ECLI:NL:RBAMS:2026:6656

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
12228257 CV EXPL 26-6908
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit Gemeentelijke SchuldhulpverleningArt. 555 RvArt. 444 RvRichtlijn 93/13 EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming zelfstandige woonruimte wegens huurachterstand

Eiseres, een besloten vennootschap, vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een zelfstandige woonruimte, alsmede betaling van de huurachterstand vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter stelt vast dat het hier gaat om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waardoor ambtshalve toetsing aan Richtlijn 93/13 EG (oneerlijke bedingen) plaatsvindt. Kernbedingen zoals het huurprijs- en servicekostenbeding zijn transparant en uitgesloten van toetsing. Andere bepalingen over huurprijswijziging en servicekostenverhoging worden niet getoetst omdat deze nog niet aan de orde zijn.

De rechter constateert dat er geen oneerlijke bedingen over rente of buitengerechtelijke kosten zijn opgenomen, waardoor eisende partij aanspraak kan maken op wettelijke regelingen. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt gegrond verklaard, met een ontruimingstermijn van twee weken. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, incassokosten, lopende huur tot ontruiming en proceskosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 12228257 CV EXPL 26-6908
vonnis van: 16 juni 2026
fno.: 506

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap [eiser] B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats]
eisende partij
gemachtigde: M.O. de Boer (Geerlings & Hofstede Gerechtsdeurwaarders)
t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
niet verschenen

Verloop van de procedure

Eisende partij heeft gedaagde partij gedagvaard. Gedaagde partij is niet verschenen. Tegen gedaagde partij is verstek verleend. De datum voor vonnis is bepaald op vandaag.

Gronden van de beslissing

1. Eisende partij vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde alsmede betaling van de huurachterstand vermeerderd met rente en kosten.
Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
2. De kantonrechter heeft vastgesteld dat eisende partij heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen
3. In deze procedure gaat het om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Als er oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst of de algemene voorwaarden staan, moet de kantonrechter deze buiten toepassing laten. Eisende partij mag die bepalingen dan niet gebruiken en zij mag ook geen beroep meer doen op aanvullend recht (zie ECLI:EU:C:2021:68).
4. Eisende partij heeft de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot de zelfstandige woonruimte (de woning) gelegen aan het adres [adres] en de daarop van toepassing zijnde Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Woonruimte (ROZ) 25 juli 2024 (verder: de algemene voorwaarden) in het geding gebracht.
5. Eiseres heeft bij dagvaarding het standpunt ingenomen dat zij zich voor wat betreft de ambtshalve toetsing van specifieke bepalingen in de huurovereenkomst of de daar onderdeel van uitmakende algemene voorwaarden aan het oordeel van de kantonrechter zal conformeren en dat zij geen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid zich daarover nader uit te laten.
6. Het huurprijsbeding en het servicekostenbeding (artikel 4.5 van de huurovereenkomst) zijn kernbedingen. Deze bedingen zijn transparant en zijn op grond van artikel 4 lid 2 van Pro de Richtlijn uitgesloten van verdere toetsing op oneerlijkheid.
7. Het betreft hier de huur van een woning in het middensegment.
8. Opgemerkt wordt dat artikel 5.1 van de huurovereenkomst (huurprijswijziging) en artikel 17.12 van de algemene voorwaarden (wijziging voorschot servicekosten) in dit geval niet door de kantonrechter worden getoetst, omdat er nog geen huurverhoging en verhoging van het servicekosten voorschot heeft plaatsgevonden. Deze bedingen liggen daarmee niet aan de vordering ten grondslag.
9. De kantonrechter stelt daarnaast vast dat eisende partij geen (oneerlijke) bedingen over rente en/of buitengerechtelijke kosten in de huurovereenkomst en/of haar algemene voorwaarden heeft staan, zodat zij aanspraak kan maken op de wettelijke regelingen.
De vordering
10. De vordering komt voorts niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens hieronder met betrekking tot de ontruimingstermijn nog is overwogen.
11. De ontruimingstermijn wordt gesteld op twee weken.

BESLISSING

De kantonrechter:
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaak (de woning) gelegen aan het adres [adres];
veroordeelt gedaagde partij om het gehuurde binnen twee weken na betekening van dit vonnis te ontruimen en ter beschikking van eisende partij te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde;
veroordeelt gedaagde partij om te betalen aan eisende partij:
a) € 3.807,16 ter zake van achterstallige huur, berekend tot en met 30 april 2026, vermeerderd met de wettelijke rente over het hiervoor genoemde bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot de voldoening;
b) € 472,55 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten (inclusief btw);
c) € 1.151,79 per maand vanaf 1 mei 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt;
veroordeelt de gedaagde partij in de kosten van het geding, aan de zijde van de eisende partij tot aan deze uitspraak begroot op: € 153,02 aan explootkosten, € 288,00 aan salaris gemachtigde, € 529,00 aan griffierecht en € 72,00 aan nakosten voor zover van toepassing, inclusief BTW, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.