ECLI:NL:RBAMS:2026:707
Rechtbank Amsterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen faillissementsverklaring wegens betwisting opeisbaarheid vordering gegrond verklaard
De besloten vennootschap opposant B.V. is op verzoek van geopposeerde GmbH failliet verklaard. Opposant verzet zich tegen deze faillissementsverklaring en stelt dat geopposeerde geen redelijk belang heeft bij het faillissement en dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. Geopposeerde baseert het faillissement op een opeisbare vordering van ruim €1,6 miljoen, welke door opposant wordt betwist.
Tijdens de zitting op 7 januari 2026 zijn de standpunten van partijen en het schriftelijk verslag van de curator besproken. De rechtbank constateert dat er een geschil bestaat over de rekening-courantverhoudingen tussen de aandeelhouders en de opeisbaarheid van de vordering. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 6 lid 3 Fw Pro niet summierlijk kan worden vastgesteld dat opposant heeft opgehouden te betalen, omdat de vordering betwist wordt en nader onderzoek nodig is.
Daarom verklaart de rechtbank het verzet gegrond, vernietigt het eerdere vonnis van 16 december 2025 en stelt het salaris van de curator vast. De faillissementsprocedure is niet geschikt voor het nader onderzoek dat nodig is om de vordering vast te stellen, wat in een bodemprocedure kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het verzet tegen de faillissementsverklaring wordt gegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd wegens onvoldoende summiere vaststelling van de opeisbaarheid van de vordering.