Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats], eiseres
de Nederlandsche Bank N.V., DNB
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
DNB heeft dit echter geweigerd. Op grond van artikel 8.8 van de Woo vallen deze documenten volgens DNB buiten de reikwijdte van de Woo. Of om toezichtvertrouwelijke informatie is verzocht, ligt al besloten in het verzoek zelf en hoeft niet aan de hand van de specifieke documenten zelf beoordeeld te worden. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft DNB verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank van 26 september 2023 over een Woo-verzoek over strafvorderlijke gegevens. [3] Overlegging van deze documenten is volgens DNB verder niet verenigbaar met de op haar rustende wettelijke geheimhoudingsplichten, die voortvloeien uit afdeling 1.5.1 van de Wet op het financieel toezicht, de Wwft en de Bankwet 1998. Die geheimhoudingsplicht geldt ook in bestuursrechtelijke procedures, behoudens de limitatief omschreven uitzonderingen die in die wet zijn opgenomen.
DNB heeft verwezen naar twee andere zaken over een Woo-verzoek aan DNB waarin volgens deze rechtbank toezichtvertrouwelijke stukken niet hoefden te worden overgelegd.
Baumeister-arrest. [4] Op grond van artikel 22, eerste lid, van de Wwft is DNB is verplicht tot geheimhouding van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen die zij in het kader van haar taak als toezichthouder onder de Wwft heeft ontvangen. Uit het
Baumeister-arrest volgt dat sprake is van dergelijke vertrouwelijke informatie wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden dat de gegevens niet openbaar zijn en openbaarmaking daarvan afbreuk dreigt te doen aan de belangen van de natuurlijke of rechtspersoon die de gegevens verstrekt heeft, aan de belangen van derden of aan de goede werking van het systeem van toezicht.
Baumeister-arrest. Om vast te stellen of de classificatie die DNB geeft terecht is en of de informatie in de documenten valt onder de criteria van het Baumeister-arrest, moet de rechtbank de motivering kunnen toetsen aan de feitelijke inhoud van de documenten. Dit volgt ook uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), waarin is overwogen dat een kale motivering bij een afwijzende beslissing op een verzoek om informatie veelal niet kan worden gegeven zonder zicht te bieden op de aard of de inhoud van de documenten. [5] De rechtbank is van oordeel dat deze rechtspraak ook relevant is voor de beoordeling van deze zaak, omdat als de rechtbank de inhoud en vertrouwelijkheid van de documenten niet kan beoordelen, zij ook niet kan beoordelen of het geheimhoudingsregime van de Wwft van toepassing is of de Woo. Daarbij merkt de rechtbank op dat in geschil is of de verzochte beleidsmatige documenten als toezichtvertrouwelijk kunnen worden aangemerkt. Hoewel de rechtbank benadrukt dat zij het belang van vertrouwelijkheid van toezichtinformatie onderschrijft en erkent dat vertrouwelijke informatie zowel door derden als door de toezichthouder zelf kan worden verzameld of gegenereerd – bijvoorbeeld in rapporten, analyses, gehanteerde toezichtmethoden, sanctierapporten of interne e-mails – dit niet betekent dat alle beleidsstukken of informatie in beleidsstukken automatisch als toezichtvertrouwelijk kan worden aangemerkt. De rechtbank moet het document inzien om te toetsen of er sprake is van toezichtvertrouwelijke informatie of dat de Woo van toepassing is. Daarbij merkt de rechtbank op dat uit het Baumeister-arrest volgt dat informatie die mogelijkerwijs commerciële geheimen betreft, maar ten minste vijf jaar oud is, in beginsel niet langer actueel is en daarom niet meer als geheim kan worden beschouwd. Dit versterkt het oordeel van de rechtbank dat het noodzakelijk is om per document te toetsen of sprake is van toezichtvertrouwelijke informatie. De rechtbank ziet verder nergens een rechtsgrondslag die zou rechtvaardigen dat zij geen inzicht zou mogen hebben in mogelijke toezichtvertrouwelijke stukken. Hiervoor biedt artikel 8:29 van Pro de Awb voldoende waarborgen. Zonder de mogelijkheid tot inzage zou de rechtbank haar controlerende taak niet naar behoren kunnen vervullen. De beroepsgrond slaagt.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld (…).
1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter.
De artikelen 3.1, 3.3, 4.1, 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 zijn niet van toepassing op informatie waarvoor een bepaling geldt die is opgenomen in de bijlage bij deze wet.
1.Het is een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld verboden van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet dan wel ingevolge titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn verstrekt of ontvangen, of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist.
2.In afwijking van het eerste lid, kan de toezichthoudende autoriteit met gebruikmaking van de in het eerste lid bedoelde informatie mededelingen doen, indien deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke personen.
1. Een instelling en de personen die werkzaam zijn voor een instelling zijn, behoudens voor zover uit deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit, verplicht tot geheimhouding jegens een ieder van:
b. kosten van een getuige of deskundige die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,
1. Het bedrag van de kosten wordt bij de uitspraak, onderscheidenlijk de beslissing op het bezwaar of het administratief beroep als volgt vastgesteld: