ECLI:NL:RBAMS:2026:7273

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
C/13/788626 / FA RK 26/4298
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens psychotische episode

De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die een paranoïde psychotische episode doormaakt. De crisismaatregel was op 29 mei 2026 opgelegd en de verlenging werd noodzakelijk geacht vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstige psychische schade en agressie die anderen kan oproepen.

De rechtbank stelde vast dat de noodzakelijke zorgvormen onder meer het toedienen van vocht, voeding en medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht omvatten. Betrokkene verzette zich tegen de verplichte zorg en de advocaat pleitte voor behandeling in een vrijwillig kader, met het argument dat betrokkene ziekte-inzicht heeft en bereid is ambulante hulp te accepteren.

De rechtbank volgde dit verweer niet, mede op basis van de toelichting van de arts die stelde dat betrokkene suïcidaal gedrag vertoonde en klinische observatie noodzakelijk is. Er was nog geen ambulant kader opgezet en terugkeer naar huis werd als te vroeg beschouwd. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd daarom verleend voor een periode van drie weken, tot en met 23 juni 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens een ernstige psychotische episode met levensgevaar en agressief gedrag.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/788626 / FA RK 26/4298
kenmerk: VCM/IND/204324
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 2 juni 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek),
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
zorgaanbieder: [zorgaanbieder], [locatie 1],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. W. van Vliet te Diemen.

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 1 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 29 mei 2026 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juni 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [locatie 2].
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Spaanse taal;
- de advocaat;
- mw. [naam], arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar, ernstige psychische schade en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een paranoïde psychotische episode. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
  • toedienen van vocht en voeding;
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • opnemen in een accommodatie.
2.3.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief
.Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.4.
De advocaat heeft namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit, omdat behandeling in een vrijwillig kader mogelijk is. Betrokkene is opgeknapt in de kliniek. Ze wil hulp en is bereid om dat op te pakken in de ambulante setting. Betrokkene heeft ziekte-inzicht. De rechtbank volgt de advocaat niet in zijn verweer. De arts heeft toegelicht dat betrokkene op straat is aangetroffen met een verdenking van een psychotisch beeld. Zij heeft zich suïcidaal geuit en dit is zorgwekkend. De komende tijd dient betrokkene behandeld en geobserveerd te worden in de kliniek. Terugkeren naar huis is op dit moment te vroeg. Er is daarnaast ook nog geen ambulant kader opgezet. Een voortzetting van de crisismaatregel is noodzakelijk.
2.5.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek), voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 23 juni 2026.
Deze beschikking is op 2 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. K.M. van Hassel, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 15 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.