ECLI:NL:RBAMS:2026:7274

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
C/13/788627 / FA RK 26/4299
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening machtiging tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens levensgevaarlijke psychische stoornis

De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1992 in Iran en woonachtig te Amsterdam.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene lijdt aan een depressie met psychotische kenmerken en een stoornis in het gebruik van alcohol, wat heeft geleid tot een crisissituatie met onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. De arts verklaarde dat betrokkene recent een zelfmoordpoging heeft gedaan en dat de behandeling bij Jellinek onvoldoende effect had, waardoor klinische opname noodzakelijk is.

De rechtbank oordeelde dat de voorgestelde verplichte zorg, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en toezicht, evenredig en noodzakelijk is om het dreigende nadeel af te wenden. Betrokkene verzette zich tegen de zorg en wilde niet in de kliniek blijven, maar de rechtbank volgde dit verweer niet vanwege het grote risico op suïcide en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven.

De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd daarom verleend voor een periode van drie weken, tot en met 23 juni 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens levensgevaarlijke psychische stoornis.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/788627 / FA RK 26/4299
kenmerk: VCM/IND/204343
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 2 juni 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] (Iran),
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
zorgaanbieder: Arkin,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J.M.J.H. Coumans te Amsterdam-Duivendrecht.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 1 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 29 mei 2026 opgelegde crisismaatregel.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juni 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [locatie].
1.3.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- bovengenoemde advocaat;
- mw. [naam], arts.
1.4.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een depressie met psychotische kenmerken en een stoornis in het gebruik van alcohol. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat van de zorg die is genoemd in de crisismaatregel, de volgende vormen van zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden:
  • toedienen van vocht en voeding;
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene;
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • beperken van het recht op ontvangen van bezoek;
  • opnemen in een accommodatie.
2.3.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief
.Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.4.
De advocaat heeft namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene wil niet in de kliniek blijven. Zijn problematiek kan niet klinisch behandeld worden. Het gaat er volgens de advocaat vooral om dat er iets aan de woonsituatie van betrokkene wordt gedaan. De rechtbank volgt de advocaat niet in zijn betoog, gelet op de toelichting van de arts. De arts heeft toegelicht dat betrokkene een zelfmoordpoging heeft gedaan en dit is zorgwekkend. Nadere diagnostiek moet nog plaatsvinden. De oorzaak van het toestandsbeeld dient verder te worden onderzocht. Het risico op suïcide is nog steeds groot. Daarom vindt de arts het op dit moment niet verantwoord om betrokkene naar huis te laten gaan. Betrokkene is van mening dat hij niet ziek is en dat hij geen medicatie nodig heeft en daar is dus geen overeenstemming over. De arts benadrukt dat de behandeling bij Jellinek onvoldoende heeft gewerkt en betrokkene heeft nu behandeling nodig in een psychiatrische kliniek. Er is een plek voor betrokkene beschikbaar in [plaats], waar eveneens onderzoek kan worden verricht naar de lichamelijke klachten van betrokkene. Een voortzetting van de crisismaatregel is noodzakelijk.
2.5.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] (Iran), voor zover het de in rechtsoverweging 2.2 genoemde vormen van verplichte zorg betreft;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 23 juni 2026.
Deze beschikking is op 2 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. K.M. van Hassel, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 15 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.