Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Ien geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [persoon 1]
9.Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
106 (honderdzes) dagen.
[persoon 1]toe tot een bedrag van € 19,50 (zegge negentien euro en vijftig cent) aan vergoeding van materiële schade en € 200,- (zegge tweehonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (23 januari 2026) tot aan de dag van voldoening.
[persoon 1]aan de Staat € 219,50 (zegge tweehonderdnegentien euro en vijftig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (23 januari 2026) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 2 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.