Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. M.S. Gerritsen, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. H.L. Hendricks, die waarnam voor mr. S. Konya, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Een proces-verbaal van aangifte met nummer 260219-2457-794 van 19 februari 2026, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , pagina’s 5 tot en met 7.
Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2026042862-12 van 20 februari 2026, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , pagina’s 17 tot en met 28.
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de openbare terechtzitting van 27 mei 2026.
5.De bewezenverklaring
[slachtoffer] heeft mishandeld, door met kracht voornoemde [slachtoffer] meerdere malen tegen zijn gezicht te slaan.
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 1000,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
10.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige dadersvoor de
twee jaar.