Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Regional Prosecutor’s Office – Burgas,Bulgarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
Regional Court - Burgasmet kenmerk No. 851/2020
,bevestigd door het arrest No. 84/26.08.2024 van 26 augustus 2024 van de
Court of Appeal - Burgasmet kenmerk No. 106/2024, en door het arrest No. 82/18.02.2025 van 18 februari 2025 van de
III Criminal Division of the Supreme Court of Cassationmet kenmerk No. 988/2024.
III Criminal Division of the Supreme Court of Cassationmet kenmerk No. 988/2024 hoeft te toetsen aan artikel 12 OLW Pro. Meegedeeld is immers dat deze beslissing “no longer subject to ordinary appeal” is en dat deze beslissing “finally disposes of the case on the merits within the meaning of Case C-397/22 of the Court of Justice of the European Union”.
4.Strafbaarheid
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW
om tijdig en voorafgaand aan het verhoor door de rechtbankaan te tonen dat hij ten minste vijf jaren ononderbroken rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000 en daarmee een duurzaam verblijfsrecht heeft verworven. Volgens vaste jurisprudentie van de rechtbank is hiervan in ieder geval sprake als de stukken tien dagen voor de zitting zijn ingediend In dit geval is daaraan niet voldaan. Dat de opgeëiste persoon tussen 2019 en 2021 ingeschreven heeft gestaan op een adres in Nederland, maakt niet dat de opgeëiste persoon voldoet aan de eis van vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland. De enkele aantekening “arbeid vrij” op het uittreksel SKDB staat niet gelijk aan een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Dit betekent dat niet aan de eerste voorwaarde voor gelijkstelling is voldaan. Hierdoor komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van de tweede voorwaarde. De rechtbank verwerpt het verweer.
6.Artikel 11 OLW Pro: Bulgaarse detentieomstandigheden
European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment(CPT) van 26 maart 2015 geoordeeld dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Bulgarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, in de zin van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). [5] Bij uitspraak van 11 februari 2020 heeft de rechtbank geoordeeld dat het CPT-rapport van 4 mei 2018, naar aanleiding van bezoeken tussen 25 september 2017 en 6 oktober 2017, niet tot een ander oordeel leidt. [6] Dit geldt eveneens ten aanzien van het CPT-rapport van 18 oktober 2022. [7]
Minister of Justicevan Bulgarije is de volgende detentiegarantie ten behoeve van de opgeëiste persoon opgenomen:
7.Slotsom
8.Toepasselijke wetsbepalingen
9.Beslissing
[de opgeëiste persoon]de
Regional Prosecutor’s Office – Burgas,Bulgarije, de feiten voor zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.