Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 januari 2026, met producties,
- de incidentele conclusie houdende exceptio plurium litis consortium,
- de conclusie van antwoord in het incident.
2.De vordering in de hoofdzaak
3.Het geschil in het incident
- [eisers] in de gelegenheid stelt om [naam] alsnog als partij in het geding in de hoofdzaak te betrekken door oproeping op de voet van artikel 118 Rv Pro tegen een door de rechtbank te bepalen roldatum,
- een roldatum bepaalt op welke [gedaagde] de conclusie van antwoord dient te nemen,
- [eisers] veroordeelt in de kosten van het incident te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.De beoordeling in het incident
exceptio plurium litis consortiumniet slaagt en [eisers] niet in de gelegenheid hoeft te worden gesteld om [naam] op te roepen op de voet van artikel 118 Rv Pro.
5.De beslissing
29 juli 2026voor conclusie van antwoord.