Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Bydgoszcz, III Criminal Division,Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court in Szubinvan 18 september 2019 met kenmerk II K 416/18.
[correspondentieadres]opgegeven als correspondentieadres en een adres-instructie ondertekend op 11 juni 2018. Daarbij is de opgeëiste persoon gewezen op zijn verplichting om adreswijzigingen door te geven en op de consequenties van het niet nakomen van die verplichting. De oproepingen voor de zittingen zijn volgens de aanvullende informatie naar voormeld adres verstuurd. Op grond van de hiervoor genoemde omstandigheden stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot brieven die op zijn correspondentieadres bezorgd werden, terwijl zorgvuldigheid van hem verwacht mocht worden aangezien hij er redelijkerwijs rekening mee moest houden dat er een procedure zou volgen. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om af te zien van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro.
4.Strafbaarheid
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
C.J. [5] In dat arrest heeft het HvJ EU zich uitgesproken over de situatie dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit artikel 4, punt zes, van het Kaderbesluit 2002/584/ JBZ wenst toe te passen. Het betreft de situatie, zoals hier aan de orde, dat de rechtbank de overlevering wil weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in Nederland wil bevelen. Zoals de rechtbank in haar uitspraak van 30 september 2025 [6] heeft overwogen volgt uit het arrest van het HvJ EU - kort samengevat - dat toestemming van de beslissingsstaat is vereist voordat de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf door een ontvangende lidstaat kan worden overgenomen. Die toestemming wordt uitgedrukt door toezending van het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 bij het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en het vonnis waarbij de straf is opgelegd.
the District Court in Szubinvan 18 september 2019 met kenmerk II K 416/18 ontvangen. Dit betekent dat de uitvaardigende lidstaat als beslissingsstaat toestemming heeft gegeven voor het overnemen van de straf door Nederland.
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsbepalingen
8.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Bydgoszcz, III Criminal Division,Polen
..
[opgeëiste persoon] .
[opgeëiste persoon]tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.