ECLI:NL:RBAMS:2026:6719

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
10323529 \ CV EXPL 23-2004
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13 EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onvoldoende stelplicht en consumentenrechtelijke toetsing bij carsharing

Carshare Ventures B.V. vordert betaling van €1.260,00 van gedaagde wegens schade aan een gehuurde auto via haar platform. De huurovereenkomst is gesloten tussen gedaagde en een particuliere verhuurder, waarbij Carshare Ventures B.V. bemiddelt en algemene voorwaarden hanteert.

De rechtbank toetst ambtshalve aan het consumentenrecht en Richtlijn 93/13 EG over oneerlijke bedingen. Eisende partij heeft onvoldoende toegelicht hoe het account aanmaken bij het platform verloopt en heeft niet aangetoond dat gedaagde voorafgaand aan de overeenkomst volledig is geïnformeerd over het eigen risico en administratiekosten.

Daarnaast ontbreekt het boetebeleid in het geding, waardoor niet kan worden beoordeeld of daarin oneerlijke bedingen staan. Ook is onvoldoende onderbouwd dat gedaagde aansprakelijk is voor de schade, mede omdat gedaagde betwist schade te hebben veroorzaakt en de auto all-risk verzekerd is.

De rechtbank concludeert dat eisende partij niet aan haar stelplicht heeft voldaan en wijst de vordering af. Eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot.

Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en niet-naleving van consumentenrechtelijke informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10323529 \ CV EXPL 23-2004
Vonnis van 23 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CARSHARE VENTURES B.V., handelend onder de naam
SNAPPCAR,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
gemachtigde: TeRecht Deurwaarders,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 februari 2023, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij stelt in de dagvaarding dat gedaagde partij middels het platform van eisende partij een auto heeft gehuurd van een particulier. Daarvoor sloot gedaagde partij online een huurovereenkomst met de betreffende particulier, een verzekeringsovereenkomst met Allianz en een overeenkomst voor de bemiddeling van de autoverhuur en de verzekering daarvan met eisende partij.
2.2.
Op de verhuur en huur van voertuigen via het platform van eisende partij zijn de algemene voorwaarden van eisende partij van toepassing. Bij het aanmaken van een gebruikersprofiel moet eerst akkoord worden gegaan met deze algemene voorwaarden. Op het platform kan een auto worden gekozen. De particuliere verhuurder kan het huurverzoek accepteren of afwijzen. Bij acceptatie ontvangt de huurder een e-mail dat de huur is geaccepteerd en moet via het platform worden betaald om het definitief te maken. Na de verhuur kunnen nog aanvullende kosten in rekening worden gebracht, bijvoorbeeld als de huurder meer kilometers heeft gereden, de auto vuil of met te weinig brandstof heeft ingeleverd of als er schades of boetes zijn gereden.
2.3.
Eisende partij vordert veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 1.260,00 aan hoofdsom, vermeerderd met incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. Eisende partij stelt dat gedaagde partij schade heeft veroorzaakt aan de auto en daarom het overeengekomen eigen risico van € 1.250,00 plus € 10,00 administratiekosten moet betalen.
2.4.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
2.5.
Eisende partij heeft in de dagvaarding uitsluitend toegelicht hoe een overeenkomst tussen een particuliere verhuurder en een huurder wordt gesloten, nadat al een account bij eisende partij is aangemaakt. Hoe het totstandkomingsproces verloopt van het aanmaken van een account bij eisende partij, is niet toegelicht of onderbouwd.
2.6.
Bovendien blijkt uit de overgelegde schermafdrukken van de wijze waarop een huurovereenkomst tussen een particuliere verhuurder en een huurder tot stand komt niet dat de huurder over alle kosten wordt geïnformeerd, zoals bijvoorbeeld de hoogte van het eigen risico (zie bijvoorbeeld producties 1, 5 en 6). Informatie over het eigen risico wordt pas verstrekt nadat een boeking is gemaakt én betaald (zie producties 2 en 8).
2.7.
Verder wordt in de schermafdrukken en de algemene voorwaarden verwezen naar het ‘Boetebeleid’ van eisende partij. Dit boetebeleid is niet in het geding gebracht, waardoor niet kan worden getoetst of hierin bedingen staan die aan de vordering ten grondslag zijn of hadden kunnen worden gelegd. En zo ja, of die bedingen oneerlijk zijn.
2.8.
Nu niet is gesteld en onderbouwd dat gedaagde partij voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst is geïnformeerd over het eigen risico (en de administratiekosten), dat in deze procedure van hem wordt gevorderd, voorts niet is toegelicht hoe de overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen en het boetebeleid niet is overgelegd, zijn de voor de beoordeling van belang zijnde informatie en stukken niet volledig verstrekt.
2.9.
Daarbij komt, los van het voorgaande, dat eisende partij in de dagvaarding niet, althans onvoldoende heeft toegelicht waarom de schade aan de auto ter hoogte van het volledige eigen risico voor rekening van gedaagde partij zou moeten komen. Uit productie 8 volgt namelijk dat gedaagde partij heeft verklaard dat hij gedurende de huurperiode geen schade heeft veroorzaakt. Ook heeft hij betwist dat hij de geconstateerde schades, zoals gepresenteerd op de foto’s, heeft veroorzaakt omdat die al aanwezig zouden zijn. De staat van de auto voorafgaand aan de huur is niet bekend, waardoor een vergelijking van de staat van voor en na de huur niet kan worden gemaakt. Verder blijkt uit het schaderapport dat het schades betreffen van ‘diverse evenementen’, wat lijkt te impliceren dat deze niet allemaal zijn ontstaan in één korte huurperiode. Tot slot is de auto all-risk verzekerd, zo blijkt uit de boekingsbevestiging. Eén en ander zou ertoe kunnen leiden dat gedaagde partij niet, althans niet volledig voor alle schade aansprakelijk is, maar hierover is niets toegelicht, wat wel op de weg van eisende partij had gelegen.
2.10.
Eisende partij heeft dan ook niet volledig voldaan aan haar stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering.
2.11.
Eisende partij wordt bij deze uitkomst als de in het ongelijk gestelde partij aangemerkt en moet daarom de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij betalen. Deze kosten worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vordering af,
3.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde partij begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.
991