Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Elbląg, II Criminal Division, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
remand regimein
the Bialystok Detention Center.
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the District Court in Białystok regarding temporary arrest for 30 days from date of detentionvan 6 juni 2025, met kenmerk III Kp 1301/25.
decision of 06 June 2025 by the District Court in Białystok regarding temporary arrest for 30 days from date of detention”,met kenmerk III Kp 1301/25. Uit onderdeel K volgt dat het EAB op 8 januari 2025 is uitgevaardigd. Dit zou betekenen dat in het EAB melding wordt gemaakt van een nog niet uitgevaardigd NAB omdat de datum daarvan later ligt dan het EAB. Kloppen de data van de uitvaardiging van het EAB en het NAB?
Bob-Dogiom in een situatie als de onderhavige de uitvaardigende justitiële autoriteit in de gelegenheid te stellen aanvullende gegevens te verstrekken overeenkomstig artikel 15, tweede lid van het kaderbesluit, leidt - omdat de beslistermijn spoedig verstrijkt - naar het oordeel van de rechtbank tot een uitzonderlijk geval als bedoeld in artikel 22, vierde lid, OLW. De rechtbank verlengt daarom de beslistermijn met 60 dagen op grond van die bepaling, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
4.Strafbaarheid
5.Artikel 11 OLW Pro
remand regime.
remand regimein Poolse detentie-instellingen terechtkomen. [7] Het kernpunt daarbij is dat in het
remand regimeslechts 3 m² persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die structureel 23 uren per dag op zijn cel doorbrengt.
remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden. Om te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten gezien de omstandigheden in het
remand regimein Polen waar hij zal worden gedetineerd.
the Prosecutor of the District Prosecutor's Office delegated to the Podlaskie Branch of the Department for Organized Crime and Corruption of the National Prosecutor's Office in Białystokin een brief het volgende medegedeeld:
Following your message of April 7, 2026, I kindly inform you that [opgeëiste persoon] will be detained in the Białystok Detention Center in Poland.”
the Circuit Prosecutor delegated to the Podlaskie Branch Division of the Department for Organized Crime and Corruption of the National Prosecutor's Office in Białystokin een brief het volgende medegedeeld:
the Head of the Podlaskie Branch Division of the Department for Organized Crime and Corruption of the National Prosecutor's Office in Białystokbij brief van 29 april 2026 geantwoord:
the Remand Centre in Białystokwordt gedetineerd. Op grond van de aanvullende informatie gelezen in samenhang met de vraagstelling gaat de rechtbank ervan uit dat de opgeëiste persoon daar ten minste 3 m2 persoonlijke leefruimte, exclusief sanitair, in een meerpersoonscel tot zijn beschikking zal hebben. De hoeveelheid persoonlijke leefruimte is relevant nu bij een persoonlijke leefruimte van meer dan 4 m2 in een meerpersoonscel een ander beoordelingscriterium geldt. Het algemeen gevaar dat is aangenomen met betrekking tot gedetineerden die in het
remand regimein Poolse detentie-instellingen terechtkomen, ziet echter niet op het gevaar dat zij minder dan 3 m2 tot hun beschikking zullen hebben. Een garantie dat de opgeëiste persoon 3m2 tot zijn beschikking heeft exclusief sanitair, is dan ook geen vereiste.
in ieder gevalweggenomen met de garantie dat hij minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Als de autoriteiten een dergelijke garantie niet kunnen geven, dient concrete informatie te worden verstrekt over hoeveel uur een opgeëiste persoon onder normale omstandigheden, en wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen, gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven. Daarvoor heeft de rechtbank concrete informatie nodig over de frequentie en duur van de aangeboden activiteiten en of de mogelijkheid tot deelname of toegang al dan niet afhankelijk is van bijzondere voorwaarden of andere procedurele regels van de detentie-instelling en, zo ja, van welke voorwaarden of procedurele regels deze deelname afhankelijk is. Als de rechtbank op basis van deze informatie kan vaststellen dat de opgeëiste persoon gemiddeld genomen zo’n twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven, dan is het algemene gevaar weggenomen. [10]
iedere dag2 uur buiten de cel kan verblijven, maar uit de aanvullende informatie van 29 april 2026 kan wel de garantie worden afgeleid dat hij,
onder normale omstandigheden, en als hij ervoor kiest om aan alle aangeboden activiteiten deel te nemen, gemiddeld genomen ten minste twee uur per dag buiten de cel kan verblijven. Dat volgt immers uit de zinsnede: “
under normal circumstances, if an inmate wishes to take part in various activities such as educational or sporting activities, use of the common room, walks, religious gatherings, or contact with a corrections officer or psychologist, they would be able to spend at least two hours outside their cell”. Daarmee is voldaan aan het criterium dat de rechtbank moet kunnen vaststellen dat de opgeëiste persoon gemiddeld genomen zo’n twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven.
6.Beslissing
SCHORSThet onderzoek ter zitting teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de hiervoor onder 3.1. genoemde vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit;
zestig dagen, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW;