ECLI:NL:RBAMS:2026:7279

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
C/13/787816 / FA RK 26/3858
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 juni 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een posttraumatische stressstoornis en psychotische kwetsbaarheid.

Tijdens de mondelinge behandeling was betrokkene niet bereid zich te laten horen, maar haar advocaat nam namens haar een standpunt in. De rechtbank stelde vast dat de psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, waaronder ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en agressie-uitingen die overlast veroorzaken. Er zijn geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden beschikbaar.

De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk en evenredig, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, onderzoeken en opname in een accommodatie. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden, met de mogelijkheid tot verlenging telkens voor maximaal vier maanden. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van twaalf maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/787816 / FA RK 26/3858
kenmerk: ZM/IND/198822
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 2 juni 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1967 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres 1] ,
verblijvende te [adres 2] ,
zorgaanbieder: Arkin,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. L.M.A. Schwartz te Amsterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 13 mei 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 juni 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder op de locatie [locatie] .
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- bovengenoemde advocaat;
- mw. [naam 1] , psychiater;
- mw. [naam 2] , [functie] FACT.
1.4.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
1.5.
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. Voorafgaand aan de zitting had de advocaat laten weten dat betrokkene afstand doet van haar recht om te worden gehoord. De rechtbank heeft op de locatie alsnog getracht om betrokkene te horen over het verzoek door haar op de gang aan te spreken. Betrokkene wenste echter niet in gesprek te gaan. De advocaat acht zich in staat om namens betrokkene een standpunt in te nemen. Gelet op voorgaande is de rechtbank, met instemming van de advocaat, overgegaan tot de mondelinge behandeling buiten aanwezigheid van betrokkene.

2.Beoordeling

2.1.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, blijkt uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een posttraumatische stressstoornis en een psychotische kwetsbaarheid. De psychiater heeft toegelicht dat betrokkene bij het opnamegesprek afwerend en devaluerend was. Ze wilde niet in gesprek gaan. Betrokkene ontkende dat ze last heeft van wanen en hallucinaties en was argwanend. Ze bleef doorgaan over de buren en over haar ex-vriend. Betrokkene was moeilijk te volgen, psychotisch en dysfoor. Het beeld is op dit moment nog hetzelfde. De rechtbank ziet geen aanleiding om deze door de onafhankelijk psychiater en ten tijde van de opname vastgestelde stoornissen in twijfel te trekken. De bevoegde professionals hebben hiertoe de juiste expertise.
2.2.
Anders dan de advocaat namens betrokkene heeft bepleit, leidt deze stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. De betrokken casemanager heeft toegelicht dat de medicatie werd afgebouwd en dat betrokkene lange tijd stabiel leek. De laatste paar weken ging het echter minder goed met betrokkene en kwamen er klachten binnen vanuit de GGD. Betrokkene veroorzaakte overlast en schreeuwde op straat tegen de buurman, waardoor hij zijn huis niet in durfde. Betrokkene wil geen contact meer met haar moeder, de man van haar moeder en haar zoon. Tijdens psychoses verbreekt ze het contact en komt ze met deze naasten in conflict, waarbij haar isolement toeneemt. De rechtbank acht met het bovenstaande het ernstig nadeel voldoende aanwezig en actueel.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden:
  • toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid,
  • onderzoek aan kleding of lichaam,
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen,
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • opnemen in een accommodatie,
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1967 te [geboorteplaats] , inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 2 juni 2027.
Deze beschikking is op 2 juni 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. K.M. van Hassel, rechter, bijgestaan door mr. K.W. de Haan als griffier en op 15 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.