ECLI:NL:RBAMS:2026:7387

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
13/338917-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36b SrArt. 36c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit en voorbereiding handel in harddrugs met deels voorwaardelijke gevangenisstraf

Op 20 december 2023 werd bij verdachte in Amstelveen een grote hoeveelheid harddrugs aangetroffen, waaronder cocaïne, MDMA en amfetamine, verpakt voor verkoop. Tevens werden administratie en aantekeningen gevonden die duiden op voorbereidingshandelingen voor handel in harddrugs. Verdachte verklaarde dat de drugs van hem waren en dat hij deze aan vrienden verkocht.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk harddrugs in zijn woning had en voorbereidingshandelingen voor handel in harddrugs verrichtte. Niet bewezen werd dat verdachte een geldbedrag van €5.000,- of bepaalde telefoons voorhanden had voor deze handel. De inhoud van een Telegram-bericht was onvoldoende specifiek om als bewijs te dienen.

De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de eendaadse samenloop van de feiten, het ontbreken van een strafblad en een reclasseringsadvies dat een gemiddelde kans op recidive inschatte. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn en het schorsingstoezicht werd een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.

De straf bestaat uit 90 dagen gevangenisstraf, waarvan 63 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder gedragsinterventies, diagnostiek, verblijf in begeleid wonen, en controles op middelengebruik. De inbeslaggenomen drugs en middelen zijn onttrokken aan het verkeer.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 7 mei 2026.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 90 dagen gevangenisstraf, waarvan 63 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/338917-23
Datum uitspraak: 7 mei 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP-adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 april 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.C. Gribling, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. L.R. Waaijer, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1:
hij, op of omstreeks 20 december 2023 te Amstelveen, in elk geval in Nederland,
(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad
een of meerdere hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, MDMA en/of
amfetamine,
zijnde cocaïne, MDMA en/of amfetamine,
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Feit 2:
hij, op of omstreeks 20 december 2023 te Amstelveen, in elk geval in Nederland, om
een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het
grondgebied van Nederland brengen van amfetamine, MDMA en/of cocaïne, zijnde
een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of
te bevorderen de navolgende voorwerpen:
- amfetamine, MDMA en/of cocaïne (in dealgeschikte verpakkingen),
- een of meerdere telefoon(s),
- administratie/aantekeningen, en/of
- een geldbedrag van ongeveer €5000,-
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te
vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).

4.Waardering van het bewijs

4.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring voor feit 1. Ook acht zij de onder feit 2 tenlastegelegde voorbereidingshandelingen van de handel in harddrugs bewezen met uitzondering van het geldbedrag van € 5.000,-. Dit geldbedrag is niet aangetroffen bij verdachte waardoor hij voor dat gedachtestreepje dient te worden vrijgesproken.
4.2
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor feit 2 heeft de raadsman verzocht zijn cliënt vrij te spreken. Het enkele feit dat iemand een grote hoeveelheid harddrugs aanwezig heeft betekent niet direct dat hij een feit als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet zou hebben voorbereid of zou hebben bevorderd. De aangetroffen administratie past bij de verklaring van verdachte dat hij de drugs aan zijn vrienden verkocht. Het bericht dat via Telegram verstuurd is, is qua inhoud te onduidelijk om als steunbewijs te kunnen gelden.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
Feiten en omstandigheden
Op 20 december 2023 heeft er een overval plaatsgevonden op het adres [adres] te Amstelveen. Naar aanleiding van de overval is met toestemming van het slachtoffer onderzoek in de woning gedaan door het Team forensische opsporing. Tijdens dit onderzoek is een rugtas met verschillende soorten harddrugs aangetroffen en inbeslaggenomen. Door deze vondst is het slachtoffer van de overval verdachte terzake handel in harddrugs geworden.
Vervolgens heeft een doorzoeking van de woning plaatsgevonden. Tijdens deze doorzoeking is nog een tweede sporttas met verschillende soorten harddrugs aangetroffen. Daarnaast zijn er meerdere telefoons en een notitieblok inbeslaggenomen. De drugs zijn onderzocht.
De rechtbank stelt op basis van de onderzoeksrapporten vast dat verdachte onder andere cocaïne, MDMA en amfetamine in zijn woning had liggen.
4.3.2
Feit 1: Bewezenverklaring aanwezig hebben harddrugs
Verdachte heeft bij de politie verklaard dat de in zijn woning aangetroffen harddrugs van hem waren. Op basis van deze verklaring is bewezen dat verdachte opzet had op het aanwezig hebben van deze harddrugs.
4.3.3
Feit 2: Bewezenverklaring voorbereidingshandelingen en partiële vrijspraak
Daarnaast is bewezen dat verdachte opzettelijk de handel in cocaïne, MDMA en amfetamine heeft voorbereid en bevorderd. In de woning van verdachte is een grote hoeveelheid verdovende middelen aangetroffen in voor verkoop geschikte verpakkingen. Ook is in de woning een notitieblok aangetroffen met daarin een aan de verkoop van harddrugs gerelateerde aantekeningen/administratie. Op basis van deze bevindingen en de verklaring van verdachte op zitting dat hij de harddrugs aan zijn vrienden verkocht stelt de rechtbank vast dat verdachte van plan was de drugs te gaan verkopen, afleveren en verstrekken en dat hij wist dat de harddrugs en de aantekeningen daarvoor bestemd waren.
Niet is bewezen dat verdachte – om de handel in de drugs voor te bereiden of te bevorderen – een geldbedrag van € 5.000,- en een of meerdere telefoons voorhanden heeft gehad.
De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat het bedrag van € 5.000,- in de woning van verdachte heeft gelegen aangezien dit geld niet is aangetroffen. De enkele mededeling van verdachte tegenover de politie dat hij ongeveer € 5.000,- zou hebben gehad is daarvoor onvoldoende. Daarnaast is in één van de telefoons van verdachte een Telegram-bericht aangetroffen. Hoewel de inhoud van dit bericht doet vermoeden dat het gerelateerd is aan de handel in harddrugs, is het onvoldoende specifiek om dat daadwerkelijk te kunnen vaststellen. De rechtbank spreekt verdachte dan ook van deze tenlastegelegde onderdelen vrij.

5.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de
bijlage Ivervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
Feit 1:
op 20 december 2023 te Amstelveen telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, MDMA, en amfetamine, zijnde cocaïne, MDMA en amfetamine, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Feit 2:
op 20 december 2023 te Amstelveen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken van amfetamine, MDMA en cocaïne, zijnde middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen de navolgende voorwerpen:
- amfetamine, MDMA en cocaïne in dealgeschikte verpakkingen,
- administratie/aantekeningen
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6.De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8.Motivering van de straffen en maatregel

8.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 90 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 63 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
De officier van justitie is bij de bepaling van de hoogte van haar strafeis uitgegaan van een hoeveelheid van 790,3 gram harddrugs.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn in deze zaak. Daarnaast gaat de raadsman uit van een lager nettogewicht dan de officier van justitie, namelijk 523,9 gram. Tot slot heeft de raadsman verzocht geen (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf aan zijn cliënt op te leggen, maar te kiezen voor een andere strafmodaliteit.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan op de zitting is gebleken.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van verschillende soorten harddrugs en het plegen van voorbereidingshandelingen voor de handel in harddrugs. Hij had een forse hoeveelheid harddrugs in zijn woning liggen. Door zijn handelen is verdachte medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die door de handel in en het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Harddrugs zijn zeer verslavend en schadelijk voor de gezondheid van de gebruiker. Dit maakt dat het gebruik flinke risico’s voor de volksgezondheid meebrengt. Daar komt bij dat de handel van harddrugs in het algemeen vaak gepaard gaat met diverse vormen van (zware) criminaliteit, met geweld, schade en overlast tot gevolg.
Eendaadse samenloop
Omdat het bewezenverklaarde aanwezig hebben van harddrugs (feit 1) onderdeel uitmaakt van het bewezenverklaarde treffen van voorbereidingshandelingen van de handel in harddrugs (feit 2), is sprake van eendaadse samenloop. De rechtbank neemt dat in aanmerking bij het bepalen van de straf.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van 28 januari 2026 van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder veroordeeld is. Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van een reclasseringsadvies van 8 april 2026 over verdachte. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van een delictpatroon en de reclassering de kans op recidive als gemiddeld inschat. Wel schrijft de reclassering dat verdachte een zware drugsgebruiker is en dat dit een risicofactor is. Desgevraagd heeft verdachte op zitting verklaard dat hij veel drugs gebruikt en dit zelf niet als probleem ziet. De verklaring van verdachte en zijn houding op zitting baart de rechtbank zorgen voor de toekomst van verdachte. Positief is dat verdachte zo goed mogelijk meewerkt met het lopende schorsingstoezicht in deze zaak. De reclassering acht de bij het schorsingstoezicht opgelegde interventies nog steeds nodig en daarbij wordt ook diagnostiek van belang geacht. Ten aanzien van de op te leggen straf wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen.
De LOVS-oriëntatiepunten
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de afspraken voor strafoplegging die de rechtbanken onderling hebben gemaakt (de LOVS-oriëntatiepunten). De rechtbank gaat met de officier van justitie uit van 790,3 gram harddrugs, gelet op de in de rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) genoemde en geteste hoeveelheden. Voor het aanwezig hebben van 790,3 gram harddrugs is het uitgangspunt bij een hoeveelheid tussen de 500 – 1000 gram een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.
De straf
De rechtbank is van oordeel dat de eis van de officier van justitie een passende straf is voor de door verdachte gepleegde feiten. De rechtbank wijkt daarbij af van haar eigen oriëntatiepunten in het voordeel van de verdachte met als reden dat verdachte al langere periode in een schorsingstoezicht loopt, er sprake is van een eendaadse samenloop van de bewezenverklaarde feiten en er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn met bijna vier maanden.
Conclusie
De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf opleggen van 90 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 63 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daaraan worden ook de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbonden.

9.Beslag

Onttrekking aan het verkeer
De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen goederen worden onttrokken aan het verkeer. De raadsman heeft zich op dit punt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen inbeslaggenomen, te weten:
42,2 GR Verdovende Middelen
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441269, Roze)
74,2 GR Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441286)
286,5 GR Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441288)
174,9 GR Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441290)
252 GR Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441292, Diamond)
93,4 GR Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441304, Wit)
39 FLS Verdovende Middelen
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441271)
100 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441273, Methylfenidaat)
84 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441278, Kamagra)
180 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441283, Diazepam)
21 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441294, Platinum)
12 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441296, Bolivia Gold)
180 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441297, Methylfenidaat)
13 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441299, Silver House Blend)
10 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441301, Houseblend)
10 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441302, Diamond)
5 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441303, Diamond)
10 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441305, Lsd)
Deze voorwerpen dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het onder feit 1 en 2 bewezen geachte is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a en 13a van de Opiumwet.

11.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1 en feit 2:
de eendaadse samenloop van
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod
en
om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte, groot 63 (drieënzestig) dagen, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij
een proeftijd van 2 (twee) jarenvast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
-
Meldplicht bij reclassering
Dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak.
-
Gedragsinterventie cognitieve vaardigheden
Dat veroordeelde binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa of SOLO van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer.
-
Diagnostiek en ambulante behandeling
Dat veroordeelde meewerkt aan diagnostiek en - indien dit uit de diagnostiek als wenselijk naar voren komt - zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. Tevens is veroordeelde verplicht, indien de toezichthouder vindt dat de training tot onvoldoende resultaat heeft geleid, zich te laten behandelen. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op hetgeen uit de diagnostiek blijkt, zijn verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden en sociale vaardigheden.
-
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Dat veroordeelde gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft bij Stichting Care & Coaching of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf is reeds gestart. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
-
Dagbesteding
Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
-
Aflossing schulden
Veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
-
Beheersing middelengebruik
Dat veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
De rechtbank geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
42,2 GR Verdovende Middelen
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441269, Roze)
74,2 GR Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441286)
286,5 GR Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441288)
174,9 GR Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441290)
252 GR Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441292, Diamond)
93,4 GR Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441304, Wit)
39 FLS Verdovende Middelen
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441271)
100 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441273, Methylfenidaat)
84 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441278, Kamagra)
180 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441283, Diazepam)
21 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441294, Platinum)
12 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441296, Bolivia Gold)
180 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441297, Methylfenidaat)
13 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441299, Silver House Blend)
10 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441301, Houseblend)
10 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441302, Diamond)
5 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441303, Diamond)
10 STK Medicijn
(Omschrijving: PL1300-2023286989-G6441305, Lsd)
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.M. Timorason, voorzitter,
mr. A.M. Grüschke en mr. J.V.L. van Well, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Ç.H. Dede, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 mei 2026.
[....]

2.[....]

[....]
[....]
[....]
[....]
[....]
[....]