Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5713

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/13/773553 / HA ZA 25-1355
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 20 RvArt. 8:75 AwbArt. 7:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevergoeding wegens gederfde winst na weigering ontheffing avondwinkel

De zaak betreft een avondwinkel in Amsterdam-West die sinds 2015 werd geëxploiteerd door eiser 1 c.s. en die een ontheffing wilde voor langere openingstijden na 22:00 uur. De gemeente weigerde deze ontheffing vanwege het maximale aantal avondwinkels in het stadsdeel. Na diverse procedures werd uiteindelijk in 2021 door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) de ontheffing alsnog verleend.

Eiser 1 c.s. vorderden vervolgens schadevergoeding wegens gederfde winst en vergoeding van juridische kosten, stellende dat de winkel door het weigeren van de ontheffing niet in de avonduren kon draaien. De gemeente voerde verweer dat de winkel feitelijk wel open was na 22:00 uur, waardoor geen schade was geleden.

De rechtbank stelde vast dat uit diverse proces-verbalen, verklaringen en uitingen van de winkel bleek dat de winkel regelmatig na 22:00 uur open was, ondanks het ontbreken van een ontheffing. Eiser 1 c.s. konden dit niet met bewijs onderbouwen. Ook het aanbod om alsnog met een deskundige de omzet te begroten kwam te laat en werd niet toegestaan.

De vordering tot schadevergoeding wegens gederfde winst werd daarom afgewezen. De vordering tot vergoeding van juridische kosten werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze kosten reeds in bestuursrechtelijke procedures aan de orde waren geweest en de civiele rechter hier niet bevoegd was. Eiser 1 c.s. werden veroordeeld in de proceskosten van de gemeente.

Uitkomst: De vorderingen tot schadevergoeding en vergoeding van juridische kosten worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/773553 / HA ZA 25-1355
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [woonplaats] ,
2.
[eiser 2],
te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiser 1] c.s.,
advocaat: mr. S.C. Noordhuis,
tegen
GEMEENTE AMSTERDAM,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat: mr. J. Liauw - A - Joe.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 juli 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 19 november 2025, waarin is bepaald dat een mondelinge behandeling zal plaatsvinden,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 31 maart 2026 en de daarin genoemde processtukken, waaronder de Akte nadere producties en eiswijziging van [eiser 1] c.s..
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[naam avondwinkel] is een avondwinkel die sinds 1 oktober 2003 is gevestigd aan de [adres] . Vanaf 12 juni 2015 werd [naam avondwinkel] geëxploiteerd door [eiser 1] en [eiser 2] via een vennootschap onder firma (de vof). Per 1 augustus 2018 is de vof ontbonden. Vanaf 1 oktober 2018 wordt de winkel geëxploiteerd in de vorm van een eenmanszaak van (alleen) [eiser 1] .
2.2.
Rond de overname was er contact met de gemeente over de wens van [eiser 1] c.s. om de winkel na 22:00 uur open te laten zijn. Op 22 juli 2015 heeft de gemeente per e-mail aan [eiser 1] laten weten dat er voor de winkel aan de [adres] geen vergunning (lees: ontheffing, rechtbank) voor een avondwinkel kon worden verleend, omdat in het Stadsdeel West het maximale aantal avondwinkels al was bereikt.
2.3.
Vervolgens heeft een door [naam avondwinkel] ingeschakelde advocaat op 11 december 2015 verzocht om een ontheffing te verlenen. Ook op dit verzoek is negatief gereageerd. De gemeente liet op 9 november 2016 weten dat het quotum voor avondzaken in het Stadsdeel West al was bereikt.
2.4.
Vervolgens is nog verschillende malen om een ontheffing verzocht, maar zonder het door [eiser 1] c.s. gewenste resultaat. Ondertussen constateerden toezichthouders van de gemeente en politiebeambten op een aantal momenten dat de avondwinkel open was na 22:00 uur, zonder dat daar een ontheffing voor was. Daarom heeft de gemeente een Last onder dwangsom opgelegd van € 2.500,- per overtreding voor het geval de winkel weer na 22:00 uur open zou zijn, en vervolgens verschillende besluiten genomen tot invordering van verbeurde dwangsommen.
2.5.
Na verschillende bezwaar- en beroepsprocedures heeft het CBB in een uitspraak van 16 september 2021 de gemeente Amsterdam opgedragen toch een ontheffing te verlenen overeenkomstig de aanvraag van 11 december 2015. Daarnaast heeft het CBB in zijn beslissing onder meer de in de tussentijd door de gemeente genomen dwangsom- en invorderingsbesluiten vernietigd. Op 4 november 2021 heeft de gemeente, zoals opgedragen door het CBB, de ontheffing verleend om de avondwinkel te mogen exploiteren vanaf 1 april 2016 tot 1 april 2026.
2.6.
Daarna heeft [eiser 1] de gemeente aansprakelijk gesteld voor geleden schade wegens de onrechtmatige besluitvorming, maar de gemeente heeft de aansprakelijkheid afgewezen.

3.Het geschil

3.1.
[eiser 1] c.s. vorderen na eiswijziging – samengevat – dat de rechtbank, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1) de gemeente veroordeelt tot betaling aan [eiser 1] c.s. van:
a) € 516.134,88 aan schadevergoeding wegens gemiste winst inclusief wettelijke rente,
b) € 30.559,62 als vergoeding voor gemaakte juridische kosten, of een ander in goede justitie te bepalen bedrag,
2) de gemeente veroordeelt in de proceskosten, inclusief de nakosten.
3.2.
[eiser 1] c.s. leggen aan de vordering het volgende ten grondslag. De gemeente Amsterdam heeft ten onrechte geen ontheffing verleend voor de winkeltijdenwet. Hierdoor kon [naam avondwinkel] niet in de avonduren worden geëxploiteerd sinds de overname van de winkel op 12 juni 2015 tot aan het besluit van de gemeente van 4 november 2021 vanaf 22:00 uur tot 01:00 uur (zondag tot en met donderdag) respectievelijk tot 03:00 uur (vrijdag en zaterdag). In die periode is tijdens de gemiste avonduren omzet misgelopen en winst gederfd. De gederfde winst is berekend op € 516.134,88 vanaf 1 april 2016. Daarnaast zijn aanzienlijke juridische kosten gemaakt
3.3.
De gemeente voert verweer. De gemeente concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser 1] c.s. dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser 1] c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser 1] c.s. in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De vorderingen van [eiser 1] c.s. worden afgewezen. Dit wordt hierna uitgelegd.
Vordering tot schadevergoeding wegens gederfde winst
4.2.
[eiser 1] c.s. vorderen ten eerste schadevergoeding wegens gederfde winst. De gemeente heeft daartegen als belangrijkste verweer aangevoerd dat geen schade is geleden omdat [naam avondwinkel] consequent na 22:00 uur open is geweest, ook al was daar (nog) geen ontheffing voor. Als de ontheffing eerder zou zijn verleend, zou de winkel dus niet anders hebben gedraaid. Er is dus ook geen winst gederfd, aldus de gemeente.
4.3.
De rechtbank volgt dit verweer. Dat schade is geleden, is niet komen vast te staan.
Het is aan [eiser 1] c.s. als eisers om voldoende te stellen dat schade is geleden. [eiser 1] c.s. hebben gesteld dat de winkel na 22.00 uur dicht is geweest en alleen incidenteel na 22.00 uur open is geweest. De gemeente heeft dit gemotiveerd betwist en gewezen op de vele momenten dat [naam avondwinkel] na 22:00 uur open was, op eigen uitingen van [naam avondwinkel] waaruit dit kan worden afgeleid en op verklaringen van [eiser 1] en van derden.
4.4.
Zo volgt uit proces-verbalen van bijzondere opsporingsambtenaren van de gemeente en van de politie dat [naam avondwinkel] open was op:
- 20 september 2015 om 01:30 uur (proces-verbaal BOA 29 november 2015);
- 25 oktober 2015 om 00:30 uur (proces-verbaal politie 25 oktober 2015);
- 13 oktober 2017 om 00:43 uur (Last onder dwangsom Winkeltijdenwet 19 maart 2018);
- 22 januari 2018 om 00:00 uur (Last onder dwangsom Winkeltijdenwet 19 maart 2018);
- 5 februari 2018 om 00:20 uur (Last onder dwangsom Winkeltijdenwet 19 maart 2018);
- 18 februari 2018 om 23:35 uur (Last onder dwangsom Winkeltijdenwet 19 maart 2018);
- 6 april 2018 om 23:20 uur (Invorderingsbesluit verbeurde dwangsom 26 april 2018);
- 7 april 2018 om 00:00 uur (Invorderingsbesluit verbeurde dwangsom 26 april 2018;
- 2 mei 2018 om 23:45 uur (Invorderingsbesluit verbeurde dwangsom 23 juli 2018);
- 14 juli 2018 om 00:45 uur (Invorderingsbesluit verbeurde dwangsom 23 juli 2018);
- 15 juli 2018 om 00:05 uur (mutatierapport politie);
- 24 december 2018 om 00:17 uur (Invorderingsbesluit verbeurde dwangsom 5 maart 2019);
- 17 oktober 2020 om 22:30 uur (Besluit last onder dwangsom van 17 november 2020 vanwege overtreding van de noodverordening in verband met COVID-19).
4.5.
Verder volgt uit verschillende uitingen van [naam avondwinkel] dat de winkel zich naar buiten toe als een avondwinkel presenteerde:
  • Op de gevel stond ‘ [naam avondwinkel] ’;
  • Uit een mutatierapport van de politie volgt dat op 16 juli 2018 in de lichtkrant in de etalageruit was te zien dat de winkel tot 01:00 uur open is;
  • Op de eigen bestelwebsite van Ordersys van [naam avondwinkel] stond op 26 oktober 2020 vermeld dat de bezorg- en openingstijden dagelijks van 16:00 tot 02:00 uur waren.
4.6.
Ten slotte volgt uit verschillende verklaringen dat [naam avondwinkel] na 22:00 uur open was.
Ten eerste heeft [eiser 1] zelf in zijn reactie van 21 maart 2018 op het dwangsombesluit van de gemeente van 19 maart 2018 betoogd dat de gemeente openstelling na 22:00 uur zou gedogen en daarbij het volgende geschreven:
“Wij zijn nu twee jaren verder, en jullie als Gemeente komen nu ruim 2,5 jaren later, wij zijn altijd tot 1:00 uur open gebleven.”
Verder verklaren verschillende klanten dat het zo fijn is dat de winkel open is op het moment dat de supermarkten – die tot 22:00 uur open zijn – dicht zijn:
  • “Zoals u ziet werken wij beiden late uren en is het voor ons zeer praktisch dat wij, zodra wij thuiskomen, nog avondeten kunnen aanschaffen wanneer de omliggende supermarkten al gesloten zijn. Tevens verkoopt de Avondwinkel boodschappen die niet kunnen wachten op de volgende dag en niet meer verkrijgbaar zijn na de gebruikelijke sluitingstijd;”(verklaring van 12 november 2018);
  • “Het is een fijne winkel als je iets nodig hebt maar de reguliere supermarkten al gesloten zijn.”(verklaring van 15 november 2018);
  • “(..) zij zorgen voor verbinding in de buurt, een vriendelijke lach, een praatje wanneer nodig en op de momenten dat je werk het niet toelaat om naar de supermarkt te gaan, voor het brood op je ontbijtbordje.”(verklaring van 20 november 2018).
4.7.
Gelet op het voorgaande wordt de stelling van [eiser 1] c.s. dat [naam avondwinkel] alleen incidenteel na 22.00 uur open was, verworpen.
Vanwege de gemotiveerde betwisting door de gemeente had het op de weg van [eiser 1] c.s. gelegen om met bewijs(stukken) te onderbouwen dat de winkel wel degelijk veelal gesloten is geweest na 22:00 uur. Dat hebben [eiser 1] c.s. niet gedaan.
[eiser 1] c.s. hebben gesteld dat dit zou kunnen blijken uit het kassasysteem, maar gezien het verweer van de Gemeente hadden [eiser 1] c.s. voorafgaand aan de zitting op basis van de hen ter beschikking staande gegevens uit het kassasysteem moeten onderbouwen dat de winkel slechts incidenteel na 22.00 uur open was. Partijen zijn immers verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren en om onredelijke vertraging van de procedure te voorkomen (art. 21 en Pro 20 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
Het aanbod van [eiser 1] c.s. om alsnog met behulp van een deskundige de gederfde omzet te begroten op basis van de gegevens uit het kassasysteem komt daarom eveneens te laat.
Het is in strijd met de goede procesorde om hen daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen.
4.8.
Omdat er dus vanuit moet worden gegaan dat de winkel steeds na 22.00 uur open is geweest, is er geen schade geleden door het onrechtmatige besluit van de Gemeente. De gevorderde schadevergoeding wordt dus afgewezen.
De gevorderde vergoeding voor juridische kosten
4.9.
[eiser 1] c.s. vorderen verder een bedrag van € 30.559,62 voor gemaakte juridische kosten. Ter onderbouwing van deze vordering hebben [eiser 1] c.s. declaraties met de bijbehorende specificaties overgelegd, waaruit volgt dat het gaat om werkzaamheden die zijn verricht in het kader van de bestuursrechtelijke procedures. [eiser 1] c.s. verzoeken om vergoeding van de werkelijke proceskosten die in die procedures zijn gemaakt (waarbij uit nummer 31 van de dagvaarding valt af te leiden dat [eiser 1] c.s. wel vinden dat daarbij de ontvangen forfaitaire proceskostenvergoedingen in mindering kan worden gebracht).
4.10.
[eiser 1] c.s. worden in deze vordering niet-ontvankelijk verklaard. Artikel 8:75 Awb Pro bepaalt namelijk dat de bestuursrechter bij uitsluiting bevoegd is om over de juridische kosten in die procedures te oordelen. In bijzondere gevallen kan de bestuursrechter daarbij ook een hogere dan een forfaitaire vergoeding toekennen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat voor aanvullende rechtsbescherming door de burgerlijke rechter ter zake van een vergoeding voor kosten van bezwaar of beroep geen plaats is, tenzij het een aanspraak betreft die de belanghebbende redelijkerwijs niet op de voet van art. 8:75 Awb Pro aan de bestuursrechter (dan wel op de voet van artikel 7:15 Awb Pro aan het bestuursorgaan) heeft kunnen voorleggen (HR 29 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1456 rechtsoverweging 5.3). Hier heeft het CBB in de bestuursrechtelijke procedures over de kosten geoordeeld en is geen sprake van de bedoelde uitzondering (en dit is ook niet gesteld).
Conclusie
4.11.
De conclusie is dat de vordering tot vergoeding van de schade door gederfde winst wordt afgewezen en dat [eiser 1] c.s. niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering tot veroordeling van de gemeente tot vergoeding van juridische kosten. Bij die stand van zaken, kunnen de overige verweren van de gemeente, onder meer voor wat betreft het onderscheid tussen [eiser 1] en [eiser 2] , verder onbesproken blijven.
[eiser 1] c.s. worden veroordeeld in de proceskosten
4.12.
[eiser 1] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de gemeente worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
7.446,00
(2 punten × € 3.723,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
14.496,00

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vordering van [eiser 1] c.s. tot veroordeling van de gemeente tot betaling van schadevergoeding wegens gederfde winst af,
5.2.
verklaart [eiser 1] c.s. niet-ontvankelijk in de vordering tot betaling van juridische kosten,
5.3.
veroordeelt [eiser 1] c.s. in de proceskosten van € 14.496,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser 1] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, bijgestaan door mr. K.E. Beerlage, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.