ECLI:NL:RBAMS:2026:7258

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
13-120119-26
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering tot in behandeling nemen Europees aanhoudingsbevel na intrekking

De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 juli 2026 een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Duitse justitiële autoriteit op 2 januari 2026, gericht op de aanhouding en overlevering van een persoon geboren in 1988 met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit. Tijdens de zitting werd de termijn voor uitspraak verlengd en werd de gevangenhouding bevolen met schorsing tot uitspraak.

Op 12 en 14 juli 2026 informeerde de raadsman en de officier van justitie de rechtbank per e-mail dat het EAB was ingetrokken omdat de opgeëiste persoon zich in Duitsland had gemeld en daar in voorlopige hechtenis zat. Hierdoor was de grondslag voor de vordering vervallen.

De rechtbank opende het onderzoek op 16 juli 2026 opnieuw en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot behandeling van het EAB. Tevens werd het bevel tot overleveringsdetentie opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot behandeling van het ingetrokken Europees aanhoudingsbevel en de overleveringsdetentie is opgeheven.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-120119-26
Datum uitspraak: 16 juli 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 7 mei 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 januari 2026 door
the Frankfurt am Main District Court, Duitsland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 2 juli 2026
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 juli 2026, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. van Stratum, advocaat in Den Haag.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
E-mailcorrespondentie van 12 juli 2026 en 14 juli 2026
De raadsman heeft de rechtbank op 12 juli 2026 per e-mail verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering en het bevel gevangenhouding op te heffen, omdat het EAB is ingetrokken.
De officier van justitie heeft per e-mail van 14 juli 2026 bevestigd dat het EAB is ingetrokken en de rechtbank daarom verzocht de behandeling van de zaak te heropenen zodat de officier van justitie niet-ontvankelijk kan worden verklaard in zijn vordering.
Zitting van 16 juli 2026
De rechtbank heeft het onderzoek heropend en - met instemming van partijen - enkelvoudig gesloten op deze zitting en daarna direct mondeling uitspraak gedaan.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Op de zitting van 2 juli 2026 heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De
Staatsanwältinvan de
Staatsanwaltschaft Frankfurtheeft per e-mail van 14 juli 2026 het volgende meegedeeld:

The prosecutor in charge has now informed us that the accused, [opgeëiste persoon] , has turned himself in here and is currently in pre-trial detention here.
We are therefore withdrawing our request for [opgeëiste persoon] ’s extradition.”
Hieruit blijkt dat de opgeëiste persoon intussen in Duitsland is gedetineerd en het EAB daarom is ingetrokken, waardoor de grondslag aan de vordering op grond van artikel 23, tweede lid, OLW is komen te ontvallen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

4.Beslissing

VERKLAARTde officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
HEFT OPde - geschorste - overleveringsdetentie.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. Westerman, voorzitter,
mrs. L. Sanders en E. van den Brink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. G. Riedijk, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 juli 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.