Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6061

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
11952709 \ CV EXPL 25-15259
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:925 BWArt. 7:944 BWArt. 7:964 BWArt. 7:975 BWArt. 7:976 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging verstekvonnis en afwijzing afkoop vordering uitvaartverzekering in natura

De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarbij gedaagden een afkoopsom vorderden na beëindiging van een overeenkomst met Al Firdaus, die uitvaartdiensten levert volgens islamitische normen.

De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst een levensverzekering betreft, meer specifiek een uitvaartverzekering in natura, waarbij de premies niet kunnen worden afgekocht op grond van artikel 7:978 BW Pro in samenhang met artikel 7:976 BW Pro. De vordering tot afkoop wordt daarom afgewezen.

Daarnaast vernietigt de kantonrechter het verstekvonnis omdat het onterecht is gewezen en veroordeelt de verwerende partijen tot terugbetaling van onverschuldigde bedragen en gemaakte kosten, waaronder executiekosten en beslagkosten.

De proceskosten worden aan de zijde van Al Firdaus toegewezen en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en de vordering tot afkoop van premies wordt afgewezen omdat het een uitvaartverzekering in natura betreft zonder recht op afkoop.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11952709 \ CV EXPL 25-15259
Vonnis van 9 juni 2026
in de zaak van
STICHTING AL FIRDAUS,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij in verzet, oorspronkelijk gedaagde partij
hierna te noemen: Al Firdaus,
gemachtigde: mr. P.A. Visser,
tegen

1.[verweerder 1],

en
2.
[verweerder 2],
beiden wonende te [woonplaats],
verwerende partijen in verzet, oorspronkelijk eisende partijen,
hierna samen te noemen: [verweerders],
gemachtigde: mr. J. Trappenburg (Achmea Rechtsbijstand).
De zaak in het kort
[verweerders] zijn met Al Firdaus een overeenkomst aangegaan, waarbij Al Firdaus zich, tegen een maandelijkse vergoeding, verplicht om bij overlijden onder andere de uitvaart te verzorgen. [verweerders] hebben de overeenkomst beëindigd en de betaalde vergoedingen als afkoopsom gevorderd. Die vordering is bij verstek toegewezen. Al Firdaus is tegen die beslissing in verzet gekomen. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een uitvaartverzekering in natura en daarvoor geldt geen recht van afkoop. De kantonrechter verklaart het verzet daarom gegrond en vernietigt het verstekvonnis. Dit betekent dat [verweerders] de bij verstek toegewezen bedragen aan Al Firdaus terug moeten betalen, met kosten. Dat wordt hierna uitgelegd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de oorspronkelijke dagvaarding van 22 juli 2025, met producties,
- het verstekvonnis van 2 september 2025,
- de verzetdagvaarding van 23 oktober 2025, met producties,
- de akte wijziging eis van Al Firdaus, met producties,
- de conclusie van antwoord in verzet,
- de conclusie van repliek in verzet,
- de rolmededeling van 17 februari 2026,
- de akte uitlaten van Al Firdaus, met producties,
- de akte uitlating van [verweerders].
1.2.
Ten slotte is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2.De feiten

2.1.
Al Firdaus is een onderneming die bij het overlijden van een lid de uitvaart verzorgt volgens islamitische normen. Al Firdaus biedt onder andere ondersteuning aan de nabestaanden, levert een grafkist en regelt de laatste verzorging, de rituele wassing, het openbaren, het overlijdensgebed en de lijkbezorging.
2.2.
[verweerder 1] heeft op 8 januari 1999 een lidmaatschap afgesloten bij Al Firdaus. Op 29 oktober 2018 heeft zij ook haar dochter [verweerder 2], onder hetzelfde lidmaatschapsnummer, ingeschreven bij Al Firdaus. [verweerders] betalen voor het lidmaatschap gezamenlijk een bijdrage van in totaal € 15,95 per maand aan Al Firdaus.
2.3.
Bij e-mail van 19 februari 2024 heeft [verweerder 1] aan Al Firdaus geschreven: “
(…)bij deze het verzoek om informatie/voorwaarden omtrent het opzeggen van mijn lidmaatschap (300), gezien het feit ik elders wil verzekeren met mijn gezin.(…)
2.4.
De gemachtigde van [verweerders] heeft bij brief van 1 maart 2024 aan Al Firdaus het lidmaatschap per 19 april 2024 opgezegd en aanspraak gemaakt op een afkoopregeling voor de betaalde maandelijkse bijdragen.
2.5.
Al Firdaus heeft zich vervolgens bij e-mail van 22 maart 2024 op het standpunt gesteld dat de opzegging geen recht op terugbetaling van de betaalde bijdragen oplevert.
2.6.
Bij brief van 24 april 2024 heeft de gemachtigde van [verweerders] betoogd dat sprake is van een (uitvaart)verzekeringsovereenkomst en opnieuw aanspraak gemaakt op een afkoopregeling. Al Firdaus heeft daar niet op gereageerd, waarna [verweerders] over zijn gegaan tot dagvaarding.

3.Het geschil

In conventie
3.1.
[verweerders] hebben in de oorspronkelijke dagvaarding, samengevat, gevorderd dat Al Firdaus zou worden veroordeeld tot betaling van een afkoopsom van € 4.609,55, de incassokosten en de proceskosten. [verweerders] hebben daaraan ten grondslag gelegd dat Al Firdaus als een uitvaartverzekering aangemerkt moet worden en dat daarom op grond van artikel 7:978 BW Pro de mogelijkheid bestaat om de premies af te kopen.
3.2.
De kantonrechter van deze rechtbank heeft Al Firdaus bij vonnis van 2 september 2025 met zaaknummer 11830740 CV EXPL 25-10842 (hierna: het verstekvonnis) veroordeeld tot betaling van € 4.06,955 aan hoofdsom met wettelijke rente, € 709,- aan incassokosten en € 810,92 aan proceskosten en nakosten.
3.3.
Al Firdaus is het daar niet mee eens en is hiertegen in verzet gekomen. Al Firdaus heeft verweer gevoerd. Zij betoogt dat zij geen (levens)verzekering, maar een uitvaartfonds is, zodat geen recht op afkoop bestaat.
In reconventie
3.4.
Daarnaast heeft Al Firdaus een tegenvordering ingesteld. Zij vordert na eiswijziging, kort gezegd, i) dat zij wordt ontheven van de veroordeling zoals tegen haar in het verstekvonnis is uitgesproken en ii) dat [verweerders] € 7.182,81 (bestaande uit de hoofdsom van € 5.318,55, rente en (executie)kosten) en € 130,- aan beslagkosten aan haar (terug)betalen.
3.5.
Al Firdaus legt daaraan ten grondslag dat zij van de deurwaarder een rekening heeft gekregen van in totaal € 7.182,81 (inclusief de hoofdsom, proceskosten en nakosten), waarop onder meer kosten voor betekening en executie staan vermeld. Dit terwijl de vordering onterecht is toegewezen. Daarnaast is beslag gelegd op haar betaalrekening (ING Bank) en de bank heeft daarvoor ondanks dat het beslag mislukt is kosten gerekend (€ 80,- plus € 50,- administratiekosten). Die kosten moeten [verweerders] aan Al Firdaus (terug)betalen, aldus Al Firdaus.
3.6.
[verweerders] hebben verweer gevoerd. Volgens hen zijn de (executie)kosten terecht gemaakt, omdat de vordering terecht is toegewezen.

4.De beoordeling

4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze hierna gezamenlijk worden behandeld.
Ontvankelijk in verzet
4.2.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat Al Firdaus in het verzet ontvangen kan worden. Al Firdaus heeft in haar verzetdagvaarding gesteld dat zij op 20 oktober 2025 kennis heeft genomen van het verstekvonnis. Dit is niet betwist door [verweerders]. Aangezien de verzetdagvaarding op 25 oktober 2025 aan [verweerders] is betekend, is het verzet op tijd (binnen de termijn van vier weken) en op de juiste wijze ingesteld. Al Firdaus is daarom ontvankelijk in het verzet.
Verzekering in natura
4.3.
Partijen twisten over de vraag of de overeenkomst als een (levens)-verzekeringsovereenkomst moeten worden gezien. De kantonrechter concludeert dat dit op zichzelf het geval is. Er is sprake van een levensverzekering en meer specifiek van een uitvaartverzekering (in natura). Dat wordt hierna uitgelegd.
4.4.
De wet bepaalt dat sprake is van een verzekering als a) de ene partij, de verzekeraar, zich tegen betaling van premies verbindt tot het doen van een of meer uitkeringen aan de andere partij, de verzekeringsnemer, en b) bij het sluiten van de overeenkomst voor partijen geen zekerheid bestaat dat, wanneer of tot welk bedrag er een uitkering gedaan moet worden, en hoe lang de overeengekomen premiebetaling zal duren (artikel 7:925 BW Pro). Een verzekering kan een schadeverzekering (artikel 7:944 BW Pro) of een sommenverzekering (artikel 7:964 BW Pro) zijn. Een sommenverzekering die is gesloten in verband met het leven of de dood, en geen ongevallenverzekering is, kwalificeert als levensverzekering (artikel 7:975 BW Pro).
4.5.
Door het afsluiten van het lidmaatschap hebben [verweerders] zich verplicht om maandelijks een bedrag aan Al Firdaus te betalen. In ruil daarvoor heeft Al Firdaus zich verbonden om bij overlijden de onder rov. 2.1. beschreven diensten te leveren. Deze diensten moeten worden aangemerkt als een uitkering in natura. Omdat tegenover de betalingen van [verweerders] een (mogelijke) uitkering in natura staat, moeten de betalingen als premies worden beschouwd.
4.6.
Verder was bij het sluiten van de overeenkomst niet zeker of en wanneer Al Firdaus de diensten zou moeten leveren, en hoe lang de premiebetalingen zouden duren. Het is in de meeste gevallen namelijk niet bekend wanneer iemand zal overlijden en het was mogelijk dat [verweerders] (zoals in dit geval gebeurd is) de overeenkomst zouden beëindigen. Deze omstandigheden, samen met de verplichting tot premiebetaling en het (eventueel) doen van een uitkering bij overlijden, leiden tot het oordeel dat de overeenkomst kwalificeert als een levensverzekering. Omdat de diensten in natura worden geleverd, is meer specifiek sprake van een verzekering van uitvaart in natura. Dat de diensten meer omvatten dan alleen de kosten van lijkbezorging en een behoorlijke uitvaart, zoals [verweerders] hebben betoogd, maakt dat niet anders. Er is namelijk niet gebleken dat [verweerders] in geval van overlijden, in plaats van de diensten in natura, aanspraak konden maken op uitbetaling van een geldbedrag.
Afkoop van de ‘premies’
4.7.
Er is dus sprake van een levensverzekering. Echter, niet alles wat geldt voor een levensverzekering geldt ook voor uitvaartverzekeringen. Artikel 7:976 BW Pro maakt expliciet duidelijk dat artikel 7:978 lid 1 BW Pro toepassing mist bij verzekeringen
strekkende tot voorziening in de kosten van lijkbezorging. Dit is een klassieke aanduiding van een uitvaartverzekering, zoals de hier aangegane natura-uitvaartverzekering. [verweerders] hebben dus geen wettelijk recht om de betaalde premies geheel of gedeeltelijk af te laten kopen. Evenmin is gebleken dat partijen dit contractueel hebben afgesproken. De kantonrechter concludeert daarom dat er dus geen grondslag bestaat voor de vordering van [verweerders] en dus moet worden afgewezen.
4.8.
Dat is naar het oordeel van de kantonrechter niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De lat daarvoor ligt hoog en [verweerders] hebben onvoldoende onderbouwd dat daar in dit geval aan is voldaan. Dat [verweerders] in de veronderstelling waren dat zij de maandelijkse bijdragen konden afkopen en dat de gevolgen van het ontbreken van een afkoopmogelijkheid voor hen onacceptabel zijn, zoals [verweerders] stellen, is daarvoor niet voldoende.
4.9.
Gelet op het voorgaande, is Al Firdaus bij verstekvonnis dan ook ten onrechte veroordeeld om € 5.318,55 aan [verweerders] uit te betalen. Ook is Al Firdaus ten onrechte veroordeeld in de buitengerechtelijke- en proceskosten. Om die reden vernietigt de kantonrechter het verstekvonnis. De kantonrechter wijst, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [verweerders] af.
Betekenings-, executie- en beslagkosten
4.10.
Al Firdaus vordert (terug)betaling van € 7.182,81. De kantonrechter overweegt hierover als volgt.
4.11.
Met de vernietiging van het verstekvonnis is de executoriale titel van dat vonnis met terugwerkende kracht vervallen. Ook de gemaakte executiekosten komen hierdoor niet meer voor rekening van Al Firdaus. Uit het overgelegde kostenstaatje volgt dat het door Al Firdaus gevorderde bedrag van € 7.182,81, bestaat uit de hoofdsom (€ 5.318,55), de proceskosten (€ 743,42), de nakosten (€ 67,50), de betekeningskosten (€ 160,87), de executiekosten (€ 828,06) en rente (€ 64,41). Alle deze door Al Firdaus aan [verweerders] betaalde bedragen zijn onverschuldigd betaald.
4.12.
[verweerders] hebben volledig op eigen risico een vonnis geëxecuteerd dat nog niet in kracht van gewijsde was gegaan. Deze tenuitvoerlegging is, naar nu is gebleken, onrechtmatig geweest. Het is ook niet voor niets een goede praktijk om te wachten met de executie van een vonnis totdat er geen rechtsmiddelen meer tegen open staan. Alle door Al Firdaus gemaakte kosten en geleden schade ten gevolge van dit onrechtmatig handelen van [verweerders] komen voor hun rekening. Al Firdaus heeft onderbouwd dat zij dergelijke kosten heeft moeten maken doordat [verweerders] (inmiddels) zonder rechtsgrond beslag heeft laten leggen op haar bankrekening. Daarom worden die kosten, van in totaal € 130,-, toegewezen.
De proceskosten
4.13.
[verweerders] zijn in conventie in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Al Firdaus worden in conventie begroot op: € 864,- het salaris van de gemachtigde (2,5 punt x € 288,-) en de nakosten (€ 144,-).
4.14.
Ook in reconventie zijn [verweerders] in het ongelijk gesteld. Daarom moeten zij de kosten van Al Firdaus betalen. In verband met de samenhang met de conventie wordt de helft van de punten toegekend. De proceskosten in reconventie worden begroot op € 360,-, bestaande uit het salaris van de gemachtigde (1,25 punt x € 288,-).

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
vernietigt het verstekvonnis van de kantonrechter in deze rechtbank van 2 september 2025 met zaaknummer 11830740 CV EXPL 25-10842,
5.2.
In zoverre opnieuw rechtdoende; wijst de vorderingen van [verweerders] af,
5.3.
veroordeelt [verweerders] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Al Firdaus begroot op € 864,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerders] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
in reconventie
5.4.
veroordeelt [verweerders] om aan Al Firdaus te betalen:
€ 7.182,81 (bestaande uit de hoofdsom (€ 5.318,55), de proceskosten (€ 743,42), de nakosten (€ 67,50), de betekeningskosten (€ 160,87), de executiekosten (€ 828,06) en rente (€ 64,41),
€ 130,- aan kosten vanwege het mislukte beslag,
5.5.
veroordeelt [verweerders] in de proceskosten, aan de zijde van Al Firdaus begroot op € 360,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verweerders] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
zowel in conventie als in reconventie
5.6.
wijst af het anders of meer gevorderde;
5.7.
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.E. Zwart da Silva Palma, griffier, op 9 juni 2026.
64183