ECLI:NL:RBAMS:2026:6287
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beklag tegen inhouding rijbewijs na rijden onder invloed en gevaarlijk rijgedrag
Op 4 april 2026 werd het rijbewijs van klager ingevorderd na het constateren van rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 690 µg/l, gevaarlijk rijgedrag en het veroorzaken van een verkeersongeval op de Gooiseweg in Amsterdam. De officier van justitie besloot het rijbewijs zes maanden in te houden tot uiterlijk 1 oktober 2026.
Klager diende een beklag in met het verzoek om teruggave van zijn rijbewijs, stellende dat hij zijn les heeft geleerd en het rijbewijs nodig heeft voor zijn werk als vrachtwagenchauffeur. Zijn werkgever dreigt zijn arbeidsovereenkomst niet te verlengen indien hij niet voor 1 juni 2026 kan hervatten, wat financiële problemen en mogelijk verlies van zijn woning tot gevolg zou hebben.
De officier van justitie verzette zich tegen teruggave, stellende dat de verkeersveiligheid en het algemeen belang zwaarder wegen en dat een onvoorwaardelijke rijontzegging waarschijnlijk is. De rechtbank oordeelde dat de inhouding rechtmatig is, mede gelet op het strafblad van klager en het feit dat hij ondanks eerdere sancties opnieuw onder invloed en met gevaarlijk rijgedrag heeft gereden. Het beklag werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beklag tegen de inhouding van het rijbewijs wordt ongegrond verklaard en het rijbewijs blijft tot uiterlijk 1 oktober 2026 ingevorderd.