ECLI:NL:RBAMS:2026:7004

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
13-049993-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 36c SrArt. 47 SrArt. 57 SrArt. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen bezit en voorraad harddrugs zonder registratie

Op 12 maart 2024 werd bij verdachte in zijn woning in een plaats een grote hoeveelheid drugs aangetroffen, waaronder 9,55 kg MDMA en amfetamine en 4,04 kg ketamine. Verdachte verklaarde dat hij niet wist wat er in de tassen zat die hij van een bekende had gekregen, maar de rechtbank achtte dit niet aannemelijk gezien de omvang en aard van de vondsten en de aanwezigheid van hulpmiddelen voor drugshandel.

De rechtbank concludeerde dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het aanwezig hebben van de drugs en dat hij medepleger was door bewust samen te werken met een ander die hem de tassen in bewaring gaf. Verdachte werd vrijgesproken van het bereiden, invoeren, afleveren, uitvoeren en verhandelen van ketamine omdat dit niet bewezen kon worden.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, lager dan de eis van 30 maanden waarvan 10 voorwaardelijk, mede vanwege de ondergeschikte rol van verdachte en zijn schone strafblad. De straf is onvoorwaardelijk en de bijzondere voorwaarden van de reclassering worden niet direct opgelegd, maar kunnen bij voorwaardelijke invrijheidstelling worden overwogen.

Daarnaast werden de inbeslaggenomen drugs onttrokken aan het verkeer. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 23 april 2026.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf voor medeplegen bezit en voorraad van harddrugs zonder registratie.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13-049993-25
Datum uitspraak: 23 april 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1970, in [geboorteplaats] te [geboorteland] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[adres]

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 april 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R.W. van Zanten, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. F.M.M.M. Vogels, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het op 12 maart 2024 in [plaats] opzettelijk en in vereniging:
  • aanwezig hebben van 9,55 kg MDMA en/of amfetamine; en
  • zonder registratie in voorraad hebben van 4,04 kg ketamine.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie vindt beide feiten bewezen. Ten aanzien van beide feiten vindt de officier van justitie vol opzet bewezen. Tijdens de doorzoeking zijn, naast twee tassen met blauwe pillen (MDMA en amfetamine) en ketamine, meerdere soortgelijke sealbags, een sealapparaat, lepels, een weegschaal en een spiegel met wit poeder aangetroffen. Ook is er in een kluis een potje met soortgelijke blauwe pillen en een zakje met kristallen aangetroffen. In de Volkswagen Caddy, die op naam stond van het bedrijf van verdachte, werd ook een zakje ketamine aangetroffen. Verder is de verklaring van verdachte dat hij niet wist wat er in de tassen zat die hij van een kennis had gekregen, niet verifieerbaar. Uit verdachtes verklaring volgt dat hij niet alleen heeft gehandeld dus ook het medeplegen kan worden bewezen.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken. Volgens de verdediging kan niet bewezen worden dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van MDMA en/of amfetamine en ketamine in de tassen.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA en amfetamine en het zonder registratie opzettelijk in voorraad hebben van ketamine, en overweegt hiertoe als volgt.
Opzet
Tijdens de doorzoeking van het huis van verdachte zijn in zijn slaapkamer twee tassen aangetroffen. In de eerste tas zijn drie sealbags gevonden met daarin blauwkleurige pillen. Een deel van de inhoud van deze sealbags is getest door de politie en bevat MDMA en amfetamine. In de tweede tas is een sealbag met daarin dezelfde blauwkleurige pillen als in de eerste tas aangetroffen. Daarnaast zijn in deze tweede tas vier sealbags met daarin wit poeder aangetroffen. Een deel van de inhoud van de sealbags met wit poeder is getest door het Nederlands Forensisch Instituut en bevat ketamine. Vast is komen te staan dat verdachte niet beschikt over de vereiste registratie op grond van artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet.
Verdachte heeft verklaard dat hij de twee tassen de dag voor de doorzoeking op verzoek van een bekende bij hem thuis heeft gezet. Hij heeft verklaard dat hij zag dat er een grote hoeveelheid blauwe pillen in de tassen zat, maar dat hij in de veronderstelling was dat dat erectiepillen waren. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist van de MDMA, amfetamine en ketamine in de tassen.
De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk. Verdachte heeft niet willen verklaren wie de persoon was die hem de twee tassen in bewaring heeft gegeven. Daarnaast zijn bij de doorzoeking in de slaapkamer van verdachte soortgelijke losse sealbags, een sealapparaat, lepels, een weegschaal en een spiegel met resten van wit poeder aangetroffen. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat deze goederen vaak worden gebruikt bij de voorbereiding van handel in harddrugs. Bovendien waren de tassen – zogeheten big shoppers – toen ze werden aangetroffen niet afgesloten, maar open, waardoor verdachte de inhoud van de doorzichtige sealbags met pillen en poeder die in de tas zaten, heeft kunnen zien. Ook zijn in een kluis in de slaapkamer van verdachte een pot met blauwe pillen en een zakje met kristallen gevonden. Ter zitting heeft verdachte verklaard de pillen en kristallen uit de kluis van dezelfde bekende te hebben gekregen als de twee tassen. Over het zakje met witte kristallen heeft hij verklaard dat hij dacht dat het MDMA was. De grote hoeveelheid blauwe pillen en poeder in de tassen en het gegeven dat de persoon die deze in bewaring gaf een zakje met drugs aan de verdachte had gegeven, maakt dat de verdachte op zijn minst door had moeten vragen over de precieze inhoud van de tassen. Dit heeft hij niet gedaan.
Uit de bovengenoemde feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat verdachte in ieder geval wist dat er een aanmerkelijke kans was dat er drugs in de tassen zou zitten en dat hij deze kans bewust heeft aanvaard. Omdat hij deze tassen bij hem thuis heeft bewaard heeft hij voorwaardelijk opzet gehad op het aanwezig hebben van 9,55 kg MDMA en amfetamine en het voorhanden hebben van 4,04 kg ketamine in de tassen.
Medeplegen
Gelet op de verklaringen van verdachte acht de rechtbank bewezen dat verdachte bij het aanwezig hebben van de MDMA en amfetamine en in voorraad hebben van de ketamine nauw en bewust heeft samengewerkt met een ander, namelijk degene die hem heeft gevraagd de tassen thuis te bewaren.
Vrijspraak bereiden, invoeren, afleveren, uitvoeren en verhandelen
De rechtbank kan op basis van de stukken in het dossier niet vaststellen dat verdachte de ketamine heeft bereid en/of ingevoerd en/of afgeleverd en/of uitgevoerd en/of verhandeld en spreekt verdachte hiervan dan ook partieel vrij.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
ten aanzien van feit 1:
op 12 maart 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad, 9,55 kg, van een materiaal bevattende MDMA en amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
ten aanzien van feit 2:
op 12 maart 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander zonder registratie een hoeveelheid van ongeveer 4,04 kilogram ketamine opzettelijk in voorraad heeft gehad.

5.De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straf

7.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder feit 1 en feit 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van de voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd en heeft verzocht om aan verdachte, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden en op het feit dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, een taakstraf met een deels voorwaardelijke straf op te leggen.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
De ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid van 9,55 kg MDMA en amfetamine. Harddrugs vormen in het algemeen een gevaar voor de volksgezondheid en het gebruik ervan en de daarmee gepaard gaande handel zijn schadelijk voor de samenleving, onder andere vanwege de ermee gepaard gaande (ernstige) vormen van criminaliteit. Daarnaast heeft verdachte een hoeveelheid van 4,04 kg ketamine in voorraad gehad, zonder over de daartoe vereiste registratie te beschikken. Qua werking is ketamine vergelijkbaar met harddrugs. Ook de illegale handel van deze stof ondermijnt de samenleving en brengt ernstige risico’s voor de gezondheid en veiligheid met zich. De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte zelf handelde of hierbij een belangrijke rol vervulde. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat hij zijn huis als stash aan een ander ter beschikking heeft gesteld. Hierdoor heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan het in stand houden van een illegale handel in harddrugs. De wat ondergeschiktere rol waar de rechtbank vanuit gaat is enigszins strafmatigend.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 10 februari 2026. Hieruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
De rechtbank heeft ook gekeken naar het reclasseringsadvies van 26 maart 2026. De reclassering concludeert dat een reclasseringstoezicht eraan zal bijdragen delictgedrag in de toekomst te voorkomen. De reclassering adviseert daarom bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden:
- meldplicht bij reclassering
- gedragsinterventie CoVa.
Strafoplegging
Om te bevorderen dat landelijk door rechtbanken voor dezelfde feiten ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld. De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf voor de bewezen verklaarde feiten gekeken naar deze oriëntatiepunten. Voor het aanwezig hebben van 9.000-10.000 gram harddrugs, zoals onder feit 1 ten laste van de verdachte is bewezenverklaard, is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achtentwintig maanden. Voor het in strijd met de Geneesmiddelenwet voorhanden hebben van ketamine zijn geen oriëntatiepunten opgesteld, maar geldt dat voor dit feit een gevangenisstraf van ten hoogste 6 jaren kan worden opgelegd en dat ketamine qua werking vergelijkbaar is met harddrugs.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting naar beneden toe af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd en waar de oriëntatiepunten vanuit gaan. Alles afwegend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden passend en geboden. Hoewel de reclassering bijzondere voorwaarden adviseert, zal de rechtbank aan verdachte geen (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden opleggen. De reden hiervoor is dat de bijzondere voorwaarden die de reclassering geadviseerd heeft gebaseerd zijn op de persoonlijke omstandigheden die op dit moment gelden voor verdachte en dat langere tijd vastzitten vermoedelijk grote invloed heeft op die persoonlijke omstandigheden. De rechtbank is daarom van oordeel dat het passender is om in het kader van de voorwaardelijke invrijheidsstelling, wanneer de verdachte hiervoor in aanmerking komt, te bepalen of en welke bijzondere voorwaarden op dat moment (nog) gewenst zijn voor verdachte.

8.Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
STK Verdovende middelen, voorwerpnummer PL1300-2024057867-G6474628
1 POT Verdovende middelen, voorwerpnummer PL1300-2024057867-G6474582
1 STK Verdovende middelen, voorwerpnummer PL1300-2024057867-G6474587
1 STK Verdovende middelen, voorwerpnummer PL1300-2024057867-G6474592
1 STK Verdovende middelen, voorwerpnummer PL1300-2024057867-G6474594
1 STK Verdovende middelen, voorwerpnummer PL1300-2024057867-G6474703
De inbeslaggenomen voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bewezenverklaarde is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 10 en 13a van de Opiumwet, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 38 van Pro de Geneesmiddelenwet.

10.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
en
medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van
24 maanden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Beslag
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
STK Verdovende middelen, voorwerpnummer PL1300-2024057867-G6474628
1 POT Verdovende middelen, voorwerpnummer PL1300-2024057867-G6474582
1 STK Verdovende middelen, voorwerpnummer PL1300-2024057867-G6474587
1 STK Verdovende middelen, voorwerpnummer PL1300-2024057867-G6474592
1 STK Verdovende middelen, voorwerpnummer PL1300-2024057867-G6474594
1 STK Verdovende middelen, voorwerpnummer PL1300-2024057867-G6474703
Dit vonnis is gewezen door
mr. B. Vogel, voorzitter,
mr. C. Bruil en mr. A.E. Wilbrink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. van der Beek, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 april 2026.
[...]

1.[...]