ECLI:NL:RBAMS:2026:7245

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
C/13/790578
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel GGZ wegens psychotische decompensatie en ernstig nadeel

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een GGZ-instelling na een psychotische decompensatie met ernstig risico op levensgevaar en psychische schade. De burgemeester heeft de crisismaatregel op 5 juli 2026 afgegeven. De officier van justitie verzoekt de voortzetting van deze maatregel voor drie weken.

Tijdens de zitting op 9 juli 2026 zijn betrokkene, haar advocaat en medisch specialisten gehoord. De rechtbank stelt vast dat het ernstig nadeel voortvloeit uit een psychische stoornis, mogelijk met een transculturele component. De situatie is zo ernstig dat een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Betrokkene verzet zich tegen de zorg.

De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is, waaronder medische controles, medicatietoediening, bewegingsbeperking en toezicht. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt verleend tot en met 30 juli 2026, waarbij de gevraagde maatregelen mogen worden toegepast. Het verzoek van de advocaat tot afwijzing wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken tot en met 30 juli 2026.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/790578 / FA RK 26-5342
Datum uitspraak: 9 juli 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] , Suriname,
wonende [adres] ,
verblijvende te [verblijfplaats]
hierna te noemen betrokkene,
advocaat mr. K.K. Hansen Löve uit Amsterdam-Duivendrecht.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 juli 2026.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • psychiater, dhr. [naam 1] ;
  • arts, mw. [naam 2] .

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in GGZ inGeest, [locatie] . De burgemeester van [plaats] heeft de crisismaatregel op 5 juli 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een psychotische decompensatie zonder duidelijke origine waarbij differentiaal diagnostisch wordt gedacht aan een onderliggend psychotische stoornis of een middelen geïnduceerde psychose. Mogelijk is er ook sprake van een transculturele component.
4.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. In eerste instantie was betrokkene vrijwillig opgenomen. Echter in de loop van de opname werd betrokkene zo angstig dat ingrijpen noodzakelijk was. Er worden stappen gemaakt en er is een start gemaakt met medicatie (Olanzapine) maar de stemmen die betrokkene hoort en haar opdrachten geven, zijn nog niet verdwenen. Het plan is verder instellen op medicatie zodat het beeld verder stabiliseert en dan toewerken naar ontslag. Gezien voorgaande gaat de rechtbank niet mee met het verzoek van de advocaat die om afwijzing heeft bepleit.
4.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
  • toediening van vocht/voeding;
  • het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4.6.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1988, wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.5 staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juli 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026 door mr. F.P. Lauwaars, rechter, in aanwezigheid van M.E. Langewisch, griffier en op schrift gesteld op 13 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.