Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6113

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
1309685126
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 10 OLWArt. 11 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verweren en detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 juni 2026 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Roemenië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het District Court Dolj. De opgeëiste persoon werd verdacht van een strafbaar feit waarvoor een vrijheidsstraf van één jaar restte. De procedure omvatte een zitting op 2 juni 2026 waarbij de verdachte aanwezig was en werd bijgestaan door een raadsman en tolk.

De verdediging voerde aan dat overlevering moest worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW Pro, omdat de verdachte niet in persoon aanwezig was bij de hoger beroepsprocedure en geen contact had met de toegewezen advocaat. De officier van justitie stelde dat de verdachte wel degelijk op de hoogte was van de procedure, aangezien hij zelf hoger beroep had ingesteld en oproepen waren verzonden naar zijn adres. De rechtbank concludeerde dat de verdachte klaarblijkelijk op de hoogte was van het proces en dat het toestaan van de overlevering geen schending van verdedigingsrechten oplevert.

Daarnaast werd bezwaar gemaakt tegen de detentieomstandigheden in Roemenië. De rechtbank erkende het algemene risico van onmenselijke behandeling in Roemeense gevangenissen, maar nam een individuele detentiegarantie van de Roemeense autoriteiten in acht. Deze garantie voorziet in voldoende persoonlijke ruimte en humane omstandigheden gedurende de detentie. Op basis hiervan oordeelde de rechtbank dat er geen reëel gevaar bestaat voor onmenselijke of vernederende behandeling van de opgeëiste persoon.

De rechtbank stelde vast dat het EAB aan alle wettelijke eisen voldoet en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Roemenië toe ondanks verweren en detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-096851-26
Datum uitspraak: 16 juni 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 9 april 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 maart 2026 door de
District Court Dolj,Roemenië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] (Roemenië),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 juni 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.R. Butin Bik, advocaat te Klundert, en door een tolk in de Roemeense taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van
the District Court Doljvan 12 juni 2025 met kenmerk 210
,definitief geworden op 13 maart 2026 bij arrest van
the Craiova Court of Appealmet kenmerk 341.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Deze straf resteert nog in het geheel. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.
Dit arrest betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW Pro. De opgeëiste persoon wist niet van de zitting in hoger beroep en was niet aanwezig. Hij heeft nooit contact gehad met de toegewezen advocaat. Dit staat in de weg aan het toestaan van de overlevering.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 van Pro toepassing is, maar dat de rechtbank moet afzien van het toepassen van de weigeringsgrond. Uit de aanvullende informatie van 14 mei 2026 en 26 mei 2026 van de uitvaardigende justitiële autoriteit is gebleken dat de opgeëiste persoon kennis had van de hoger beroepsprocedure, aangezien hij zelf het hoger beroep heeft ingesteld en er een oproeping is gegaan naar het door hem opgegeven adres.
Oordeel van de rechtbank
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4] Uit het EAB en de voornoemde aanvullende informatie volgt dat er een proces in hoger beroep heeft plaatsgevonden, waarbij de zaak ten gronde is behandeld en waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat. Dit betekent dat de rechtbank de beslissing van
the Craiova Court of Appealmet kenmerk 341 zal toetsen aan artikel 12 OLW Pro.
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met d, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan.
Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW Pro worden geweigerd.
De rechtbank ziet aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang.
Uit het EAB en de voornoemde aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon in eerste aanleg in persoon aanwezig was bij het proces. Hij heeft in de eerste fase van de procedure en voor het begin van het gerechtelijk onderzoek op de zitting van 4 december 2024 een bekennende verklaring afgelegd. De opgeëiste persoon heeft zelf hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in eerste aanleg. De oproep voor de zitting in hoger beroep is verstuurd naar het door hem opgegeven adres, waar ook de oproep voor de behandeling van de zaak in eerste aanleg naar is gezonden. Daarnaast is de opgeëiste persoon gewezen op de verplichting om iedere adreswijziging aan de Roemeense autoriteiten door te geven en is hij ook gewezen op de consequenties van het niet voldoen aan deze verplichting.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden de opgeëiste persoon klaarblijkelijk op de hoogte was van de verdenking en van het strafproces, ook in (het door hemzelf ingestelde) hoger beroep. Het toestaan van de overlevering levert daarom geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon op. Voor zover de opgeëiste persoon niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces dat tot dit arrest heeft geleid, is hij op zijn minst kennelijk onzorgvuldig geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie.

5.Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.

6.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentieomstandigheden in Roemenië niet humaan zijn. Bovendien is er niemand die controleert of hetgeen wat wordt voorgehouden door de Roemeense autoriteiten in de detentiegarantie klopt. Deze gebreken staan in de weg aan het toestaan van de overlevering.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentiegarantie het vastgestelde algemene gevaar wegneemt voor de opgeëiste persoon. De detentieomstandigheden zijn daarom geen beletsel voor de overlevering.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden in Roemenië, waaronder de overbevolking in de gevangenissen, voor gedetineerden in Roemeense gevangenissen een reëel gevaar bestaat van onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest). [5]
Bij brief van 18 mei 2026 is namens de
Chief Prison Police Commissioner, Geo Bogdan BURCU, General Director of the National Penitentiary Administration of Penitentiariesten behoeve van de opgeëiste persoon een detentiegarantie verstrekt waarin het volgende is opgenomen:

Having regard to your letter in the file no. 4869/63/2024dated 12.05.2026 regarding the request of the Dutch on the conditions of detention to be undertaken by the named[opgeëiste persoon](born on [geboortedag]1996, residing in [woonplaats], sentenced to a penalty of 1 year imprisonment) in the event of her transfer to the Romanian authorities, we communicate you as follows:
If the prisoner shall be surrendered to the Romanian authorities on Henri Coanda Airport-Bucharest,he shall be initially placed in the Bucuresti-Rahova Penitentiaryin order to be subject to the quarantine period for a period of 21 days in a room that will ensure him a minimum space of 3 m2.
(…)
Having regard to the length of the sentence, this will most likely serve the custodial sentence initially in theopen regime. Furthermore, having regard to his domicile, this will most likely serve the sentence, for the start,in the Craiova-Pelendava Penitentiary.
(…) the National Administration of Penitentiaries guarantees that, during the entire term of the sentence, including the bed and furniture, without including the space for the sanitary group, he will benefit of a minimum personal space, thus:
- 3 sqm during the quarantine and observation period;
(…)
- 4 sqm the execution of sentence in open regime.
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. [6] De rechtbank is, gelet op deze individuele detentiegarantie van de Roemeense autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest Pro. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Roemeense penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door de garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor het toestaan van de overlevering.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2 en 10 Opiumwet en 2, 5, 7 en 12 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
District Court Dolj(Roemenië) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Scheeper, voorzitter,
mrs. E. van den Brink en L. Baroud, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. C.W. van der Hoek en E.H. Wisgerhof, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 juni 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (
5.Zie o.a. rechtbank Amsterdam, 4 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2513.
6.Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.