ECLI:NL:RBAMS:2026:6680

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
13-284652-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 OLWArt. 8 Kaderbesluit 2002/584/JBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming rechtbank voor uitbreiding vervolging overgeleverde persoon uit Duitsland

De rechtbank Amsterdam heeft op 3 juni 2026 een beslissing genomen over een verzoek van de Duitse autoriteiten tot uitbreiding van de vervolging van een overgeleverde persoon, geboren in 1980 in Duitsland en momenteel gedetineerd aldaar. Het verzoek is ingediend op 1 april 2026 en betreft feiten waarvoor overlevering krachtens de Overleveringswet (OLW) mogelijk was.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het verzoek voldoet aan de vereisten van artikel 8 van Pro het Kaderbesluit 2002/584/JBZ en dat de overgeleverde persoon en zijn Duitse advocaat op de hoogte zijn gesteld van het verzoek. De verdediging heeft schriftelijk gereageerd op het verzoek, waarmee de rechten van verdediging volledig zijn geëerbiedigd.

Na zorgvuldige beoordeling van de stukken en het standpunt van de verdediging heeft de rechtbank besloten om op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming te verlenen voor de uitbreiding van de vervolging. Deze beslissing betekent dat de vervolging van de overgeleverde persoon kan worden uitgebreid met de nieuwe feiten zoals vermeld in het verzoek.

Uitkomst: De rechtbank verleent toestemming voor uitbreiding van de vervolging van de overgeleverde persoon uit Duitsland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-284652-25
Datum beslissing: 3 juni 2026
BESLISSING
op de vordering op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op onbekende datum, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek is ingediend door het
Landgericht Wuppertal, Duitsland, op 1 april 2026 en betreft:
[de overgeleverde persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] (Duitsland),
nu gedetineerd in Duitsland,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.

1.Beoordeling

Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om – met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon – een beslissing te nemen.
De rechtbank stelt vast dat de overgeleverde persoon in de gelegenheid is gesteld om opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om toestemming tot uitbreiding van de vervolging kenbaar te maken. [1] Uit de door de Duitse autoriteiten verstrekte informatie van 11 mei 2026 blijkt immers dat de overgeleverde persoon en zijn Duitse advocaat van het verzoek om toestemming op de hoogte zijn gesteld. De Duitse advocaat heeft vervolgens namens de overgeleverde persoon een schriftelijk standpunt ingenomen ten aanzien van het verzoek om toestemming.
Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.

2.Beslissing

De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van
[de overgeleverde persoon]voor de feiten zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 3 juni 2026 door,
mr. E.M. de Bie, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. D.F.A. Reuvekamp en B.C.M. Burger, griffiers.

Voetnoten

1.HvJ EU 26 oktober 2021, C-428/21 PPU en C-429/21 PPU, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.