Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6382

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
13-050664-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 SrArt. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 2 OLWArt. 5 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel uit Polen ondanks onduidelijkheid data uitvaardiging

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse justitiële autoriteiten voor de overlevering van een persoon geboren in Polen in 1988. Na meerdere zittingen en een tussenuitspraak waarin de rechtbank vragen stelde over de uitvaardigingsdata van het EAB en het nationaal aanhoudingsbevel (NAB), werd aanvullende informatie van de Poolse autoriteiten ontvangen.

Uit deze informatie bleek dat het EAB een verschrijving bevatte en dat het NAB eerder was uitgevaardigd dan het EAB, waarmee de onduidelijkheid over de data werd weggenomen. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat er geen weigeringsgronden zijn voor overlevering.

De verdediging voerde een andere lezing aan over de detentieomstandigheden in Polen, maar de rechtbank oordeelde dat de aanvullende informatie geen nieuwe feiten bevatte die aanleiding geven tot herbeoordeling. De rechtbank besloot daarom de overlevering toe te staan.

De uitspraak is gedaan door de rechtbank Amsterdam op 23 juni 2026 en is onherroepelijk, aangezien tegen deze beslissing geen gewoon rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe ondanks een verschrijving in de uitvaardigingsdata van het EAB en het NAB.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-050664-26
Datum uitspraak: 23 juni 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 24 februari 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 8 januari 2025 door
the Regional Court in Elbląg, II Criminal Division, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1988,
uit anderen hoofde gedetineerd in de [P.I.] ),
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 16 april 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 16 april 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S.M. Hof, waarnemend voor mr. R. Malewicz, beiden advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.
De behandeling van de zaak is aangehouden voor bepaalde tijd tot de zitting van 7 mei 2026 om de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit af te wachten over de Poolse detentieomstandigheden in het
remand regimein
the Bialystok Detention Center.
Zitting 7 mei 2026
De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 7 mei 2026 in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.M. Hof die de zaak van mr. R. Malewicz heeft overgenomen, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.
Tussenuitspraak van 13 mei 2026
Bij deze tussenuitspraak [3] heeft de rechtbank het onderzoek heropend om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen drie door de rechtbank geformuleerde vragen ten aanzien van de uitvaardiging van het EAB en het nationaal aanhoudingsbevel (hierna: NAB) aan de Poolse uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.
De zitting van 9 juni 2026
De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 9 juni 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.C.M. van Dijk, die waarneemt voor mr. S.M. Hof, beiden advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak

De rechtbank stelt vast dat in de tussenuitspraak van 13 mei 2026 is geoordeeld over de (dubbele) strafbaarheid van de feiten, artikel 11 OLW Pro in combinatie met artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU en de detentieomstandigheden in
the remand regimein
the Bialystok Detention Center. Wat de rechtbank daarover heeft overwogen en geoordeeld moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
De raadsvrouw heeft op de zitting van 9 juni 2026, samengevat, aangevoerd dat zij over de detentieomstandigheden als bedoeld in artikel 11 OLW Pro een andere lezing heeft van aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteiten van 14 en 29 april 2026 dan de rechtbank blijkens haar tussenuitspraak van 13 mei 2026. Volgens de raadsvrouw wordt de juistheid van de lezing van de verdediging bevestigd door de aanvullende informatie van de justitiële autoriteiten van 12 mei 2026.
De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 13 mei 2026, zoals hiervoor overwogen, al geoordeeld over de detentieomstandigheden. Naar het oordeel van de rechtbank bevat de aanvullende informatie van 12 mei 2026 geen nieuwe informatie ten opzichte van de informatie over de detentieomstandigheden van 29 april 2026. Nu die informatie door de rechtbank deel uitmaakt van de betreffende overwegingen in de tussenuitspraak en heeft geleid tot het oordeel zoals opgenomen in die tussenuitspraak ziet de rechtbank geen aanleiding om de detentieomstandigheden opnieuw te beoordelen. De rechtbank zal dan ook geen acht meer kunnen slaan op het terzake opgeworpen verweer.

4.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een NAB te weten: de beslissing van
the District Court in Białystok regarding temporary arrest for 30 days from date of detentionvan
6 juni 2025, met kenmerk III Kp 1301/25.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [4]
4.1.
Genoegzaamheid
Inleiding
De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen onder punt 3.1 van de tussenuitspraak van 13 mei 2026. Die overwegingen moeten hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank de volgende vragen geformuleerd:
In onderdeel B van het EAB wordt verwezen naar een “
decision of 06 June 2025 by the District Court in Białystok regarding temporary arrest for 30 days from date of detention”,met kenmerk III Kp 1301/25. Uit onderdeel K volgt dat het EAB op 8 januari 2025 is uitgevaardigd. Dit zou betekenen dat in het EAB melding wordt gemaakt van een nog niet uitgevaardigd NAB omdat de datum daarvan later ligt dan het EAB. Kloppen de data van de uitvaardiging van het EAB en het NAB?
Zo nee, op welke data zijn het EAB en het NAB wel uitgevaardigd?
Zo ja, is op enig ander moment voorafgaand aan de uitvaardiging van het EAB sprake geweest van een nationaal aanhoudingsbevel? Zo ja, op welke datum is dat nationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd en door welke (rechterlijke) autoriteit?
Het standpunt van de raadsvrouw en de officier van justitie
De raadsvrouw en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de onduidelijkheid rondom de uitvaardigingsdatum van het EAB en het NAB met de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie is opgehelderd.
Het oordeel van de rechtbank
In de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 21 mei 2026 staat het volgende:
“I hereby inform you that a European Arrest Warrant was issued on January 8, 2026, while a national arrest warrant was issued on June 6, 2025.”
Naar het oordeel van de rechtbank is met deze informatie de onduidelijkheid over de data van uitvaardiging van het NAB en het EAB weggenomen. Uit de informatie volgt dat het EAB een verschrijving bevat en dat het NAB
voorhet EAB is uitgevaardigd.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsartikelen

Artikel 140 Wetboek Pro van Strafrecht, de artikelen 3 en 11 Opiumwet en 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Regional Court in Elbląg, II Criminal Division, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. L. Sanders en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 23 juni 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
4.Zie onderdeel e) van het EAB.