Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
14 januari 2026.
2.Tenlastelegging
opzetaanranding dan wel schuldaanranding van [benadeelde partij 2] op 6 mei 2025 in [plaats];
opzetaanranding dan wel schuldaanranding van [benadeelde partij 1] op 6 mei 2025 in [plaats];
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen, waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn opgenomen, bewezen dat verdachte:
5.Strafbaarheid van de feiten
De rechtbank overweegt hierover het volgende. De gedragingen zoals omschreven in de tenlastelegging zijn niet strafbaar gesteld. Weliswaar was [benadeelde partij 3] ten tijde van het bewezenverklaarde 17 jaar oud, echter voor de strafbaarheid op grond van artikel 245 Wetboek Pro van Strafrecht dient sprake te zijn van één van de vier gevallen zoals vermeld in het eerste lid van dat artikel. Omdat hiervan niet is gebleken levert het bewezenverklaarde geen strafbaar feit op en dient verdachte hiervoor te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 1.250,- aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstrafvan
80 (tachtig) uren.
vervangende hechteniszal worden toegepast van
40 (veertig) dagen.
gevangenisstrafvan
3 (drie) maanden.
nietten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
proeftijdvan
3 (drie) jarenvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
dadelijk uitvoerbaarzijn.