot stand zou zijn gekomen; hoe en wanneer dat precies zou zijn gebeurd, wordt daarin echter niet duidelijk. Op de zitting hebben JGM c.s. daarover desgevraagd verklaard dat [gedaagde id vrijw 2] en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] in de weken voorafgaand aan de ondertekening van de koopovereenkomst dagelijks overleg met elkaar voerden. Vervolgens is op de zitting meermaals aan JGM c.s. gevraagd om uit te leggen wat er toen specifiek is besproken over de verrekening, wie bij die gesprekken aanwezig waren en waaruit volgt dat RA Investments met die verrekening had ingestemd. JGM c.s. hebben daarop in zijn algemeenheid verklaard dat de verrekeningsconstructie noodzakelijk was om de transactie door te laten gaan en dat de verrekening in het voordeel van RA Investment was omdat zij en Lijfering zelf geen geld hadden om de waarborgsom te vertrekken. Verder hebben zij verklaard dat Proxima de verrekeningsconstructie als voorwaarde stelde en dat zij, als uiteindelijke koper en verhuurder van de panden, het beslissende woord had. Tot slot zou over alles continu overleg hebben plaatsgevonden en was [gedaagde id vrijw 2] onderdeel van die overleggen.
4.4.
Met deze verklaringen hebben JGM c.s. niet concreet gemaakt wat [gedaagde id vrijw 2] tijdens de overleggen voorafgaand aan het tekenen van de koopovereenkomst zou hebben gezegd of anderszins kenbaar zou hebben gemaakt, waaruit zou kunnen volgen dat hij namens RA Investment instemde met de verrekening, hetgeen door RA Investments is betwist. Uit alleen het gegeven dat Proxima de verrekeningsconstructie als voorwaarde stelde om de transactie aan te gaan, volgt geenszins dat [gedaagde id vrijw 2] met die constructie instemde. Evenmin is daarvoor voldoende dat die afspraak (ook) in het voordeel van RA Investments zou zijn geweest. Anders dan JGM c.s. aanvoeren, kan die instemming ook niet worden afgeleid uit de tussen partijen gevoerde correspondentie (zie 2.10 tot en met 2.13). Integendeel, daarin is juist te lezen dat [gedaagde id vrijw 2] en de advocaat van RA Investments benadrukken dat verrekening van de verplichting van Lijfering aan Proxima met de schuld van JGM Fund aan RA investment niet kan, omdat – kort gezegd – geen sprake is van de situatie waarin partijen over en weer elkaars schuldeiser en schuldenaar zijn.
4.5.
Nu JGM c.s. te weinig hebben gesteld om te kunnen oordelen dat RA Investment met de door hen voorgestane verrekening heeft ingestemd, worden zij niet toegelaten tot het leveren van (getuigen)bewijs van het bestaan van die afspraak. Dat betekent ook dat het verweer dat een afwijkende afspraak met RA Investments tot stand is gekomen op grond waarvan JGM Fund € 650.000 op de additionele koopsom mocht inhouden, niet slaagt.
4.6.
JGM c.s. hebben verder een beroep gedaan op artikel 6:248 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Volgens JGM c.s. is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat zij worden gehouden tot betaling van het resterende deel van de additionele koopsom omdat [gedaagde id vrijw 2] heeft bewerkstelligd dat Lijfering dit bedrag niet als waarborgsom aan Proxima heeft betaald, waardoor Proxima op haar beurt dat deel van de additionele koopprijs niet aan JGM Fund betaalt. Dit verweer faalt omdat JGM Fund zichzelf in deze positie heeft gebracht door kennelijk met Proxima af te spreken dat zij de waarborgsom die Lijfering aan haar verschuldigd was in mindering mocht brengen op de additionele kooprijs die zij aan JGM Fund verschuldigd was. Nu vaststaat dat Lijfering noch RA Investments op de hoogte waren van die afspraak tussen JGM Fund en Proxima, is zonder nadere toelichting – die ontbreekt – niet voldoende toegelicht waarom het onaanvaardbaar is dat JGM Fund tot nakoming van haar verplichting onder de koopovereenkomst door RA Investment wordt aangesproken.
4.7.
Evenmin heeft RA Investments haar recht op nakoming verwerkt of daarvan afstand gedaan. Anders dan JGM c.s. betogen, en zoals al toegelicht in 4.4, kan uit de in 2023 en 2024 gevoerde correspondentie niet worden afgeleid dat RA Investment heeft ingestemd met de door JGM c.s. voorgestane verrekening. JGM Fund heeft op basis van die uitlatingen er dus ook niet gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat RA Investments geen aanspraak meer zou maken op betaling van de volledige additionele koopprijs. Ook deze verweren slagen niet.
4.8.
Uit het voorgaande volgt dat RA Investment aanspraak kan maken op nakoming van de koopovereenkomst en dat JGM Fund dus zal worden veroordeeld tot betaling van de gevorderde hoofdsom van € 650.000. De vordering is opeisbaar geworden op het moment dat de vergunningen werden verleend. Op 19 april 2024 heeft RA Investments aan JGM Fund meegedeeld dat de beide vergunningen waren verleend en haar verzocht om binnen zeven dagen na die dag de volledige additionele koopsom aan haar te betalen. JGM Fund heeft dat niet gedaan en verkeerde dus vanaf 27 april 2024 in verzuim. De wettelijke rente over de hoofdsom is verschuldigd vanaf de dag daarna.
JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] zijn aansprakelijk als bestuurders van JGM Fund
4.9.
RA Investments vordert dat ook JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] worden veroordeeld tot betaling van deze som. Als (middellijk) bestuurders van JGM Fund hebben zij, aldus RA Investments, onrechtmatig gehandeld door de winst die JGM Fund heeft gemaakt met de doorverkoop van de panden aan Proxima, weg te sluizen, zodat RA Investments zich niet meer kon verhalen op JGM Fund. Daarnaast is in weerwil van de overeenkomst tussen partijen, het door JGM Fund bij de notaris in depot gestorte geld niet gebruikt om de additionele koopsom aan RA Investments te betalen.
4.10.
JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] betwisten dat zij onrechtmatig hebben gehandeld. Zij wijzen erop dat JGM Fund een SPV (“Special Purpose Vehicle”) is, wat wil zeggen dat zij alleen voor deze transactie(s) is opgericht. Het is dan ook niet onrechtmatig dat JGM Fund inmiddels – drie en een half jaar nadat de transactie is voltooid – een lege entiteit is, aldus JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] .
4.11.
Het uitgangspunt is dat alleen de vennootschap die de verbintenis is aangegaan tot nakoming kan worden aangesproken. In het algemeen mag alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld als hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW Pro, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 8 december 2006 overwogen dat persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder kan worden aangenomen als hij (i) namens de vennootschap een verbintenis is aangegaan terwijl hij wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap deze niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden, of (ii) als hij heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar contractuele verplichtingen niet nakomt en ook geen verhaal biedt voor de als gevolg daarvan optredende schade (ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, Ontvanger/Roelofsen, rov. 3.5).
4.12.
Op grond van het onder (ii) genoemde criterium zijn ook JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] aansprakelijk voor de schuld van JGM Fund. Daarbij is het volgende van belang. Vast staat dat JGM Fund niet heeft voldaan aan haar verplichting om de additionele koopsom ten behoeve van RA Investment in depot bij de notaris te storten in afwachting van de verlening van de vergunningen. Logischerwijs is deze afspraak gemaakt juist omdat JGM Fund een SPV is en verder niet over middelen beschikt waarop RA Investments zich kan verhalen indien JGM Fund haar verplichting tot betaling van de additionele koopprijs niet nakomt. Door enerzijds niet in de overeengekomen zekerheid voor verhaal te voorzien en vervolgens ook niet de van Proxima ontvangen additionele koopprijs aan te wenden om haar verplichting aan RA Investment te voldoen, heeft JGM Fund jegens RA Investment onrechtmatig gehandeld. Door het bewerkstelligen van deze werkwijze hebben bestuurders [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] en JGM Group het ertoe geleid dat JGM Fund haar verplichtingen aan RA Investment niet nakomt en geen verhaal biedt voor de daardoor door RA Investments geleden schade. Hen treft daarom een persoonlijk en ernstig verwijt.
4.13.
Het voorgaande brengt mee dat JGM Group en [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] , als (middellijk) bestuurders van JGM Fund, eveneens zullen worden veroordeeld tot betaling van € 650.000, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 april 2024. Uit randnummer 3.8 van de dagvaarding in de hoofdzaak moet worden begrepen dat RA Investments hoofdelijke veroordeling van JGM c.s. vordert. De veroordeling zal dan ook hoofdelijk worden uitgesproken.
RA Investments heeft geen belang bij de gevorderde verklaringen voor recht
4.14.
RA Investments heeft naast veroordeling van JGM c.s. tot betaling van € 650.000 ook verklaringen voor recht gevorderd dat JGM c.s. onrechtmatig hebben gehandeld en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door RA Investments geleden schade, begroot op datzelfde bedrag. Aangezien JGM c.s. tot betaling zullen worden veroordeeld, bestaat geen zelfstandig belang meer bij de verklaringen voor recht met diezelfde strekking (artikel 3:303 BW Pro).
Beslag- en proceskosten
4.15.
RA Investments heeft conservatoir beslag laten leggen ten laste van JGM Fund. Gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro zal JGM Fund worden veroordeeld in de kosten daarvan, vastgesteld op:
- griffierecht voor het beslagrekest € 714,00
- salaris advocaat voor het beslagrekest € 1.861,50
- explootkosten
€ 1.667,80
Totaal € 4.243,30
Omdat het beslagrekest grotendeels gelijkluidend is aan de dagvaarding, wordt in het kader van het salaris van de advocaat voor het beslagrekest een half punt toegekend.
4.16.
JGM c.s. zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van RA Investments worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
126,11
- griffierecht
6.147,00
- salaris advocaat
7.446,00
(2 punten × € 3.723,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
13.908,11
4.17.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Hoofdelijke veroordeling van JGM c.s.
4.18.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
Alleen uitvoerbaarheid bij voorraad t.a.v. JGM Fund en JGM Group
4.19.
JGM c.s. hebben zich ten slotte verzet tegen de door RA Investments gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Zij voeren daartoe aan dat toewijzing van de vordering het faillissement van [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] zou betekenen en dat hij dus belang heeft bij handhaving van de bestaande toestand totdat op een eventueel hoger beroep is beslist.
4.20.
Bij de beoordeling van een vordering op grond van artikel 233 Rv Pro moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Bij de belangafweging wordt degene die een veroordeling tot betaling van een geldsom verkrijgt, vermoed het vereiste belang te hebben bij uitvoerbaarverklaring bij voorraad (Hoge Raad 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688).
4.21.
De rechtbank stelt voorop dat de argumenten die JGM c.s. aanvoert om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren alleen betrekking hebben op de belangen van [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] . Dergelijke belangen van JGM Fund en JGM Group zijn gesteld noch gebleken. De uit te spreken veroordelingen tot betaling door JGM Fund en JGM Group zullen daarom uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
4.22.
Ten aanzien van [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] komt de rechtbank tot een ander oordeel. RA Investments heeft niet betwist dat [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] persoonlijk failliet zal gaan als hij aan de veroordeling voldoet. Nu de gevolgen van een faillietverklaring onomkeerbaar zijn, weegt het belang van [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] om nog niet aan deze veroordeling te hoeven voldoen totdat er op een eventueel hoger beroep is beslist zwaarder dan het belang van RA Investments om op korte termijn door [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] voldaan te worden. De vordering van RA Investments om de uit te spreken veroordelingen tot betaling door [gedaagde id hfdzk en eiser id vrijw] uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, wordt afgewezen.
in de vrijwaringszaak
4.23.
Vooropstaat dat een vrijwaring slechts slaagt wanneer de waarborg krachtens zijn rechtsverhouding tot de gewaarborgde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. In de hoofdzaak worden JGM c.s. veroordeeld tot betaling van het resterende deel van € 650.000 van de additionele koopsom. Er moet dus sprake zijn van een rechtsverhouding tussen enerzijds JGM c.s. en anderzijds [gedaagde id vrijw 1] en/of [gedaagde id vrijw 2] op grond waarvan laatstgenoemden deze kosten moeten dragen.
4.24.
JGM c.s. stellen dat zij schade hebben geleden als gevolg van het niet verstrekken van de additionele waarborgsom door Lijfering aan Proxima. Daardoor heeft Proxima een bedrag gelijk aan de additionele waarborgsom ingehouden op de koopsom die zij aan JGM Fund moest betalen. Bestuurders [gedaagde id vrijw 1] en [gedaagde id vrijw 2] hebben bewerkstelligd dat Lijfering de huurovereenkomst aanging wetende dat zij geen waarborgsom zou kunnen storten en geen verhaal zou bieden. Doordat de waarborgsom daadwerkelijk niet is voldaan heeft Lijfering onrechtmatig gehandeld ten opzichte van JGM c.s. en treft [gedaagden id vrijw] hiervan een persoonlijk ernstig verwijt. JGM c.s. heeft als gevolg schade geleden omdat zij enerzijds niet volledig betaald is door Proxima voor de doorverkoop van de panden, terwijl zij anderzijds wel de volledige additionele kooprijs aan AR Investment moet voldoen, aldus steeds JGM c.s.
4.25.
De vordering in vrijwaring kan niet worden toegewezen. Uit de stellingen van JGM c.s. volgt dat JGM Fund met Proxima is overeengekomen dat als Lijfering geen additionele waarborgsom zou verstrekken, Proxima een gelijk bedrag zou inhouden op de additionele koopsom die zij aan JGM Fund zou uitbetalen. [gedaagden id vrijw] hebben onweersproken aangevoerd dat zij geen enkele betrokkenheid hebben gehad bij deze afspraak tussen JGM Fund en Proxima en daarvan ook niet op de hoogte waren. Dit maakt dat zelfs als [gedaagden id vrijw] het ertoe hebben geleid dat Lijfering de huurovereenkomst is aangegaan met Proxima terwijl zij wisten dat Lijfering de daaronder verschuldigde waarborgsom niet zouden kunnen betalen en geen verhaal zou bieden, niet valt in te zien op grond waarvan dat onrechtmatig is ten opzichte van JGM c.s. Dat het niet storten van de waarborgsom door Lijfering ook nadelige gevolgen heeft gehad voor JGM Fund, is het gevolg van de afspraken die zij met Proxima heeft gemaakt en niet van enig onrechtmatig handelen of nalaten van Lijfering ten opzichte van JGM Fund, laat staan dat daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt aan [gedaagden id vrijw] als haar bestuurders.
Proceskosten
4.26.
JGM c.s. worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [gedaagden id vrijw] hebben verzocht om JGM c.s. in de volledige proceskosten te veroordelen. Zij hebben de feiten die voor de beslissing van belang zijn niet volledig en naar waarheid aangevoerd en hadden de vordering gelet op de evidente ongegrondheid daarvan achterwege moeten laten, aldus [gedaagden id vrijw]
4.27.
Een vergoeding van volledige proceskosten is alleen toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had moeten blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM Pro (HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, rov. 5.1).
4.28.
Een dergelijk geval is hier niet aan de orde. Het feit dat de vordering wordt afgewezen betekent nog niet dat van meet af aan duidelijk was dat zij ‘evident’ ongegrond was. Ook is niet gebleken dat JGM c.s. op voorhand van de onjuistheid van hun stellingen op de hoogte waren. De hoge lat van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen wordt dan ook niet gehaald.
4.29.
De proceskosten van [gedaagden id vrijw] worden daarom op de gebruikelijke wijze begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
5.584,50
(1,5 punten × € 3.723,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
12.634,50
4.30.
De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. Ook wordt deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard conform het verzoek van [gedaagden id vrijw]

5.De beslissing

De rechtbank
in de hoofdzaak
5.1.
veroordeelt JGM c.s. hoofdelijk om aan RA Investments te betalen een bedrag van € 650.000, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 april 2024,
5.2.
veroordeelt JGM Fund om aan RA Investments te betalen een bedrag van € 4.243,30 aan beslagkosten,
5.3.
veroordeelt JGM c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 13.908,11, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als JGM c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt JGM c.s. hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover ten aanzien van JGM Fund en JGM Group uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de vrijwaringszaak
5.7.
wijst de vordering van JGM c.s. af,
5.8.
veroordeelt JGM c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 12.634,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als JGM c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.9.
verklaart de proceskostenveroordeling onder 5.8 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser, bijgestaan door mr. R.D. Lok, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.