Uitspraak
1.De procedure
- de akte van huurder,
- de akte van verhuurder.
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele procedure tussen huurder B.V. en verhuurder Oranjeveste B.V. stond de berekening en toewijzing van een coronahuurkorting centraal. Na een tussenvonnis werd huurder in de gelegenheid gesteld een nieuwe berekening te overleggen, waaruit bleek dat huurder recht heeft op een coronahuurkorting van €30.469,59 inclusief btw. Na verrekening van een eenzijdig ingehouden huur van €22.309,07 resteert een korting van €8.160,52 die door de rechtbank wordt toegewezen.
Daarnaast vorderde verhuurder betaling van een huurachterstand, maar deze werd afgewezen omdat de huurkorting de huurachterstand overstijgt. Verhuurder moet wel het overschot van de eindafrekening servicekosten 2022 van €3.226,86 met wettelijke handelsrente aan huurder betalen. Huurder vorderde ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, welke toewijsbaar werd geacht voor een bedrag van €907,33.
De rechtbank oordeelde dat over de coronahuurkorting en incassokosten wettelijke rente verschuldigd is vanaf respectievelijk 21 april 2026 en de dagvaarding. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van coronahuurkorting, servicekosten en incassokosten aan huurder met rente, terwijl het meer gevorderde wordt afgewezen.