Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Genoegzaamheid
5.Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
lijstfeit illegale handel in wapens, munten en explosievenin het A-formulier en de verdenking daarvan zich op geen enkele manier verhoudt tot de stukken. Het is onduidelijk op welke feiten deze verdenking is gebaseerd en hoe deze verdenking zich verhoudt tot de in het EAB genoemde verdenking van de invoer en handel in verdovende middelen. De overlevering dient te worden geweigerd. Subsidiair stelt de raadsman zich op het standpunt dat hierover aanvullende vragen moeten worden gesteld aan de Belgische autoriteiten.
illegale handel in wapens, munten en explosievenin het A-formulier een kennelijke verschrijving betreft en dat dient te worden uitgegaan van de lijstfeiten zoals aangekruist in het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit. De kennelijke verschrijving in het A-formulier staat niet aan de overlevering in de weg.
illegale handel in wapens, munitie en explosievenvermeldt en stelt vast dat dit een kennelijke verschrijving betreft. De rechtbank neemt de omschrijving van de feiten in onderdeel e) van het EAB in aanmerking en baseert haar oordeel dan ook op de lijstfeiten die zijn aangekruist in het EAB. Op basis van wat de raadsman aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding om hierover nadere vragen te stellen.
6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
7.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Pro
- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn;
- de gedachte achter de facultatieve weigeringsgrond is ervoor te zorgen dat de opgeëiste persoon wordt vervolgd door die rechterlijke autoriteit – uitvaardigend of uitvoerend – die zich vanuit het oogpunt van een goede strafrechtsbedeling in de meest adequate positie bevindt;
- de aard en kenmerken van het strafbare feit, en in het bijzonder, de eventuele
- de plaats waar de nadelen van het feit zich verwezenlijken;
- de locatie van de slachtoffers;
- de beschikbaarheid en nabijheid van bewijs en getuigen;
- en de staat waarin de strafprocedure zich bevindt in de uitvaardigende lidstaat en, in
8.Artikel 11 OLW Pro: Belgische detentieomstandigheden
3.Sanitaire en hygiëne omstandigheden
Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren.”
9.Slotsom
10.Toepasselijke wetsartikelen
11.Beslissing
[de opgeëiste persoon]aan een onderzoeksrechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, België, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.