Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eisende partij 1] ,2. [eisende partij 2] ,
1.De procedure
2.De feiten
€ 219,75 per kalenderdag betalen wegens overschrijding van de maximale bouwtijd.
- 20 juni 2021: “
- 24 juni 2021: “
- 11 november 2021: “
- 2 december 2021: “
- 6 februari 2022: “
- 21 april 2022: “
- 7 mei 2022: “
- 21 mei 2022: “
- 27 oktober 2022: “
- 4 januari 2023:
- 21 juni 2021 (als reactie op de melding van 20 juni 2021):
- 15 november 2021 (als reactie op de melding van 11 november 2021):
Wederom lekkage door plafond in woonkamer van bovenliggende terras!”. [eisende partij 1] c.s. woonden toen al in het appartement.
de woning in de staat verkeert die u bij de oplevering daarvan van Amvest mocht verwachten’ te vervangen door ‘
de woning opleveringsgereed zal zijn conform de gestelde eisen in de koop-/aannemingsovereenkomst en de daarop van toepassing verklaarde voorwaarden.’
de woning opleveringsgereed zal zijn’, omdat de woningen formeel al werden opgeleverd. Om verdere discussie te voorkomen is voorgesteld de zinsnede geheel te laten vervallen en te volstaan met ‘
welke datum de lekkage als redelijkerwijs verholpen kan worden beschouwd’.
(1) de contractuele boete vanaf 11 januari 2021 tot aan de opleveringsdatum van uw woning minus het door Amvest op 30 december 2021 voorlopig betaalde bedrag ter hoogte van
€ 16.041,75,
3.Het geschil
‘(gehad)’ met lekkage. Als de rechtbank dat standpunt niet volgt, moet het boetebedrag worden gematigd (artikel 6:94 BW Pro). Daarnaast is een schadevergoeding niet toewijsbaar, omdat niet is gebleken van schade of ernstige hinder door de lekkage. De vordering tot vaststelling van een plan van aanpak moet worden afgewezen, omdat de VvE geen partij is bij deze procedure en Amvest geen (exacte) tijdsplanning kan maken, aangezien zij daarvoor afhankelijk is van de medewerking van de VvE en de bewoners van het appartementencomplex. Het gehele appartementencomplex moet worden aangepakt, niet enkel het appartement van [eisende partij 1] c.s., anders gaat het enkel om symptoombestrijding.
4.De beoordeling
vanafde opleverdatum). Evenmin wordt gerefereerd aan ‘onbewoonbaarheid’ of het moment waarop de woning ‘voor bewoning gereed’ zou zijn. Weliswaar is in de voorafgaande correspondentie tussen de advocaten van partijen wel gesproken over het moment dat lekkages ‘geen belemmering meer vormen voor ingebruikname van de woning’ (zie 2.12.1), maar deze passage is uiteindelijk juist niet in de vaststellingsovereenkomst terecht gekomen. Later is van de zijde van Amvest voorgesteld aan te knopen bij de datum waarop ‘de lekkage als redelijkerwijs verholpen kan worden beschouwd’ (zie 2.12.7).
nietonbewoonbaar maakte. Daarbij komt dat de advocaat van [eisende partij 1] c.s. voorafgaand aan het sluiten van de vaststellingsovereenkomst expliciet aan Amvest heeft laten weten dat het gebrek waardoor de woning voor bewoning was afgekeurd op 6 januari 2022 was verholpen (zie 2.12.11), maar dat de lekkage nog steeds niet was verholpen. Desalniettemin heeft Amvest niet voorgesteld in de vaststellingsovereenkomst een concrete einddatum van de boete op te nemen, hetgeen wel voor de hand had gelegen indien haar visie wordt gevolgd. Verder is van belang dat (uiteindelijk) ook voor [eisende partij 1] c.s. gebruik is gemaakt van het model vaststellingsovereenkomst voor woningen met nog niet opgeloste lekkage. [eisende partij 1] c.s. mocht dan ook redelijkerwijs verwachten dat de boete zou doorlopen totdat (na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst) de lekkage zou worden hersteld.
de verdere afwikkeling van de VSO”. Aangenomen kan worden dat [naam 2] hierbij doelt op de boete van de tweede categorie, omdat [eisende partij 1] c.s. in een bericht van oktober 2022 aangeeft dat Amvest de financiële tegemoetkoming vanwege de te late oplevering tot 16 juni 2021 – dus de boete van de eerste categorie – al heeft betaald. Niet gebleken is van een andere financiële vergoeding van Amvest aan [eisende partij 1] c.s. op grond van de vaststellingsovereenkomst. Bovendien is de uitleg van Amvest niet logisch, omdat volgens Amvest op grond daarvan de boete zou zijn verschuldigd tot 16 juni 2021, terwijl de vaststellingsovereenkomst bijna een jaar later is gesloten en deze evident gaat om een lekkage die nog moet worden verholpen.